RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444080 / FA RK 26-275 Datum uitspraak: 2 februari 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1952 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout. 1Het verloop van de procedure 1.
- De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari
- Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; mevrouw [persoon 1] , zorgcoördinator; mevrouw [persoon 2] , specialist ouderengeneeskunde; de heer [persoon 3] , mentor; de heer [persoon 4] , mentor. 1.
- Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord: - de heer [persoon 5] , huisarts in opleiding. 2Wat vaststaat 2.
- Voor betrokkene is mentorschap ingesteld. 3Het verzoek 3.
- Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 4De standpunten 4.
- Betrokkene geeft aan dat het zijn wens is om te vertrekken uit de instelling. Hij is van mening dat hij zijn tijd zit te verknoeien op de afdeling. Daarnaast is betrokkene ervan overtuigd dat het zelfstandig lukt in de thuissituatie. Hij heeft dit immers jarenlang gedaan. 4.
- De zorgcoördinator verklaart dat betrokkene aansturing en de structuur van de afdeling nodig heeft. 4.
- De specialist ouderengeneeskunde voert, samengevat, aan dat erover na is gedacht om het naar huis gaan uit te breiden naar drie dagen per week. Betrokkene vermaakt zich immers in zijn eigen huis goed. Daarentegen is de basis die op de afdeling wordt geboden met de structuur wel heel wenselijk en nodig voor betrokkene. De specialist ouderengeneeskunde is bang dat wanneer betrokkene volledig terug naar huis gaat de structuur misgaat, zoals bijvoorbeeld dat hij vergeet de medicatie voor diabetes in te nemen. Voorts geeft de specialist ouderengeneeskunde aan dat het betrokkene ontbreekt van een steunsysteem wat mede de reden is van zijn verblijf op de afdeling. 4.
- De mentoren van betrokkene geven gezamenlijk aan dat structuur en regelmaat van belang is bij betrokkene en zij niet de benodigde zorg aan betrokkene kunnen leveren. 4.
- De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene wenst liever thuis zijn eigen ding te doen en vindt het verblijf op de afdeling zonde van zijn tijd. 5De beoordeling 5.
- De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.
- Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie vermoedelijk van het type Alzheimer. 5.
- Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene eerder de thuiszorg heeft stopgezet omdat hij van mening is dat hij geen hulp nodig heeft. Bij ontslag naar huis is de verwachting dat hij opnieuw zorg zal weigeren. Zonder aansturing van verpleegkundig personeel op de afdeling toont betrokkene weinig initiatief tot zelfzorg, met een groot risico op zelfverwaarlozing. Daarnaast bestaat er twijfel of betrokkene zelfstandig tot intake, maaltijdvoorziening en medicatie-inname kan komen. 5.
- De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft baat bij de structuur en het toezicht van de afdeling, omdat hij weinig ziekte-inzicht heeft en thuis de zorg afhoudt. Door het ontbreken van een steunsysteem in / dichtbij de thuissituatie zoals bijvoorbeeld een partner is de thuissituatie onvoldoende toegerust op het bieden van passende toezicht en zorg. 5.
- Gebleken is dat betrokkene zich verzet tegen de opname en het verblijf. Betrokkene geeft al langere tijd duidelijk aan dat hij niet op de afdeling wil blijven wonen en terug naar huis wil. Betrokkene ziet zelf geen nut in zijn verblijf en ervaart dat er niets te doen is en dat hij er niet thuishoort. 5.
- Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene ziet zelf de noodzaak van hulp niet in en accepteert deze ook niet. De verwachting is dat thuiszorg en dagbesteding niet van de grond zullen komen. 5.
- Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden. 6De beslissing De rechtbank: 6.
- verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1952 in [geboorteplaats] ; 6.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 augustus
- Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 februari
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.