← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:1193

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444200 / JE RK 26-105 Zaaknummer: C/02/444274 / JE RK 26-122 Datum uitspraak: 28 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] (België), hierna te noemen [minderjarige] , advocaat: mr. M. Kalle te Middelburg. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats 1] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats 2] . 1Het verloop van de procedures 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van de kinderrechter van 20 januari 2026 en de daarin vermelde stukken; - de brief van de GI d.d. 26 januari 2026; - de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper d.d. 27 januari
  2. 1.
  3. Aan [minderjarige] is als advocaat toegevoegd mr. M. Kalle te Middelburg. 1.
  4. Op 28 januari 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: [minderjarige] (gedeeltelijk afzonderlijk), bijgestaan door mr. Kalle; de moeder, de vader, een vertegenwoordigster van de GI.
  5. De feiten 2.
  6. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  7. Bij beschikking van 4 april 2019 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 4 april 2019 en tot 4 april
  8. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot [geboortedag]
  9. 2.
  10. De kinderrechter heeft bij beschikking van 4 november 2020 een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 4 november 2020 en tot 4 oktober
  11. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 8 april 2026, onder aanhouding van het restant. 2.
  12. Bij beschikking van 20 januari 2026 heeft de kinderrechter zonder het horen van de belanghebbenden een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 20 januari 2026 en tot 3 februari
  13. Het resterende deel van het hiertoe strekkende verzoek alsmede het reguliere verzoek ten behoeve van gesloten jeugdhulp zijn aangehouden. 2.
  14. Ondanks de voornoemde spoedmachtiging verblijft [minderjarige] op dit moment op [zorginstelling 1] . 3De verzoeken C/02/444200 / JE RK 26-105 3.
  15. De GI verzoekt een spoedmachtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van vier weken. C/02/444274 / JE RK 26-122 3.
  16. Tevens is verzocht om aansluitend een machtiging te verlenen voor verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. 3.
  17. De kinderrechter heeft reeds deels beslist op de voornoemde verzoeken. Thans ligt ter beoordeling voor of er nieuwe feiten en omstandigheden zijn die maken dat de reeds verleende (spoed)machtiging gesloten jeugdzorg met ingang van heden moet worden herroepen, alsook het resterende deel van het verzoek ten aanzien van die spoedmachtiging, te weten voor de overige twee weken, en het verzoek strekkende tot de reguliere machtiging gesloten jeugdzorg voor de duur van zes maanden. 4De standpunten 4.1 De GI handhaaft haar verzoeken, ondanks dat zij tot op heden nog geen plaatsing heeft kunnen realiseren. [minderjarige] laat namelijk sinds augustus 2025 steeds zorgelijker gedrag zien. Op de momenten dat haar hoofd vol zit, lukt het [minderjarige] niet om zich begeleidbaar op te stellen. [minderjarige] kent dan negatieve gedachten, loopt dan weg en begeeft zich dan in risicovolle situaties. Dit patroon baart iedereen grote zorgen en wordt in toenemende mate gezien. Vanuit de ouders is [minderjarige] eerder bij [zorgboerderij] geplaatst. Hier lukte het niet om voldoende aan te sluiten bij de problemen die [minderjarige] ervaart. Sinds eind december verblijft [minderjarige] op [zorginstelling 1] omdat volgens [hulpverlening] geen sprake is van een psychiatrische stoornis, waardoor een opname daar niet mogelijk is. [minderjarige] laat bij [zorginstelling 1] een toename in ernst en frequentie van zorgwekkend gedrag zien. Zo loopt [minderjarige] met regelmaat weg en wordt dan gevonden op het spoor of een brug en waarbij het geregeld voorkomt dat de situatie dermate escaleert dat [minderjarige] naar [hulpverlening] moet worden overgebracht. Ondanks de 1-op1-begeleiding bij [zorginstelling 1] lukt het niet om het patroon dat [minderjarige] laat zien te doorbreken. [minderjarige] heeft duidelijke kaders nodig en een plek waar zij tot rust kan komen, zonder dat zij zich kan onttrekken. De situatie is onhoudbaar voor [minderjarige] . De GI heeft daarom met spoed een machtiging gesloten jeugdzorg verzocht. Helaas heeft [jeugdzorginstelling] te kennen gegeven vol te zitten. Zij kunnen ook niet aangegeven wanneer verwacht wordt dat er een plek vrij komt. De GI heeft dit wel nodig om een plan te maken ter overbrugging en heeft inmiddels zelfs hiervoor de inkooporganisatie ingeschakeld en de aandacht van het management gevraagd. Tot op heden is er geen enkel zicht op een passende plek voor [minderjarige] , ook niet in de rest van het land. De GI heeft inmiddels aanvragen uitgezet bij onder meer de [zorginstelling 2] en [zorginstelling 3] . De intake bij de [zorginstelling 2] krijgt op 10 februari een vervolg. Deze optie is daardoor nog niet zeker. Een plaatsing bij [zorginstelling 3] is voor nu niet mogelijk vanwege het gedrag dat [minderjarige] laat zien. Inmiddels heeft [hulpverlening] wel aangegeven bereid te zijn om mee te denken in een tijdelijke oplossing voor [minderjarige] door medewerkers van de [klinische behandelaar] diensten te laten draaien op [zorginstelling 1] . Zij kunnen dan de situatie ondervangen zodra zij zien dat het [minderjarige] teveel wordt. De GI zit met de handen in het haar en acht deze situatie absoluut niet in het belang van [minderjarige] . 4.2 [minderjarige] wil graag dat het beter met haar gaat en denkt dat voorspelbaarheid en regels hierbij helpend zijn. [minderjarige] begrijpt het verzoek, al weet zij van zichzelf dat zij het niet meer zo leuk vindt zodra zij gesloten zit. Het liefst wil [minderjarige] thuis bij haar vader wonen, maar zij weet ook dat dit niet lang goed gaat. 4.
  18. Mr. Kalle is vanwege de eerder verzochte zorgmachtigingen al langer betrokken bij [minderjarige] . Hij stelt namens [minderjarige] dat haar situatie zeer zorgelijk is. [hulpverlening] weigert haar op te nemen, omdat de psychiatrische problematiek niet op de voorgrond staat. Met eigen ogen heeft mr. Kalle het tijdens een eerdere zitting zien gebeuren dat dit leidt tot een discussie tussen [hulpverlening] en de GI, waar [minderjarige] , die echt dringend hulp nodig heeft, tussen zit en inmiddels het slachtoffer van is. [minderjarige] weet niet goed meer wat er moet gebeuren. Er zijn momenten dat [minderjarige] het niet meer kan en dat het sterker is dan haarzelf. [minderjarige] kent op die momenten suïcidale gedachten en ze loopt dan weg om rust in haar hoofd te krijgen. [minderjarige] wil het liefst bij haar vader wonen, maar dit is voor nu geen juiste oplossing. Zij denkt dat het goed is dat zij naar het gesloten kader gaat. Ze vindt het niet leuk en zal zeker hiertegen ageren, maar zij vreest dat het anders mis gaat. Nu blijkt dat er ook bij [jeugdzorginstelling] geen plek beschikbaar is voor [minderjarige] en mr. Kalle maakt zich hier ernstige zorgen over. Er moet dringend iets gebeuren, gezien de grote zorgen om het welzijn en de veiligheid van [minderjarige] , maar ook omdat zij bijna 18 jaar wordt. Hij vraagt de kinderrechter daarom de termijn van de te verlenen machtiging te beperken om zodoende vinger aan de pols te houden. 4.4 De vader maakt zich veel zorgen over [minderjarige] . Bij [zorginstelling 1] kan [minderjarige] vrij in- en uitlopen zonder tegengehouden te worden door de begeleiding. De vader is van mening dat [minderjarige] dan beter thuis kan wonen, zodat een van de ouders kan voorkomen dat [minderjarige] wegloopt en zij zich in onveilige situaties begeeft. De vader heeft veel moeite met het verzoek om [minderjarige] in het gesloten kader te plaatsen. Het zal [minderjarige] de bevestiging geven dat zij niet gewenst is. Hij beseft wel dat het zo niet langer kan. [minderjarige] moet dringend hulp krijgen. 4.4 De moeder is het met de vader eens. Inmiddels zijn alle wegen bewandeld. Hoewel zij ook veel moeite heeft met het verzoek van de GI, vindt zij dat de gesloten plaatsing zo snel, maar ook zo kort, als mogelijk ingezet moet worden. [minderjarige] moet rust en duidelijkheid krijgen. 5Beoordeling C/02/444200 / JE RK 26-105 Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp 5.1 Bij beschikking van 20 januari 2026 heeft de kinderrechter zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de duur van twee weken en iedere verdere beslissing aangehouden. De belanghebbenden zijn thans in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. De kinderrechter constateert dat zich geen nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die maken dat deze beslissing moet worden herroepen. 5.2 De kinderrechter zal het restende deel van de verzochte spoedmachtiging gesloten jeugdhulp afwijzen, nu bij deze beschikking zal worden beslist op het eveneens voorliggende reguliere verzoek ten aanzien van de gesloten jeugdhulp. C/02/444274 / JE RK 26-122 Reguliere machtiging gesloten jeugdhulp 5.3 Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter: a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren; b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen. 5.4 Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat aan de voornoemde gronden wordt voldaan. De kinderrechter maakt zich ernstige zorgen over [minderjarige] en haar situatie. [minderjarige] laat in toenemende mate zorgwekkend gedrag zien. Zodra haar hoofd vol zit, kent zij negatieve gedachten en loopt zij weg. Op die momenten zoekt zij steeds gevaarlijke plekken op, zoals het spoor of een brug. De vele incidenten, waarbij het met regelmaat noodzakelijk is gebleken om [minderjarige] over te brengen naar de [klinische behandelaar] , zijn aanleiding geweest voor de spoedbeslissing van 20 januari 2026 om [minderjarige] te laten opnemen in het gesloten kader. De kinderrechter moet echter vaststellen dat tot op heden geen uitvoering is gegeven aan deze beslissing. Dit is buitengewoon zorgelijk, nu het belang van [minderjarige] hiermee ernstig wordt geschaad. De kinderrechter maakt zich grote zorgen over het welzijn en de veiligheid van [minderjarige] , als ook over de discussie die er lijkt te zijn tussen de betrokken instanties over de praktische uitvoering van deze machtiging. De kinderrechter benadrukt dat er sprake is van een zeer dringend en levensbedreigend probleem voor [minderjarige] . Van de betrokken instanties wordt dan ook verwacht dat zij blijk geven de urgentie van de problematiek te onderkennen en zo spoedig mogelijk in samenwerking gaan zorgen voor een passende opvang voor [minderjarige] . Om de situatie te kunnen opvolgen, zal de kinderrechter de machtiging verlenen voor een zeer beperkte periode, te weten een maand, om zodoende de resultaten van de inspanningen die in die periode zijn gedaan ter zitting te bespreken. Nu er een instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper is verkregen voor de duur van zes maanden, behoeft ten behoeve van de volgende zitting geen nieuwe verklaring overgelegd te worden. 6De beslissing De kinderrechter: C/02/444200 / JE RK 26-105 6.
  19. wijst het resterende deel van het spoedverzoek af; C/02/444274 / JE RK 26-122 6.2 verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 28 januari 2026 en tot 28 februari 2026; 6.3 houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek aan tot de zitting van [datum] 2026 te [uur], welke zal plaatsvinden ten overstaan van mr. Duinhof voor de duur van 45 minuten; 6.
  20. bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die zitting voor de GI, [minderjarige] en haar advocaat en beide ouders; 6.
  21. behoudt zich verder iedere beslissing voor. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026 door mr. Duinhof, kinderrechter, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier en op schrift gesteld op 5 februari
  22. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.