← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:1091

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443492 / JE RK 25-2317 Datum uitspraak: 21 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over vervangende toestemming medische behandeling in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] , advocaat: mr. D. Boudrad uit Gilze, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. P.F.M. Gulickx uit Breda. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 december 2025; het stelbericht van mr. Gulickx van 31 december 2025; het stelbericht van mr. Boudrad van 2 januari
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 januari
  4. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord: - de vader met zijn advocaat; - de moeder met haar advocaat; - twee vertegenwoordigers van de GI. 1.
  5. Gelet op de nauwe samenhang tussen het verzoek van de GI in deze zaak en het (resterende) verzoek in de zaak met kenmerk C/02/443322 / JE RK 25/2283, zijn de verzoeken gelijktijdig behandeld. In beide zaken is bij separate beschikking beslist. 2De feiten 2.
  6. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  7. Bij beschikking van 9 oktober 2024 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Sindsdien is die maatregel steeds verlengd. Laatstelijk, bij beschikking van 6 november 2025, heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 9 november 2025 tot 9 oktober
  8. 2.
  9. De vader heeft toestemming geweigerd voor de medische behandeling van [minderjarige] . 2.
  10. De kinderrechter heeft bij beschikking van 21 januari 2026 een machtiging tot uithuisplaatsing verleend om [minderjarige] dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte accommodatie met ingang van 22 januari 2026 tot 9 oktober
  11. 3Het verzoek 3.
  12. De GI verzoekt vervangende toestemming te verlenen voor de medische behandeling van [minderjarige] , te weten: een plaatsing van [minderjarige] met de moeder bij [accommodatie] . De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4Het standpunt van de GI 4.
  13. Gelet op het recente verzoek ten aanzien van de uithuisplaatsing van [minderjarige] heeft de GI het onderhavige verzoek op de zitting ingetrokken. 5De beoordeling 5.
  14. Nu de GI het verzoek heeft ingetrokken, is het belang bij een verdere behandeling van dat verzoek komen te vervallen. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. 5.
  15. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  16. wijst het verzoek af. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari
  17. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.