RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444297 / FA RK 26-373 Datum uitspraak: 2 februari 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat mr. S. van de Voorde uit Middelburg. 1Het verloop van de procedure 1.
- De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari
- Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de heer [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde; mevrouw [persoon 2] , casemanager. 1.
- Tevens was de dochter van betrokkene aanwezig. Zij heeft geen toelichting gegeven ten aanzien van het voorliggende verzoek. 1.
- Bij aanvang van de zitting geeft betrokkene aan dat hij alleen met de rechter in gesprek wenst te gaan in het bijzijn van de advocaat en zijn dochter. De overige aanwezige wil hij daarbij niet in zijn woning aanwezig hebben. Na het gesprek met de rechter, geeft betrokkene alsnog toestemming aan de specialist ouderengeneeskunde om zijn woning te betreden en aan te sluiten bij het gesprek. Kort daarna verzoekt betrokkene alle aanwezigen om zijn woning te verlaten. Hierop heeft de rechtbank – in overleg met alle betrokkenen – besloten om de zitting verder voort te zetten in een aparte ruimte. Betrokkene is daarbij alsnog aangesloten, waarop de rechtbank de zitting heeft voortgezet. 2Het verzoek 2.
- Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3De standpunten 3.
- Tijdens de zitting geeft betrokkene aan dat hij zijn woning niet zal verlaten. Hij vindt het een blamage dat er een verzoek is ingediend om hem te laten opnemen. Betrokkene is het niet eens met hetgeen over hem is opgenomen in de stukken. Betrokkene heeft niets verkeerd gedaan en het is niet nodig dat anderen bezorgd zijn over betrokkene. In de thuissituatie gaat het goed met betrokkene en hij kan nog prima voor zichzelf zorgen. Betrokkene heeft daarbij geen hulp nodig en zal de zorg dan ook niet toelaten. 3.
- De specialist ouderengeneeskunde onderschrijft de gestelde dementiediagnose. Eerder is er gepoogd om cognitieve testen bij betrokkene af te nemen. Deze testen konden nooit worden afgemaakt, omdat betrokkene daar zelf mee stopte. Op basis van anamnese zijn de geheugentaken en de oriëntatie van betrokkene uitgevraagd. Daarmee is de diagnose gesteld. Een andere oorzaak is uitgesloten. Betrokkene is wel bekend met prostaatkanker. Betrokkene laat in de thuissituatie geen hulpverlening toe. Wanneer betrokkene dat wel zou doen, zou veel zorg kunnen worden ondervangen. Tegelijkertijd zouden er dan nog altijd zorgen zijn over het dwaalgedrag van betrokkene. 3.
- De casemanager licht toe dat er zorgen zijn over betrokkene. Toen de echtgenote van betrokkene nog thuis woonde stuurde zij betrokkene aan. Dit verliep goed totdat betrokkene een delier kreeg. De echtgenote was angstig voor betrokkene en betrokkene kon haar niet meer de zorg bieden die zij nodig had. De echtgenote is toen vrijwillig opgenomen binnen de accommodatie van de [ouderenzorg] . Betrokkene is alleen in de woning blijven wonen en houdt in toenemende mate de zorg af. Huishoudelijke hulp, ondersteuning en thuiszorg komen zelden tot nooit bij betrokkene binnen. Betrokkene kreeg de warme maaltijden aangereikt, maar heeft dit inmiddels afgezegd en de aansturing vanuit de echtgenote loopt steeds vaker mis. Daardoor is er geen zicht meer op de voedselinname. 3.
- Door de advocaat is namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene geeft aan dat er niet aan de wettelijke vereisten wordt voldaan. Betrokkene ontkent de gestelde diagnose en de zorgen zoals beschreven in de stukken. Betrokkene wil niet worden opgenomen en wil in zijn huidige woning blijven wonen. Het gaat daar goed en betrokkene kan nog voor zichzelf zorgen. Betrokkene eet drie maaltijden per dag en houdt zich bezig met huishoudelijke taken. 4De beoordeling 4.
- De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.
- De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is gediagnosticeerd met progressieve geheugen- en oriëntatiestoornissen passend bij Alzheimer dementie. Dit uit zich in een gestoord kortetermijngeheugen, desoriëntatie in plaats en achterdocht. In de enkele betwisting van betrokkene van de diagnose, ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de bevindingen in de medische verklaring en de toelichtingen tijdens de zitting te twijfelen. 4.
- Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. 4.
- Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat er grote zorgen zijn over de veiligheid en gezondheid van betrokkene in de thuissituatie. Het lukt betrokkene niet langer om adequaat voor zichzelf te zorgen. De echtgenote van betrokkene is opgenomen in een accommodatie. Zij stuurde betrokkene voorheen in de thuissituatie aan. Sindsdien is betrokkene afgevallen, lukt het betrokkene niet langer om de woning schoon te houden en staan er door de gehele woning spullen en dozen opgestapeld. Betrokkene weigert vanwege zijn achterdocht zorg en ondersteuning en maakt vrijwel voor niemand nog de deur open. Daarnaast is er sprake van dwaalgedrag. Betrokkene weet dan de weg naar zijn woning niet meer terug te vinden, vergeet zijn sleutels of weet niet hoe hij de sleutel moet gebruiken. Ook bestaat er een verhoogd risico op valincidenten, waarbij betrokkene niet in staat is om adequaat te alarmeren. 4.
- De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft behoefte aan 24-uurs zorg, begeleiding, sturing, structuur en toezicht in de nabijheid om veilig te kunnen wonen. Enkel middels een opname in een accommodatie kan in deze continue behoeften worden voorzien en kan de veiligheid van betrokkene worden gewaarborgd. 4.
- Betrokkene verzet zich hiertegen. Uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, volgt dat betrokkene niet opgenomen wenst te worden. Een opname vindt betrokkene niet nodig. Het ontbreekt betrokkene daarbij aan ziektebesef. 4.
- Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De benodigde zorg kan betrokkene niet langer in de thuissituatie worden geboden. Daarbij komt betrokkene in de thuissituatie alle vormen van professionele zorg weigert. 5De beslissing De rechtbank: 5.
- verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats] ; 5.
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 augustus
- Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van mr. Palings, griffier en op schrift gesteld op 16 februari
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.