RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: 11557367 CV EXPL 25-576 Vonnis van 24 december 2025 in de zaak van INSIGHTSECURE B.V., te Zwijndrecht, eisende partij, hierna te noemen: Insightsecure, vertegenwoordigd door [naam] , tegen [gedaagde] , handelend onder de naam [horecabedrijf], te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. P. de Jonge. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 14 mei 2025 met de daarin genoemde stukken; - de schriftelijke aanvulling van Insightsecure met producties 1 tot en met 3; - de aantekeningen van de griffier van de op 20 november 2025 gehouden mondelinge behandeling, inclusief de door mr. De Jonge overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Op 30 juni 2021 heeft [gedaagde] met Insightsecure een overeenkomst gesloten op grond waarvan Insightsecure een beveiligings- en telefoonsysteem heeft geïnstalleerd bij [gedaagde] . [gedaagde] huurt deze installaties voor een periode van 36 maanden met als ingangsdatum 15 augustus
- 2.
- Op 10 juli 2024 heeft [gedaagde] deze huurovereenkomst per e-mail opgezegd. 2.
- Per e-mail van 11 juli 2024 heeft Insightsecure aan [gedaagde] meegedeeld dat de huurovereenkomst niet tijdig is opgezegd. De huurovereenkomst is dan ook stilzwijgend verlengd voor de duur van 60 maanden en loopt nog door tot en met 15 augustus
- 2.
- [gedaagde] heeft per 15 augustus 2024 zijn maandelijkse huurbetalingen stopgezet. 3Het geschil 3.
- Insightsecure vordert - samengevat - uitvoerbaar bij voorraad: Primair [gedaagde] te veroordelen tot: a. het betalen aan Insightsecure van € 1.835,- aan huurachterstand, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de facturen; b. nakoming van de huurovereenkomst tot en met 15 augustus 2029; c. de kosten van de procedure; Subsidiair d. ontbinding van de huurovereenkomst; alsmede [gedaagde] te veroordelen tot: e. het voldoen van alle vorderingen die voortvloeien uit het niet nakomen van de overeenkomst conform artikel 5.3 van de algemene voorwaarden tot en met 15 augustus 2029; f. het inleveren van de gehuurde componenten binnen 14 dagen op straffe van een dwangsom, alle onderdelen die niet worden ingeleverd of defect zijn, dient [gedaagde] aan Insightsecure te vergoeden; g. het betalen van een bedrag ter hoogte van alle resterende huurtermijnen tot en met 15 augustus 2029, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de facturen; h. de kosten van de procedure. 3.
- Primair baseert Insightsecure haar vordering op nakoming van de huurovereenkomst. De overeenkomst is - conform de overeengekomen algemene voorwaarden - stilzwijgend verlengd met 60 maanden en loopt nog door tot en met 15 augustus
- [gedaagde] heeft de huurovereenkomst immers te laat opgezegd. Subsidiair legt Insightsecure aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] in gebreke blijft zijn betalingsverplichting uit de huurovereenkomst na te komen. Insightsecure vordert dan ook ontbinding van de huurovereenkomst vanwege deze tekortkoming en ook betaling van alle resterende termijnen tot het einde van de looptijd van de huurovereenkomst. 3.
- [gedaagde] voert verweer. Hij doet een beroep op vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden. Hij heeft geen redelijke mogelijkheid gehad om kennis te nemen van de algemene voorwaarden. Deze algemene voorwaarden stonden niet vermeld op de achterzijde van de overeenkomst. Daarnaast is ook de inhoud van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend en zijn die dus vernietigbaar. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Uit de huurovereenkomst blijkt dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden tussen partijen is overeengekomen. Dit volgt uit de laatste alinea van de huurovereenkomst waarin onder meer staat dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. 4.
- Het verweer van [gedaagde] dat hij niet de redelijke mogelijkheid heeft gehad om kennis te nemen van deze algemene voorwaarden slaagt. [gedaagde] heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling een huurovereenkomst gedeponeerd waarop zijn handtekening staat. Op de achterzijde van deze overeenkomst staan geen algemene voorwaarden vermeld hoewel daar in de huurovereenkomst wel naar wordt verwezen. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van Insightsecure hierover verklaard dat het ook wel voorkwam dat de algemene voorwaarden niet op de achterzijde van de overeenkomst stonden, maar dat ze op een los papier aan de klant werden gegeven. Omdat Insightsecure deze stelling niet nader heeft onderbouwd, komt hiermee niet vast te staan dat de algemene voorwaarden op deze wijze aan [gedaagde] zijn verstrekt. Daarnaast verwijst Insightsecure naar een eerdere huurovereenkomst gesloten tussen partijen op 5 februari 2015 waarin eveneens een verwijzing staat naar de algemene voorwaarden. Naast het feit dat [gedaagde] betwist dat zijn handtekening op deze overeenkomst staat, blijkt uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel (productie 1 bij conclusie van antwoord) dat Insightsecure pas op 29 november 2016 is opgericht. Wat hier ook van zij, zonder nadere toelichting komt ook hiermee niet vast te staan dat [gedaagde] kennis heeft kunnen nemen van de algemene voorwaarden. Tot slot kan ook uit de niet onderbouwde mededeling van de vertegenwoordiger van Insightsecure dat partijen al 20 jaar lang zaken doen niet de conclusie worden getrokken dat [gedaagde] op de hoogte was van de algemene voorwaarden. 4.
- Afgezien van het voorgaande heeft [gedaagde] ook een beroep gedaan op vernietiging van artikel 5.1 van de algemene voorwaarden. Ook dit beroep slaagt. Partijen hebben een overeenkomst gesloten voor 36 maanden. Uit artikel 5.1 van de algemene voorwaarden volgt dat de opzegtermijn voor deze overeenkomst 14 maanden bedraagt. Deze termijn is onredelijk lang gezien de looptijd van de overeenkomst. Verder volgt uit hetzelfde artikel dat de looptijd van de overeenkomst stilzwijgend wordt verlengd met een periode van vijf jaar tenzij de overeenkomst tijdig is opgezegd. Voor een overeenkomst die in eerste instantie is aangegaan voor 36 maanden is een stilzwijgende verlenging van vijf jaar eveneens onredelijk lang. Vooral ook omdat vast is komen te staan dat [gedaagde] een kleine ondernemer is. De opzegtermijn en ook de termijn waarmee de overeenkomst stilzwijgend wordt verlengd, wijken aanzienlijk af van de termijnen waar een consument - conform de wettelijke bepalingen - een beroep op kan doen. Ter zitting heeft Insightsecure geen gerechtvaardigde grond aangevoerd voor het opnemen van deze zeer lange termijnen in haar algemene voorwaarden. 4.
- Omdat de huurovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, is de huur door het verstrijken van de looptijd op 15 augustus 2024 geëindigd. Vast staat dat [gedaagde] tot die datum de huur heeft betaald. De primaire vorderingen zijn dan ook niet toewijsbaar. Ook de subsidiaire vorderingen komen niet voor toewijzing in aanmerking, de huurovereenkomst bestaat immers niet meer. Wel moet [gedaagde] op redelijke wijze zijn medewerking verlenen aan het laten ophalen van de apparatuur die destijds door Insightsecure ter beschikking is gesteld. Hierover dienen partijen in onderling overleg een afspraak te maken. 4.
- Insightsecure is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden vastgesteld op: - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 510,00 5De beslissing De kantonrechter 5.
- wijst de vorderingen van Insightsecure af; 5.
- veroordeelt Insightsecure in de proceskosten, waarbij die kosten van [gedaagde] zijn vastgesteld op € 510,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Insightsecure niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
- verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2025.