RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443427 / JE RK 25-2306 Datum uitspraak: 23 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO ZUIDWEST NEDERLAND, locatie Breda , hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats 1] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats 2] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats] . De kinderrechter merkt als informant aan: WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI). 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 december 2025; het bericht van [minderjarige 1] van 15 januari 2026; het bericht van [minderjarige 2] van 15 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari
- Daarbij waren aanwezig: - de vader en de moeder zijn bijgestaan door de heer [naam] , tolk in de Koerdische taal; - een vertegenwoordigster van de Raad; - een vertegenwoordigster van de GI. 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de kinderrechter per brief geïnformeerd dat zij niet naar het kindgesprek komen omdat zij dingen voor school te doen hebben en de vader hen niet kan brengen omdat hij moet werken. 2De feiten 2.
- De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de ouders. 3Het verzoek 3.
- De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
- Door de Raad is in de overgelegde stukken en tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat, ondanks de liefde van de ouders voor de kinderen, de zorgen groot zijn. De kinderen worden door de moeder geslagen en zijn getuige van huiselijk geweld tussen de ouders. De moeder voelt zich ongelukkig en eenzaam na haar vlucht uit Irak. Mogelijk is er sprake van een trauma. De moeder is richting de kinderen heel beschermend en controlerend. Zij is angstig dat de kinderen iets overkomt. Vanwege deze angst lukt het de moeder niet de kinderen de ruimte te bieden die zij juist nodig hebben om zich los te maken van de ouders en zich verder te ontwikkelen. De ouders zitten niet op één lijn als het gaat om de opvoeding van de kinderen. Dit zorgt voor spanning en ruzie tussen de ouders waar de kinderen bij zijn. De moeder draagt de zorg over de opvoeding en de verzorging van de kinderen. De vader wil de moeder ontlasten, maar de moeder laat dit niet toe, omdat zij de opvoeding helemaal zelf wil doen. De vader bagatelliseert de problematiek binnen het gezin. Het is een grote zorg dat de ouders de problemen die zij ervaren in de opvoeding volledig toeschrijven aan het moeilijke gedrag van [minderjarige 1] en het onvermogen van Veilig Thuis om hen te helpen. Het ontbreekt de ouders hierbij aan zelfinzicht. De ouders zijn onmachtig. [minderjarige 1] vraagt in verband met haar pittige gedrag (luistert vaak niet goed en lijkt ongevoelig voor pogingen tot verbindingen) meer dan gemiddeld van de ouders. De moeder voelt zich machteloos in de opvoeding van [minderjarige 1] . De moeder heeft verschillende manieren geprobeerd om [minderjarige 1] te laten luisteren, maar niets helpt. [minderjarige 1] geeft aan dat er thuis ruzies ontstaan, omdat zij niet zelf mag bepalen welke kleding zij aantrekt, hoe zij haar haren doet en welke make-up zij draagt. Daarnaast mag zij maar weinig naar buiten en is er ruzie over het eten. De ouders lijken beperkt inzicht te hebben in de manier van leren van [minderjarige 1] . [minderjarige 1] voelt zich door de ouders en de school niet gehoord en gezien. Bij [minderjarige 2] wordt gezien dat zij zich moeilijk kan concentreren. Dit komt wellicht door alle spanningen binnen het gezin. De ouders hebben uitgesproken open te staan voor hulpverlening, maar de ouders schamen zich voor de thuissituatie. Hierom willen de ouders geen hulpverlening over de vloer. Het gevolg hiervan is dat er geen zicht komt op de gezinsdynamiek. Tevens wordt ambivalentie waargenomen omtrent het aanvaarden van hulpverlening. Ook wordt gezien dat de ouders weinig doen met de adviezen die zijn gegeven door hulpverleningsinstanties. 4.
- Door de vader is naar voren gebracht dat hij niet kan instemmen met een ondertoezichtstelling. Indien de vader door de wetgeving wordt gedwongen zich aan de ondertoezichtstelling te houden zal hij dit doen. De ouders willen het beste voor de kinderen. De vader heeft geen problemen met het opvoeden van de kinderen. Het contact tussen de moeder en de kinderen verloopt minder stabiel. 4.
- Door de moeder is naar voren gebracht dat zij het verzoek van de Raad begrijpt. De moeder kan instemmen met een ondertoezichtstelling. Zij staat open voor het ontvangen van hulp bij het opvoeden van de kinderen. Door de hulp wordt de moeder sterker en kan zij de kinderen beter ondersteunen. Het is voor de moeder heel belangrijk dat de kinderen het goed doen, zich goed gedragen en luisteren naar de docenten op school. [minderjarige 2] is wat rustiger dan [minderjarige 1] . De moeder wil de kinderen niet verliezen. 4.
- Door de GI is naar voren gebracht dat er zorgen zijn binnen het gezin. In de komende periode kan de GI onder andere inzetten op een stukje zorg voor de kinderen. Daarnaast zal inzicht in het gezin moeten komen, dient er aandacht voor communicatie binnen het gezin te zijn en dient onderzocht te worden waar de pijn en problematiek bij de moeder vandaan komt. De hiervoor door de Raad gestelde doelen zijn helder en passend. Deze jeugdbeschermer heeft ervaring met culturele sensitieve organisaties door haar jarenlange ervaring als medewerker van vluchttelingenwerk. Zij kent de ingangen om spoedig aan de slag te gaan met passende hulpverlening. De jeugdbeschermer weet veel over het Midden-Oosten en wat belangrijk is voor mensen met een culturele achtergrond van het Midden-Oosten. Zij denkt daarom dat er een goede match kan ontstaan tussen het gezin en de jeugdbeschermer. De jeugdbeschermer kan direct met het gezin aan de slag gaan. 5De beoordeling 5.
- Op grond van artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 5.
- Uit de overgelegde stukken en hetgeen bij mondelinge behandeling ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat er grote zorgen zijn over de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De kinderen worden door de moeder geslagen en zijn getuigen van huiselijk geweld tussen de ouders. De moeder kampt mogelijk met een trauma. Daarnaast zitten de ouders niet op één lijn als het gaat om de opvoeding van de kinderen. Dit zorgt voor spanning en ruzie tussen de ouders waar de kinderen getuige van zijn. [minderjarige 1] vraagt in verband met haar pittige gedrag meer dan gemiddeld van de ouders. De ouders lijken hierin onmachtig. [minderjarige 1] voelt zich door de ouders en de school niet gehoord en gezien. 5.
- Hulpverlening in het vrijwillige kader kan vooralsnog niet plaatsvinden. De ouders geven weliswaar aan open te staan voor hulpverlening, maar zij schamen zich voor de ontstane situatie. Hierdoor willen de ouders niet dat de hulpverlening thuis komt. Overige hulpverlening komt tot op heden evenmin van de grond, onder andere omdat sprake is van ambivalentie omtrent het accepteren van hulpverlening. De ouders doen weinig met de adviezen van de hulpverlening. 5.
- Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De kinderrechter zal het verzoek toewijzen voor de verzochte duur en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht stellen van de GI, met ingang van 23 januari 2026 tot 23 januari
- 5.
- Als doelen waaraan tijdens de ondertoezichtstelling in het kader van de ernstige bedreigde ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gewerkt moet worden, worden aangemerkt: - [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een veilige en stabiele omgeving waar geen sprake is van straffen door middel van slaan en schreeuwen; - [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden niet geconfronteerd met ruzies/geweld/spanningen tussen de ouders; - De moeder heeft vat op haar persoonlijke problemen, haar draagkracht- draaglast is in balans, zodat zij een voorspelbare, betrouwbare en evenwichtige opvoeder kan zijn voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ; - De ouders bieden passende grenzen, zodat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zich passend bij hun leeftijd kunnen ontwikkelen; - [minderjarige 1] accepteert de grenzen en regels binnen de opvoedingssituatie ouders; - [minderjarige 1] voelt zich gehoord op school en kan meekomen rekening houdend met haar mogelijkheden. 5.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.
- Dit leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 23 januari 2026 tot 23 januari 2027; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Oonincx als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.