RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11869117 \ CV EXPL 25-4391 Vonnis van 18 februari 2026 in de zaak van ZOMA OPLEIDINGEN OOST BV, te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: ZoMa , gemachtigde: mr. S. Boes, tegen [gedaagde] , te [plaats 2] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De zaak in het kort 1.
- [gedaagde] heeft zich bij ZoMa ingeschreven voor een tweejarige hbo-opleiding tot Holistisch therapeut. Deze opleiding kost € 4.250,00 en mag betaald worden in 25 termijnen. Door een rommelige start mist [gedaagde] een deel van de eerste lesdagen. Ook betaalt zij de termijnbedragen niet. Partijen spreken over het opnieuw starten van de opleiding. [gedaagde] laat echter na om de betalingsachterstand te voldoen. Zij start niet opnieuw met de opleiding en maakt deze ook niet af. ZoMa vordert betaling van het lesgeld. De vordering wordt door de kantonrechter toegewezen. [gedaagde] heeft geen omstandigheden aangevoerd die haar van haar betalingsverplichting ontslaan. Zij is dan ook gehouden de kosten voor de opleiding te betalen. 2De procedure 2.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 29 augustus 2025;- de mondelinge conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek. 2.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 3De feiten 3.
- ZoMa is een opleidingsinstituut. [gedaagde] heeft zich bij ZoMa ingeschreven voor de tweejarige hbo-opleiding tot holistisch therapeut/coach. De kosten voor deze opleiding zijn € 4.250,
- 3.
- [gedaagde] heeft ervoor gekozen de kosten voor de opleiding in 25 termijnen van € 176,00 te betalen, startende in de maand voorafgaand aan de start van de opleiding. Doordat ervoor is gekozen om in termijnen te betalen, zijn administratiekosten van € 150,00 verschuldigd. Op 1 september 2023 ontvangt [gedaagde] de eerste factuur. 3.
- De opleiding start op 13 september
- Tijdens de 1e lesdag wordt het [gedaagde] duidelijk dat zij voor het starten van de tweejarige opleiding twee andere verplichte cursussen had moeten volgen. Dit stond vermeld op de website van ZoMa . Na overleg met ZoMa wordt afgesproken dat deze cursussen ingepland worden tussen de andere lesdagen door. 3.
- Het volgen van deze cursussen gaat geheel niet volgens planning en [gedaagde] mist een aantal lesdagen. Begin januari 2024 hebben partijen daarover telefonisch contact. Er wordt gesproken over de mogelijkheid om te starten in een nieuwe groep. Ook geeft ZoMa aan dat [gedaagde] een betalingsachterstand heeft. Op dat moment is alleen de eerste betaaltermijn voldaan. 3.
- Per e-mail van 25 januari 2024 komt ZoMa terug op de mogelijkheid om de opleiding te starten in een nieuwe groep. ZoMa spreekt daarover haar twijfels uit. Zij geeft aan dat de communicatie tijdens de opleiding met [gedaagde] niet goed is verlopen. [gedaagde] heeft zich niet tijdig afgemeld voor een aantal lesdagen. Ook is de deelname aan de twee benodigde cursussen niet prettig verlopen volgens ZoMa . 3.
- Op 7 februari 2024 heeft [gedaagde] telefonisch contact met de hoofdtrainer van ZoMa . Diezelfde dag stuurt ZoMa een e-mail met hetgeen telefonisch is besproken. ZoMa geeft aan een herstart te overwegen, maar dan zal eerst een deel van de betalingsachterstand afgelost moeten worden. ZoMa wil ook duidelijke afspraken maken over het commitment van [gedaagde] . 3.
- Op 22 februari 2024 geeft ZoMa per e-mail aan dat zij financiële voorwaarden stelt aan de herstart. Op dat moment zijn de termijnen voor de periode 13 september 2023 tot en met 16 februari 2024 verschuldigd (6 termijnen). Hiervan is één termijn voldaan. [gedaagde] moet de achterstand van € 880,00 voldoen, voordat zij opnieuw kan starten. Als extra voorwaarde stelt ZoMa dat het restantbedrag van de gehele opleiding volledig moet worden voldaan als [gedaagde] nog een keer een termijnbedrag mist. 3.
- In de periode dat tussen partijen overleg plaatsvindt over de herstart, heeft de financiële afdeling van ZoMa op 4 januari 2024, 15 februari 2024 en 5 maart 2024 ook betalingsherinneringen gestuurd aan [gedaagde] . Zij voldoet de achterstand niet en laat niets van zich horen. 3.
- ZoMa schakelt in maart 2025 een gemachtigde in om de betalingsachterstand te incasseren. ZoMa heeft op 6 maart 2025, 17 maart 2025, 19 maart 2025, 9 april 2025 en 16 april 2025 aanmaningen verstuurd aan [gedaagde] . [gedaagde] betaalt echter niet. 4Het geschil 4.
- ZoMa vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 4.224,00, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 april 2025 en kosten (buitengerechtelijke incassokosten, de kosten van de procedure en nakosten). ZoMa legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] bij haar een tweejarige hbo-opleiding heeft afgenomen en tekort is geschoten in haar betalingsverplichting. [gedaagde] heeft ondanks verschillende herinneringen nagelaten de openstaande facturen te voldoen. 4.
- [gedaagde] voert verweer. Zij geeft aan dat zij niet kon starten met de opleiding, omdat zij eerst twee andere cursussen moest doen. Daardoor heeft zij veel lessen gemist en mocht zij niet meer meedoen aan de tweejarige opleiding. Ze vindt dat ze niet toegelaten had mogen worden tot de opleiding, als zij eerst de twee cursussen had moeten doen. Ze wil de rekeningen betalen, maar dan wil zij ook de opleiding kunnen volgen. 4.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling Kosten opleiding moeten betaald worden 5.
- Het gaat hier om de vraag of [gedaagde] gehouden is het bedrag van € 4.224,00 te betalen. [gedaagde] heeft niet betwist dat zij zich heeft ingeschreven voor de tweejarige opleiding en dat zij ervoor gekozen heeft de opleidingskosten in 25 termijnen te betalen. Deze 25 termijnen zijn ingegaan in september 2023 en inmiddels allemaal verstreken. Zij heeft slechts één termijnbetaling voldaan. De hoogte van de vordering is door [gedaagde] ook niet betwist. Dit betekent dat zij in beginsel gehouden is de factuur voor de opleiding te betalen. 5.
- Aan het verweer van [gedaagde] dat zij niet kon starten met de opleiding, omdat zij eerst twee andere cursussen moest doen, wordt voorbijgegaan. De kantonrechter stelt vast dat deze voorwaarde uiteindelijk geen beletsel is geweest voor het starten van de opleiding. ZoMa heeft [gedaagde] namelijk de mogelijkheid geboden deze cursussen te volgen terwijl zij al was gestart met de opleiding. Dit heeft er dus uiteindelijk niet toe geleid dat [gedaagde] niet aan de opleiding mocht beginnen. Dat [gedaagde] uiteindelijk door omstandigheden lessen heeft gemist, maakt niet dat zij wordt ontslagen van haar betalingsverplichting. Het betreft namelijk persoonlijke omstandigheden die voor rekening en risico van [gedaagde] komen. Daarbij komt dat ZoMa meerdere malen heeft geprobeerd om met [gedaagde] afspraken te maken om te bezien of zij toch nog kon starten met de opleiding in een nieuwe groep. Echter, daar [gedaagde] de achterstallige termijnen niet betaalde en gelet op de moeizame communicatie is dit uiteindelijk niet van de grond gekomen. 5.
- Het voorgaande betekent dat [gedaagde] de factuur moet betalen en dat de gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen. Buitengerechtelijke incassokosten 5.
- ZoMa vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. 5.5.Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] in verzuim verkeerde toen de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW werd verstuurd, terwijl artikel 6:96 lid 6 BW dat wel verlangt. Bij de aanmaning van 5 maart 2024 geeft ZoMa voor het eerst aan dat [gedaagde] bijkomende kosten moet betalen als de vordering uit handen wordt gegeven. Op dat moment was het volledige bedrag nog niet opeisbaar. Er waren op dat moment nog geen 25 termijnen verstreken. [gedaagde] verkeerde dus slechts voor een deel van de termijnbetalingen in verzuim. Ook is in deze aanmaning, of enige aanmaning daarna, geen betalingstermijn van veertien dagen gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagde] . Ook dit is een vereiste. Er is dus niet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW voldaan. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden afgewezen. De wettelijke rente 5.
- De gevorderde rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen met ingang van de verzuimdatum van de maandelijkse termijnbetalingen. Eiser vordert rente over de gehele hoofdsom met ingang van 3 april
- Op dat moment waren echter nog niet alle 25 betaaltermijnen verstreken en verkeerde [gedaagde] slechts voor een deel van de betaaltermijnen in verzuim. De gevorderde rente vanaf 3 april 2025 is dan ook niet toewijsbaar en daarom wordt uitsluitend de rente vanaf de datum waarin [gedaagde] met betaling van de termijnbedragen in verzuim verkeerde toegewezen. De gevorderde rente vanaf 3 april 2025 is dan ook niet toewijsbaar en daarom wordt uitsluitend de rente vanaf de datum van dagvaarding toegewezen. De proceskosten 5.
- [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ZoMa worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 145,45 - griffierecht € 514,00 - salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten × € 288,00) - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.379,45 6De beslissing De kantonrechter 6.
- veroordeelt [gedaagde] om aan ZoMa te betalen een bedrag van € 4.224,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf de respectievelijke data van opeisbaarheid van de termijnbedragen tot aan de dag der algehele voldoening; 6.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.379,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 6.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 6.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van Sprundel-Jansen en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.