← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:9821

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummers: C/02/433969 / FA RK 25-1806 en C/02/438352 FA RK 25-3955 uitwerking verkorte beschikking d.d. 4 december 2025 in de zaken van [minderjarige] , verzoeker in de zaak FA RK 25-1806 geboren te [geboorteland] op [geboortedag 1] 2008, wonende te [woonplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige] , en DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING Regio Zuidwest Nederland informant in de zaak FA RK 25-1806 verzoeker in de zaak FA RK 25-3955 locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de vader] , wonende te [woonplaats 2] , hierna te noemen: de vader, advocaat: mr. M.V. de Nooijer, gevestigd te Middelburg. mr. M. Kalle, advocaat in Middelburg, in zijn functie als bijzondere curator over [minderjarige] . De kinderrechter merkt als informanten aan: De gezinshuisouders van [gezinshuis], gevestigd te [woonplaats 1] , hierna te noemen: de gezinshuisouders. de Stichting Jeugdbescherming west Zeeland, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI), gevestigd in Middelburg, 1Het procesverloop In de procedure met zaaknummer C/02/433969 / FA RK 25-1806 1.

  1. In het dossier zit het volgende zitten de volgende stukken: - de beschikking van de rechtbank van 27 mei 2025 en alle daarin genoemde stukken; - het op 28 juli 2025 ontvangen raadsrapport; - het e-mailbericht van het gezinshuis d.d. 5 augustus 2025, met bijlage; - het F9-formulier van mr. Kalle d.d. 19 augustus 2025, met bijlage. In de procedure met zaaknummer C/02/438352 FA RK 25-3955 1.
  2. In het dossier zit het volgende zitten de volgende stukken: - het op 24 juli 2025 ontvangen verzoek met bijlagen; - het e-mailbericht d.d. 2 december 2025 van mr. de Nooijer. 1.
  3. De verzoeken zijn mondeling behandeld op 4 december
  4. Bij die behandeling zijn verschenen de vader met zijn advocaat. Ook waren aanwezig een vertegenwoordigster namens de Raad, de bijzondere curator, de gezinshuisouder en een vertegenwoordigster namens de GI. 1.
  5. Voor deze mondelinge behandeling heeft de rechter met [minderjarige] gesproken over de verzoeken. De rechter heeft samengevat wat [minderjarige] naar voren heeft gebracht en partijen zijn in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren. 2De feiten 2.
  6. De vader heeft het gezag over [minderjarige] . 2.
  7. [minderjarige] woont sinds 25 augustus 2022 te [woonplaats 1] bij [gezinshuis] . 3De vraag van [minderjarige] en het verzoek In de procedure met zaaknummer C/02/433969 / FA RK 25-1806 3.
  8. In het bericht van 8 april 2025 en tijdens het kindgesprek op 15 april 2025 heeft [minderjarige] aangegeven dat hij graag een bijzonder curator wil. [minderjarige] wil graag dat iemands anders binnen zijn familie de voogdij heeft en dingen voor hem kan regelen en in zijn belang beslissingen kan nemen. In de procedure met zaaknummer C/02/438352 FA RK 25-3955 3.
  9. De Raad verzoekt de rechtbank primair om het gezag van dhr. [de vader] , geboren op [geboortedag 2] 1979, over de [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2008, te beëindigen en de voogdij te beleggen bij jeugdbescherming West te Middelburg. 4De (verdere) beoordeling 4.
  10. In de zaak met kenmerk C/02/433969 / FA RK 25-1806 heeft de rechtbank bij beschikking van 27 mei 2025 mr. Kalle benoemd als bijzondere curator over [minderjarige] . Voorts heeft de rechtbank bij die beschikking de Raad gevraagd onderzoek in te stellen, omdat zij gelet op de ernstige zorgen die tijdens het gesprek met [minderjarige] op 15 april 2025 en tijdens de zitting op 9 mei 2025 naar voren zijn gekomen, voorzag dat er meer nodig zou zijn dan enkel een verslag van de bijzondere curator. 4.
  11. Ingevolge de opdracht van de rechtbank heeft de Raad een onderzoek ingesteld ter beantwoording van de volgende vragen: - Bestaat er, bij instandhouding van het gezag van de vader, een onaanvaardbaar risico dat de minderjarige klem of verloren zal raken en is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of is het anderszins in het belang van de minderjarige te achten om het gezag van de vader te beëindigen? - Zijn er contra-indicaties voor contactherstel tussen de vader en [minderjarige] en zo ja, welke? - In hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen; hoe, onder welke voorwaarden en op welke termijn? 4.
  12. Naar aanleiding van voornoemd ingesteld onderzoek heeft de Raad het verzoek ingediend zoals genoemd in rechtsoverweging 3.
  13. Ter onderbouwing hiervan stelt de Raad dat een gezagsbeëindigende maatregel nodig is voor [minderjarige] , omdat sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] en gezien het effect van de ernstig verstoorde relatie met vader op [minderjarige] in combinatie met zijn kwetsbare, zeer belaste achtergrond op zijn algehele functioneren. [minderjarige] zijn complexe gedrag komt voort uit een onveilige gehechtheid in combinatie met de bij hem gediagnosticeerde Oppositional Defiant Disorder (ODD). De vader is niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn te dragen, doordat het contact tussen vader en [minderjarige] de afgelopen jaren ernstig verstoord is geraakt. De vader is de afgelopen jaren weinig tot niet beschikbaar en/of aanwezig geweest in het leven van [minderjarige] ; er is al langere tijd sprake van een contactbreuk tussen hen. Er is momenteel geen perspectief op verbetering en ondanks de inzet van hulpverlening is het niet gelukt hier verandering in te brengen. Een ondertoezichtstelling is voorts niet meer de geëigende maatregel; [minderjarige] zal niet meer terug bij de vader gaan wonen, beiden hebben ook deze wens niet (meer). In het belang van [minderjarige] moet de GI de voogdij over [minderjarige] krijgen, zodat een professionele, neutrale en onafhankelijke jeugdbeschermer in staat is om beslissingen te nemen en zijn belangen te behartigen. Zowel de vader als [minderjarige] geven aan dat het langer voortzetten van de huidige situatie met betrekking tot het ouderlijk gezag niet langer houdbaar is. Meermaals hebben zich problemen voorgedaan bij gezagsbeslissingen, bijvoorbeeld bij het inschrijven van [minderjarige] op een vervolgopleiding en bij zijn operatie. Ook de Raad ziet geen mogelijkheden om op dezelfde wijze door te gaan. Beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader zal rust brengen en zal [minderjarige] en de vader eventueel een mogelijkheid bieden om op een onbelaste wijze contact met elkaar te hebben. De Raad vindt het van belang dat wordt ingezet op contactherstel. Op dit moment is hier nog geen opening voor bij [minderjarige] . Anders dan [minderjarige] vindt de Raad het niet in zijn belang om de voogdij bij een familielid van moederszijde te beleggen. De problematiek van [minderjarige] vraagt meer zorg dan gemiddeld. Niet duidelijk is wie binnen het netwerk deze zorg kan bieden. Ook is het contact tussen [minderjarige] en de familie van moederszijde te pril. Bovendien is het de vraag of en in hoeverre de familie moederszijde in staat is om neutraal over de vader te praten en contactherstel te stimuleren. 4.
  14. Door en namens de vader wordt naar voren gebracht dat het de juiste beslissing is om de GI te belasten met de voogdij. De vader vindt het verstandig dat de voogdij bij een neutraal en onafhankelijke instelling belegd gaat worden en dat de vader zo ontlast kan worden. Na tien jaar strijd is de vader uitgestreden. De vader heeft er geen vertrouwen in dat het nu goed gaat met [minderjarige] . Hij is ook door [minderjarige] bedreigd via Whatsapp. De vader heeft veel zorgen over hoe [minderjarige] zich staande gaat houden wanneer hij meerderjarig is. [minderjarige] heeft hulpverlening nodig. De vader stemt in met het verzoek van de Raad tot het beëindigen van het gezag en vindt ook dat de rechtbank er vanuit mag gaan dat de Raad dat heeft bedoeld te verzoeken. De vader vindt het moeilijk in te stemmen met het verzoek, maar op de huidige wijze verder gaat niet; er moet een oplossing komen. 4.
  15. [minderjarige] heeft in gesprek met de kinderrechter aangegeven inmiddels te zijn geopereerd en ook te zijn begonnen aan zijn opleiding. [minderjarige] heeft geen contact met de vader en hoeft dit ook niet. Wel heeft [minderjarige] contact met de familie van moederszijde. Hij gaat regelmatig naar hen toe. [minderjarige] heeft verder veel vragen over zijn financiën. 4.
  16. De bijzondere curator geeft aan dat [minderjarige] heel duidelijk uitspreekt geen contact met de vader te willen. De bijzondere curator is van mening dat het belangrijk is dat het gezag van de vader wordt beëindigd. Met de Raad is de bijzondere curator van mening dat de GI het beste met de voogdij kan worden belast. Om deze reden heeft de bijzondere curator geen verzoek ingediend. Wanneer de voogdij bij de familie moederzijde wordt belegd voorziet de bijzondere curator discussies in de overdracht tussen de vader en de familie moederszijde, hetgeen hij niet in het belang van [minderjarige] acht. Het is belangrijk dat de familie van moederszijde in de huidige rol aanwezig kan blijven in het leven van [minderjarige] . [minderjarige] is bijna meerderjarig. De GI kan nu snel aan de slag nog om bepaalde zaken te regelen. Zo heeft [minderjarige] hulpverlening en begeleiding nodig. 4.
  17. Het gezinshuis geeft aan dat het nu vele malen beter gaat met [minderjarige] dan voorheen. Waar het gezinshuis aanvankelijk van mening was dat de voogdij beter bij de familie moederzijde belegd kon worden, beamen zij nu wat de bijzondere curator aangeeft, te weten dat de GI met de voogdij wordt belast. Het is ook goed voor de familie om afstand te bewaren. [minderjarige] verdient nu duidelijkheid. Het gezinshuis is bezig te kijken hoe het verder moet wanneer [minderjarige] meerderjarig wordt. Zij zullen hem blijven ondersteunen waar mogelijk. 4.
  18. De rechtbank oordeelt als volgt. 4.
  19. Allereerst constateert de rechtbank dat het verzoek van de Raad ingevolge het verzoekschrift afwijkt van het verzoek zoals dat volgt uit het raadsrapport onder de kop ‘Raadsbesluit’. De rechtbank begrijpt dat de Raad heeft bedoeld te verzoeken het gezag van de vader te beëindigen en de GI als voogd te benoemen voor onbepaalde tijd, gelet op hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, door de Raad is aangegeven en nu hier door de vader mee is ingestemd. 4.
  20. De rechtbank zal het verzoek van de Raad toewijzen. Zij zal het gezag van de vader over [minderjarige] beëindigen en de GI met de voogdij over hem belasten. Hieronder zal de rechtbank toelichten waarom zij tot deze beslissing is gekomen. 4.
  21. Volgens de wet kan de rechtbank het gezag van een ouder of van beide ouders beëindigen als het kind opgroeit op een manier waardoor het ernstig in de ontwikkeling wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen. Bovendien dient er ook geen zicht te zijn op verbetering van de situatie binnen een voor het kind aanvaardbare termijn. De aanvaardbare termijn is de periode waarin het voor dit kind duidelijk moet zijn waar hij zal opgroeien. Dit staat in artikel 1:266 lid 1 sub a Burgerlijk Wetboek. 4.
  22. De rechtbank vindt dat voldoende is gebleken dat de vader de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] niet kan dragen en dat ook niet kan worden verwacht dat dit hem wel lukt binnen een termijn die voor [minderjarige] en zijn ontwikkeling aanvaardbaar is. [minderjarige] heeft al veel ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt en veel verlieservaringen gekend. Tussen [minderjarige] en de vader is sprake van een ernstig verstoorde relatie, waarbij al geruime tijd sprake is van een contactbreuk. Het lukt de vader ondanks jarenlange intensieve inzet van verschillende vormen van hulpverlening niet meer de situatie te verbeteren. De huidige situatie verergert de onderlinge verstandhouding zelfs enkel. [minderjarige] geeft aan geen contact meer te willen met de vader en wijst de vader volledig af. Daarbij doen zich veel praktische problemen voor, waarbij de vader gezagsbeslissingen moet nemen, terwijl hij niet meer betrokken is in het leven van [minderjarige] . Zo deden zich problemen voor met de toestemming voor een koksopleiding alsook een operatie. Deze problemen leiden tot veel conflicten. Zowel de vader als [minderjarige] hebben niet langer de wens dat [minderjarige] weer thuis komt wonen. De huidige situatie is onhoudbaar geworden. 4.
  23. Omdat het gezag van de vader wordt beëindigd, moet er een voogd worden benoemd. Er moet namelijk iemand zijn die de belangrijke beslissingen over [minderjarige] kan nemen omdat hij nog minderjarig is. De Raad heeft het advies gegeven om de GI met de voogdij over [minderjarige] te belasten, omdat zij het belangrijk vinden dat er een professioneel en neutraal iemand betrokken raakt die naast [minderjarige] komt te staan en tegelijkertijd zijn belangen behartigt. [minderjarige] is bijna meerderjarig en het is belangrijk dat de GI deze korte periode benut om [minderjarige] goede kans te geven om zich te ontwikkelen naar een jongvolwassene. Onderdeel hiervan kan zijn de inzet van hulpverlening. Ondanks dat [minderjarige] sinds enige tijd op een positieve wijze contact heeft met familie moederszijde, acht de rechtbank, deze familie niet aangewezen om met de voogdij te worden belast. Het is in het belang van [minderjarige] dat deze familieband op de huidige wijze wordt voortgezet en bestendigd nu gebleken is dat [minderjarige] hier waarde aan hecht. Nu de GI een verklaring heeft ondertekend waaruit blijkt dat zij de voogdij over [minderjarige] op zich willen nemen zal de rechtbank haar benoemen tot voogdes. De rechtbank acht het voorts van belang dat de GI de komende periode inzet op het onderzoeken van de mogelijkheden tot contactherstel tussen [minderjarige] en de vader. De rechtbank onderschrijft de doelen die de Raad heeft opgesteld en neem deze over. De doelen waar de GI de komende periode aan dient te werken luiden als volgt: - De plaatsing van [minderjarige] in het gezinshuis wordt ongewijzigd voortgezet; - [minderjarige] heeft een neutrale persoon die betrokken is en zijn belangen behartigt. - Er wordt met [minderjarige] toegewerkt naar zijn meerderjarigheid, en de daarbij behorende zelfstandigheid. - [minderjarige] krijgt meer inzicht in zijn gedachten, gevoelens en gedrag. Specialistische hulpverlening kan hem hierbij helpen. Hulpverlening die kan aansluiten bij de gedragsproblematiek van [minderjarige] en helpt hem (meer) inzicht te krijgen in zijn gedrag en leert hem hoe hier op een goede manier hiermee om te gaan, zodat hij aan een stabiele toekomst kan gaan bouwen en op een goede manier kan functioneren in de samenleving. - Onderzoek naar de mogelijkheden tot contactherstel tussen [minderjarige] en zijn vader blijft plaatsvinden. 4.
  24. Op grond van artikel 1:276 lid 1 BW wordt de vader als ouder van wie het gezag wordt beëindigd, ervan uit gaande dat hij het bewind voerde over het vermogen van [minderjarige] veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover aan zijn opvolger in dit bewind. 4.
  25. De beslissing zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat het in het belang van de minderjarige is dat de beslissing direct in werking zal treden, ongeacht een eventueel hoger beroep tegen de beslissing. 4.
  26. In verband met het bepaalde in artikel 2, aanhef en sub a, van het Besluit Gezagsregisters zal de rechtbank de griffier verzoeken een afschrift van deze beschikking te sturen aan het centrale gezagsregister om daarin aantekening te doen van de gewijzigde gezagssituatie. 4.
  27. Nu is voldaan aan de vraag van [minderjarige] beschouwt de rechtbank de taak van de bijzondere curator als voltooid en zal hem derhalve ontslaan van deze eerder opgedragen adviestaak. 5De beslissing De rechtbank: In de procedure met zaaknummer C/02/433969 / FA RK 25-1806 beschouwt de taak van de bijzondere curator in deze procedure als beëindigd; In de procedure met zaaknummer C/02/438352 FA RK 25-3955 beëindigt het ouderlijk gezag van de vader over de [minderjarige] , geboren te [geboorteland] op [geboortedag 1] 2008, en benoemt de Stichting Jeugdbescherming west Zeeland tot voogdes over de minderjarige; veroordeelt de vader tot het afleggen van rekening en verantwoording aan de GI van het gevoerde bewind over het vermogen van [minderjarige] ; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; verzoekt de griffier om krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een aantekening te maken van deze beslissing in het centraal gezagsregister. wijst af hetgeen meer of anders is verzocht. Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. Voorn, rechter, tevens kinderrechter, op 4 december 2025 in aanwezigheid van mr. Oude Weernink, griffier en verkort op schrift gesteld op 17 december 2025 en nader schriftelijk uitgewerkt op 9 maart
  28. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.