← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:133

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/5470 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 januari 2026 in de zaak tussen Stichting [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: [gemachtigde] ), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op het bezwaar tegen het besluit van 5 augustus 2025 inhoudende een wijziging van de uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) van [naam] , een (ex-)werkneemster van eiseres. 1.
  2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk?
  4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval eindigde de beslistermijn op 12 januari
  5. Eiseres heeft het UWV op 17 november 2025 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. 3.
  6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van I. Ambachtsheer, griffier, op 14 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.