RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444518 / FA RK 26-491 Datum uitspraak: 2 februari 2026 Beschikking voortzetting inbewaringstelling op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , verblijvende in een [accommodatie] te [woonplaats] , advocaat mr. J. Nederlof uit Tilburg. 1Het verloop van de procedure 1.
- De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari
- Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; mevrouw [persoon 1] , regiebehandelaar. 1.
- Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord: - mevrouw [persoon 2] , moeder van betrokkene. 2Wat vaststaat 2.
- Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie] te [woonplaats] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de inbewaringstelling op 28 januari 2026 afgegeven. 3Het verzoek 3.
- Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken. 4De standpunten 4.
- Betrokkene geeft aan dat het beter met hem gaat. Volgens hem is hij weer helemaal beter en heeft hij zijn medicatie ingenomen. Betrokkene heeft zich vermaakt door spelletjes te spelen, te schommelen en te kleuren. 4.
- De regiebehandelaar verklaart dat betrokkene de afgelopen periode veel verlieservaringen heeft meegemaakt, waaronder het overlijden van zijn opa en een geliefd huisdier. Uit de lichamelijke screening kwam een blaasontsteking naar voren die mogelijk een delier heeft veroorzaakt. Betrokkene slikt op dit moment antibiotica en is direct opgeknapt. De regiebehandelaar geeft aan dat zij geen reden ziet voor voortzetting van de inbewaringstelling. Betrokkene wenst zelf graag naar huis te gaan, evenals zijn moeder. Er is afgesproken om de afspraken bij de darmpoli na te komen voor een eventuele screening. 4.
- De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. 5De beoordeling 5.
- Op grond van artikel 37 Wzd in samenhang gelezen met artikel 38 en artikel 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven. 5.
- Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap, te weten het Syndroom van Down. In de dag voorafgaand aan de inbewaringstelling heeft betrokkene (zeer vermoedelijk vanuit een delier veroorzaakt door blaasontsteking) agressief gedrag laten zien richting spullen en personen in zijn omgeving. Ook was er sprake van stemmenlast. 5.
- Tijdens de mondelinge behandeling licht de regiebehandelaar toe dat er geen noodzaak meer wordt gezien voor het verlengen van de inbewaringstelling. Betrokkene is opgeknapt van de blaasontsteking die (zeer mogelijk) een delier heeft veroorzaakt. Het (agressief) gedrag van betrokkene voortkomend uit dit delier is thans niet meer aan de orde. Er wordt geen reden meer gezien om het verblijf van betrokkene te verlengen. 5.
- Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, nu geen noodzaak meer wordt gezien tot voortzetting van de inbewaringstelling, niet is voldaan aan de wettelijke vereisten om de inbewaringstelling voort te zetten. Het verzoek dient derhalve afgewezen te worden. 6De beslissing De rechtbank: 6.
- wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 februari
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.