RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Tilburg zaak/rolnr.: 12030732 CV EXPL 25-6663 vonnis d.d. 4 februari 2026 inzake de vennootschap onder firma [eisende partij], gevestigd en kantoorhoudende te [adres 1] , eisende partij, gemachtigde: mr. D.J. Mensink, werkzaam ten kantore van MICTA B.V. te Groningen, [gedaagde partij] , t.h.o.d.n. [bedrijf], wonende te [adres 2] , gedaagde partij, procederend in persoon. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit het aangehechte vonnis van de kantonrechter te Breda d.d. 24 december 2025 met kenmerk 11825559 CV EXPL 25-2550 en de dagvaarding d.d. 22 juli 2025. 2Het geschil en de beoordeling 2.1 Bij voornoemd vonnis heeft de kantonrechter te Breda geconstateerd dat de zaak conform bijlage 2 van het Besluit interne relatieve bevoegdheid rechtbank Zeeland-West-Brabant dient te worden behandeld door de kantonrechter te Tilburg en heeft de kantonrechter de zaak verwezen in de stand waarin deze zich bevindt. 2.2 Eisende partij heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde partij te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten. 2.3 Na het antwoord van de gedaagde partij is de vordering door de eisende partij nader toegelicht, met gemotiveerde weerspreking van dat antwoord. Van de vervolgens op behoorlijke wijze aan de gedaagde partij geboden gelegenheid nogmaals een reactie te geven is geen gebruik gemaakt. 2.4 Aangezien de niet weersproken (nadere) stellingen van de eisende partij het verweer van de gedaagde partij voldoende weerleggen en de vordering geheel kunnen dragen, zal de vordering worden toegewezen, met veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten. 2.5 Gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eiseres worden begroot op: - dagvaarding € 120,78 - griffierecht € 385,00 - salaris gemachtigde € 325,50 - nakosten € 108,50 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 939,78 3De beslissing De kantonrechter: wijst de vordering toe zoals deze is gevorderd in de dagvaarding; veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten van € 939,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.