RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/442882 / JE RK 25-2210 Datum uitspraak: 23 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat mr. S.O. Zengin uit ’s Gravenhage. De kinderrechter merkt als informanten aan: [de pleegouders] , wonende in [woonplaats 2] , hierna te noemen: de pleegouders. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 december 2025; het schriftelijke standpunt van de moeder ingediend door de advocaat op 19 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari
- Daarbij waren aanwezig: - de moeder met haar advocaat; - een vertegenwoordigster van de GI; - de pleegouders. Tevens was aanwezig [begeleidster van de moeder] vanuit [zorginstelling] . Aan haar is bijzondere toegang verleend. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- De kinderrechter van deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 januari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 28 januari
- 2.
- Op 18 juli 2025 heeft de kinderrechter van deze rechtbank de machtiging om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening van pleegzorg verlengd met ingang van 28 juli 2025 tot 28 januari
- 2.
- [minderjarige] verblijft op basis van voorgaande machtiging in een voorziening voor pleegzorg. 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. 3.
- Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van zes maanden. 3.
- De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
- Namens de GI is in de overgelegde stukken en tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat de doelen in de afgelopen periode onvoldoende zijn gehaald. De reden dat er geen vooruitgang is geboekt ligt bij de GI. Er is gedurende een periode geen jeugdzorgwerker beschikbaar geweest. Aankomende week start een ervaren jeugdbeschermer. Zij gaat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing begeleiden. Met het oog op het opgestelde stappenplan, de leeftijd van [minderjarige] en het feit dat [minderjarige] vanaf vijf jaar leerplichtig is, dient er zo spoedig mogelijk duidelijkheid te komen over het opgroeiperspectief van [minderjarige] . Vooralsnog is het streven dat [minderjarige] thuis gaat wonen. Hiervoor is intensieve hulpverlening noodzakelijk. Op dit moment is een thuisplaatsing nog niet aan de orde. De ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] is vooralsnog gelegen in het ontbreken van basisveiligheid en stabiliteit. Gezien wordt dat de onderlinge communicatie tussen de pleegouders en de moeder moeizaam verloopt. De moeder vindt het ingewikkeld dat de pleegouders korte antwoorden geven op haar vragen. De pleegouders geven aan soms druk te zijn, waardoor zij niet altijd kunnen antwoorden. In de komende periode dient hier aandacht voor te zijn. Het is positief dat de moeder in contact staat met de GI. Zij doet haar best om haar relatie met [minderjarige] te herstellen. Tegelijkertijd moet zij hard aan de slag met haar eigen verleden. In de komende periode moet gemonitord worden of de moeder alle ballen in de lucht kan houden. De moeder vindt het ingewikkeld om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken en vertrouwen te hebben in haar eigen handelen als moeder. Daarnaast is de moeder onlangs gaan samenwonen met haar partner en kort geleden bevallen van een tweede kindje. De GI zal het gesprek met de moeder aangaan, nu zij de wens heeft uitgesproken dat haar partner aanwezig is bij de omgangsmomenten met [minderjarige] . [minderjarige] lijkt angst voor mannen te hebben. Meermaals wordt benadrukt dat er binnen zes maanden gewerkt kan worden aan een thuisplaatsing van [minderjarige] . Indien blijkt dat de thuisplaatsing toch niet haalbaar is, kan eventueel om een verlenging van de uithuisplaatsing worden verzocht. In de komende week neemt de jeugdzorgwerker contact met de moeder op en zal opnieuw gestart worden met het uitvoeren van het stappenplan. 4.
- Door en namens de moeder is in aanvulling op het schriftelijk standpunt naar voren gebracht dat zij kan instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder is van mening dat de beschermingsmaatregelen niet langer mogen duren dan noodzakelijk, ondanks organisatorische problemen bij de GI. Het perspectief kan nog niet worden bepaald, nu uitbreiding in de omgang en verbetering in de contacten is gestagneerd door afwezigheid van een jeugdbeschermer. Sinds 18 november 2025 krijgt de moeder geen reactie meer van de GI. Daarnaast is de geplande afspraak omtrent een groot overleg in januari 2026 geannuleerd door de GI, omdat zij niemand beschikbaar hebben die de jeugdbeschermer kan vervangen. De moeder betreurt deze gang van zaken. Eerder heeft de GI een stappenplan opgesteld. Ondanks de actieve inzet van de moeder is dit stappenplan wegens de afwezigheid van de GI niet uitvoerbaar. De moeder is blij met de ondersteuning van [zorgaanbieder] . De moeder ziet op de spaarzame omgangsmomenten dat [minderjarige] vooruitgang toont in zijn ontwikkeling. [minderjarige] is enthousiast richting de moeder en accepteert de grenzen die de moeder stelt. Ondanks dat de communicatie vanuit de moeder al beter verloopt, beseft zij dat zij zich nog in een leerproces bevindt. Ook beseft de moeder inmiddels dat de pleegouders het druk hebben en dat zij daardoor soms wat kortere reacties terugsturen. Het is fijn dat er inmiddels een jeugdbeschermer is gevonden en dat de zaak snel wordt opgepakt om niet nog meer vertraging op te lopen. Benadrukt wordt dat de moeder hoopt dat er snel uitvoering aan de vervolgstappen in het stappenplan wordt gegeven en dat hierbij rekening wordt gehouden met de situatie dat de moeder een tweede kindje heeft gekregen. 4.
- Door de pleegouders is naar voren gebracht dat [minderjarige] het goed. De pleegouders weten hoe zij met [minderjarige] om moeten gaan. Ook op de voorschoolse opvang en op school wordt gezien dat het goed gaat met [minderjarige] . Hij kan daar weleens boos worden, maar gaat dan zelf al even apart zitten als hij dit voelt aankomen. [minderjarige] is redelijk goed teruggekomen van het laatste omgangsmoment met de moeder. In een nacht werd hij wakker en was hij bang dat de pleegouders hem hadden verlaten. De communicatie vanuit de GI verloopt rommelig en het nemen van besluiten duurt lang. [minderjarige] heeft duidelijkheid nodig en ervaart last van de wisselingen vanuit de begeleiding. 5De beoordeling Ondertoezichtstelling 5.
- Op grond van artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 5.
- Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. 5.
- Uit de overgelegde stukken en uit de mondelinge behandeling blijkt dat de zorgen over [minderjarige] in de afgelopen periode niet zijn afgenomen en de ontwikkelingsbedreiging niet is weggenomen. Dit heeft voornamelijk te maken met het ontbreken van een jeugdbeschermer vanuit de GI. Hierdoor is het proces gestagneerd en konden geen vervolgstappen van het stappenplan worden genomen. Met de komst van een vaste, ervaren jeugdbeschermer vertrouwt de kinderrechter erop dat nu gewerkt gaat worden aan het realiseren van de doelen van de ondertoezichtstelling. Alle partijen kunnen instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling. 5.
- Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] . De kinderrechter zal het (niet weersproken) verzoek toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen met ingang van 28 januari 2026 tot 28 januari
- Machtiging tot uithuisplaatsing 5.
- Op grond van artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. 5.
- Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar. 5.
- Door het uitvallen van de jeugdbeschermer is er in de afgelopen periode niet voldoende zicht gekomen op een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder. Om tot een terugplaatsing van [minderjarige] te komen is het belangrijk dat de GI spoedig aan de slag gaat met het eerder geformuleerde stappenplan. Gelet op de jonge leeftijd van [minderjarige] is het van belang dat hij snel duidelijkheid krijgt over zijn perspectief. Een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is daarom noodzakelijk. 5.
- Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] . De kinderrechter zal het verzoek, zoals verzocht, toewijzen en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verlengen met ingang van 28 januari 2026 tot 28 juli
- Uitvoerbaar bij voorraad 5.
- De kinderrechter zal, gelet op de aard van de maatregelen, de toegewezen beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de GI. Dat betekent dat die beslissing moet worden gevolgd, ook als er daartegen hoger beroep wordt ingesteld. 5.
- Dit leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 28 januari 2026 tot 28 januari 2027; 6.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 28 januari 2026 tot 28 juli 2026; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Oonincx als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.