RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/3303 AVG uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats] , eiser (gemachtigde: [gemachtigde] ), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, het college. Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat het college volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 29 november 2024, inhoudende een verzoek als bedoeld in artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 1.
- Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
- Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
- Als de betrokkene geen ingebrekestelling stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval heeft eiser geen ingebrekestelling verstuurd. Uit de Awb en vaste rechtspraak volgt dat sprake is van een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, van de Awb wanneer duidelijk is dat de betrokkene het bestuursorgaan maant om alsnog een bepaald besluit te nemen. Daarbij is onder meer van belang dat voldoende duidelijk is op welke aanvraag de ingebrekestelling betrekking heeft. 3.
- De ingebrekestelling van 2 januari 2025 ziet op een verwijderingsverzoek als bedoeld in artikel 17 van de AVG. Dit is een ander verzoek dan het inzageverzoek op grond van artikel 15 van de AVG. Tevens wordt er verwezen naar de datum 15 november 2024, terwijl het inzageverzoek is ingediend op 29 november
- Het is dus niet voldoende duidelijk op welke aanvraag de ingebrekestelling betrekking heeft. Hiermee wordt niet voldaan aan de vereisten van een rechtsgeldige ingebrekestelling. 3.
- Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskosten-veroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van I. Ambachtsheer, griffier, op 9 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.