RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444490 / JE RK 26-164 Datum uitspraak: 2 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. F. Pool te Rotterdam. De kinderrechter merkt als informant aan: [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt mee in de beoordeling: - het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 28 januari
- 1.
- Op 2 februari 2026 heeft de kinderrechter de zaak behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord: [minderjarige] en haar advocaat, die eerst apart met de kinderrechter hebben gesproken; de moeder en haar advocaat; de vader; twee vertegenwoordigers van de GI; een vertegenwoordigster van de Raad. 1.
- Het verzoek is gelijktijdig behandeld met het verzoek van de Raad in de zaak met kenmerk C/02/444440 FA RK 26-450 en de verzoeken van de GI met kenmerk C/02/4442280 JE RK 26-114 en C/02/444231 JE RK 26-
- In deze zaken wordt een afzonderlijke beschikking afgegeven. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 30 november 2025 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI tot 14 december
- Daarnaast is er een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder zonder gezag, te weten bij de vader, dan wel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 14 december
- 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 11 december 2025 is de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 28 februari
- Het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is afgewezen. 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 17 december 2025 is met spoed, oftewel zonder de belanghebbenden daaraan voorafgaand in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord, een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie dan wel een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 31 december
- 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 30 december 2025 is voormelde machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengd tot 28 februari
- 2.
- Bij de in deze zaak gegeven beschikking van 21 januari 2026 heeft de kinderrechter (zonder het horen van de belanghebbenden) voor [minderjarige] een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 21 januari 2026 tot 4 februari 2026 onder aanhouding van het overige deel van de verzoeken. 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. 3.
- De GI verzoekt aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling in een accommodatie van een jeugdhulpverlener te verlenen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- Daarbij verzoekt de GI op te nemen dat de machtiging tot uithuisplaatsing parallel geldt aan de machtiging gesloten jeugdhulp. 4De beoordeling 4.
- In de zaak met kenmerk C/02/444440 FA RK 26-450 heeft de kinderrechter bij beschikking van heden het gezag van de moeder geschorst. Daarbij heeft de kinderrechter de GI belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige] . Gelet op deze beslissing heeft de GI geen belang meer bij het onderhavige verzoek. De kinderrechter zal dit verzoek dan ook afwijzen. 5De beslissing De kinderrechter: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026, in aanwezigheid van Van Beijsterveldt als griffier, en op schrift gesteld op 6 februari
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.