← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:9826

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummers: C/02/440648 / JE RK 25-1817 (verlenging ondertoezichtstelling) C/02/440975 / JE RK 25-1878 (vaststelling omgangsregeling) Datum uitspraak: 1 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en vaststelling van de omgangsregeling in de zaken van de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg, hierna te noemen de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , geboren op [geboortedag 4] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 4] . De kinderrechter merkt in beide zaken als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen uit Goes. Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd.

  1. Het verloop van de procedure 1.
  2. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: Inzake 25-1817 - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 oktober 2025, Inzake 25-1878 - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 oktober
  3. 1.
  4. De zitting met gesloten deuren, waarbij ook de verzoeken in de procedure met kenmerk C/02/424472 / FA RK 24-3188 zijn behandeld, heeft plaatsgevonden op 1 december
  5. Daarbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat; - de moeder; twee vertegenwoordigers van de GI; mr. M.P. Kapteijn in haar hoedanigheid van bijzondere curator over [minderjarige 4] ; een vertegenwoordiger van de Raad. 1.
  6. De kinderrechter heeft [minderjarige 4] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 4] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 4] en [minderjarige 3] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten Inzake 25-1817 en 25-1878 2.
  7. De vader heeft [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] erkend. 2.
  8. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 4] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] . 2.
  9. Partijen zijn samen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] . 2.
  10. [minderjarige 4] , [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij hun moeder. 2.
  11. Bij beschikking van 27 februari 2025 zijn [minderjarige 4] , [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 27 februari 2025 en tot 13 maart
  12. 2.
  13. Bij beschikking van 12 maart 2025 is de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 4] , [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] verlengd met ingang van 13 maart 2025 en tot 27 mei
  14. 2.
  15. Bij beschikking van 12 juni 2025 zijn [minderjarige 4] , [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 12 juni 2025 en tot 12 december
  16. 3Het verzoek Inzake 25-1817 3.
  17. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Inzake 25-1878 3.
  18. De GI verzoekt een zorgregeling vast te stellen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt op grond van artikel 1:265g lid 1 BW de zorgregeling als volgt vast te stellen: - Ouders willen een co-ouderschap waarbij iedereen 50/50 van de tijd met de kinderen krijgt. - Ouders zullen zelf met elkaar maandelijks een rooster maken waarbij rekening wordt gehouden met de werktijden van moeder. - Hierbij zullen ze door middel van een kalender aangeven wanneer de kinderen bij wie zijn zodat het voor de kinderen duidelijk en overzichtelijk is. - Ouders overleggen zelf wie voor het vervoer naar de andere ouder zorgt. - Ouders zullen met elkaar in overleg gaan wanneer een kind extra aandacht nodig heeft. - Er wordt onderling overlegd als er medische zorg nodig is, kosten gemaakt moeten worden, lid worden van een club of vereniging of andere beslissingen moeten worden genomen. - De was van de kinderen worden door beide ouders gedaan. Ze geven aan dat dit in overleg met elkaar afgesproken wordt. 4De standpunten Inzake 25-1817 en 25-1878 4.
  19. De GI voert in de stukken en tijdens de zitting aan dat verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar nodig is om zo de hulpverlening die is ingezet verder te kunnen monitoren. In de afgelopen periode heeft de GI onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de kinderen en zijn er regelmatig gesprekken met hen gevoerd om een duidelijk beeld te krijgen van de situatie. Hieruit bleek dat vooral de oudste twee kinderen, [minderjarige 3] en [minderjarige 4] , veel last hebben gehad van de situatie bij de moeder rondom het huiselijk geweld. Op korte termijn start met behulp van inzet vanuit [hulpverlening 1] een kind begeleider die geregeld gesprekken met de jongens zal voeren. Met de ouders zijn vaste afspraken gemaakt, die zij tot nu toe grotendeels nakomen. Het contact tussen ouders verloopt beter dan voor de ondertoezichtstelling en dit zorgt voor meer voorspelbaarheid en continuïteit voor de kinderen. De kinderen verblijven geregeld bij de vader en de ouders maken daar samen afspraken over. Tot op heden verloopt dit goed en ondersteunen de ouders elkaar waar nodig. Toch bestaan er nog zorgen over de weerbaarheid van moeder richting [persoon 1] . Het blijft zichtbaar dat de moeder moeite heeft met het bewaken van haar eigen grenzen en die van de kinderen. Onlangs heeft moeder kenbaar gemaakt dat zij in verwachting is van [persoon 1] , waardoor de situatie opnieuw onvoorspelbaar is. Inmiddels is de moeder bevallen van een zoontje, [persoon 2] . De Raad zal hier nog verder onderzoek naar doen. [hulpverlening 1] ondersteunt de ouders bij het versterken van hun opvoedvaardigheden. Daarbij wordt gezien dat zij liefdevol en betrokken zijn bij hun kinderen. Bij de moeder ligt de nadruk op haar weerbaarheid, een thema waar zij samen met haar hulpverlener van [hulpverlening 2] aan werkt. De GI constateert dat ouders in het afgelopen halfjaar belangrijke stappen hebben gezet, met name in hun communicatie. Dit zorgt voor meer rust, wat ook door de kinderen wordt ervaren. Zij waarderen dat hun ouders goed met elkaar omgaan en dat zij geregeld bij beide ouders kunnen zijn. Hoewel veel doelen grotendeels zijn behaald, bestaan er door de nieuwe situatie blijvende zorgen over de ontwikkeling van de kinderen. Onzeker is welke rol [persoon 1] zal spelen in hun leven en in dat van hun halfbroertje. De GI is daarom van mening dat er nog onvoldoende duidelijkheid is over hoe de toekomst van de kinderen veilig kan worden vormgegeven. Ten aanzien van de omgang tussen de ouders en de kinderen hebben de ouders een belangrijke stap gezet door afspraken over die omgang te maken. De ouders staan klaar voor elkaar en ervaren een hechte vriendschap. Een belangrijke stap in de goede richting is het ouderschapsplan dat zij samen hebben opgesteld met behulp van [hulpverlening 1] . Dit ouderschapsplan biedt houvast voor de toekomst. De GI verzoekt deze afspraken vast te leggen zodat dit de ouders een houvast biedt. 4.
  20. Door en namens de vader wordt tijdens de zitting aangevoerd dat hij een verlenging van de ondertoezichtstelling niet nodig vindt. De vader is blij met alle handvaten die de ouders van de GI hebben gekregen maar nu is het moment gekomen dat de GI niet langer betrokken hoeft te zijn. Het gaat nu goed tussen de ouders, zij gaan vriendschappelijk met elkaar om en hebben goede afspraken gemaakt over de kinderen. De vader ziet geen meerwaarde meer in de ondertoezichtstelling en verzoekt het verzoek dan ook af te wijzen. Subsidiair verzoekt de vader om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de duur van drie maanden zodat de GI kan werken aan een warme overdracht naar het vrijwillig kader. 4.
  21. De moeder verklaart tijdens de zitting dat zij veel ondersteuning ervaart vanuit [hulpverlening 1] en dat zij het fijn zou vinden als de ondertoezichtstelling wordt verlengd. Zij ervaart de betrokkenheid van de GI als stok achter de deur en vindt het fijn dat zij bij de GI terecht kan bij vragen. 4.
  22. [minderjarige 3] en [minderjarige 4] hebben tijdens het gesprek met de kinderrechter verteld dat ze het contact met hun beide ouders leuk vinden maar dat ze wel minder vaak zouden willen wisselen tussen de ouders. 4.
  23. De Raad adviseert tijdens de zitting om de verzoeken van de GI toe te wijzen. Het is goed dat de ouders overeenstemming hebben bereikt over de omgang. De Raad vindt het belangrijk dat de GI het komende jaar de situatie nog in het oog blijft houden omdat de positieve ontwikkelingen toch nog pril zijn. 5De beoordeling Inzake 25-1817 5.
  24. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.
  25. De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De ouders hebben flinke positieve stappen vooruit gezet die ertoe hebben geleid dat zij afspraken hebben gemaakt over de omgang en hun communicatie is aanzienlijk verbeterd. Toch zijn er nog zorgen over de ontwikkeling van de kinderen, en dan met name over de rol van [persoon 1] in het leven van de kinderen als ook wat het effect zal zijn van de komst van het halfbroertje [persoon 2] . De kinderrechter vindt het belangrijk dat de GI het komende jaar goed in kaart brengt wat nodig is om de stijgende lijn te blijven behouden. Voorkomen moet worden dat de positieve ontwikkelingen die de ouders meemaken te vroeg stopgezet worden. De kinderrechter vindt het nodig dat de GI het komende jaar werkt aan het opstellen van een borgingsplan zodat er een warme overdracht kan komen naar hulpverlening in het vrijwillig kader. 5.
  26. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat is gebleken dat de sturende rol van de GI rondom de ingezette hulpverlening nog langer nodig is om de ouders te begeleiden. 5.
  27. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor de duur van een jaar omdat hij vindt dat die periode nog nodig is om te werken aan een warme overdracht naar het vrijwillig kader. 5.
  28. De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Inzake 25-1878 5.
  29. De kinderrechter beoordeelt of het in het belang van [minderjarige 4] , [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en [minderjarige 1] noodzakelijk is dat een zorg- c.q. omgangsregeling wordt vastgesteld. Ten aanzien van [minderjarige 1] hebben de ouders in het gezagsregister laten aantekenen dat zij gezamenlijk met het gezag over haar zijn belast. Het verzoek van de GI ten aanzien van haar moet dan ook worden gelezen als een verzoek tot vaststelling van een zorgregeling. 5.
  30. De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van de minderjarigen is dat de door de GI verzochte zorg- c.q. omgangsregeling wordt vastgelegd. Gebleken is dat de door de GI verzochte regeling ook overeenkomt met de afspraken die partijen hebben gemaakt over de omgang. Het vastleggen van deze regeling biedt de ouders houvast en duidelijkheid. Inzake 25-1817 en 25-1878 5.
  31. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: Inzake 25-1817 6.
  32. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] tot 12 december 2026; Inzake 25-1878 6.
  33. bepaalt als omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige 4] , [minderjarige 3] , [minderjarige 2] en als zorgregeling tussen de vader en [minderjarige 1] : - Ouders willen een co-ouderschap waarbij iedereen 50/50 van de tijd met de kinderen krijgt. - Ouders zullen zelf met elkaar maandelijks een rooster maken waarbij rekening wordt gehouden met de werktijden van moeder. - Hierbij zullen ze door middel van een kalender aangeven wanneer de kinderen bij wie zijn zodat het voor de kinderen duidelijk en overzichtelijk is. - Ouders overleggen zelf wie voor het vervoer naar de andere ouder zorgt. - Ouders zullen met elkaar in overleg gaan wanneer een kind extra aandacht nodig heeft. - Er wordt onderling overlegd als er medische zorg nodig is, kosten gemaakt moeten worden, lid worden van een club of vereniging of andere beslissingen moeten worden genomen. - De was van de kinderen worden door beide ouders gedaan. Ze geven aan dat dit in overleg met elkaar afgesproken wordt. Inzake 25-1817 en 25-1878 6.
  34. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier, en op schrift gesteld op 15 december
  35. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW. Artikel 2 Besluit gezagsregisters.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.