ECLI:NL:RBZWB:2026:1798
beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/440517 / FA RK 25-5133 Datum uitspraak: 12 februari 2026 beschikking betreffende hoofdverblijf, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, kinderalimentatie, vervangende toestemming voor verhuizing en vakanties in de zaak van [de man] , hierna: de man, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. Y.I.B. Grosfeld te Breda, tegen [de vrouw] , hierna: de vrouw, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. M. Czarnota te Oosterhout over de minderjarigen:
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd.
1Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
1.2 De verzoeken zijn op zitting behandeld op 20 januari 2026. Bij die zitting zijn verschenen partijen, ieder bijgestaan door hun advocaat. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.
2De feiten 2.1 Partijen hebben tot in 2023 met elkaar een relatie gehad. Binnen deze relatie zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren.
2.2 De man heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] erkend.
Partijen hebben samen het gezag over de minderjarigen.
2.3 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven bij de vrouw.
2.4 Bij beschikking van 23 december 2025 heeft de rechtbank bepaald dat de minderjarigen voorlopig het hoofdverblijf hebben bij de vrouw en dat de man en de minderjarigen voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar gedurende een weekend in de veertien dagen in de even weken van zaterdag 12.00 uur (na [activiteit] ) tot zondag 18.00 uur. Indien [activiteit] niet doorgaat, loopt de regeling van zaterdag 8.00 uur tot zondag 18.00 uur. Daarnaast zullen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de man verblijven tijdens tweede Kerstdag op 26 december 2025 van 10.00 uur tot de volgende (vrij)dag 18.00 uur.
3De verzoeken 3.1 De man verzoekt, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
3.2 De vrouw verzoekt de verzoeken van de man als zijnde ongegrond af te wijzen. Bij zelfstandig verzoek verzoekt de vrouw, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om:
I. te bepalen dat de kinderen hoofdverblijf zullen hebben bij de vrouw;
II. een zorgregeling vast te stellen van een weekend in de veertien dagen in de oneven weken van zaterdag na 12:00 uur tot zondag 18:00 uur en als [minderjarige 1] geen [activiteit] heeft vanaf zaterdag 8:00 uur;
III. de man te veroordelen om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te voldoen van € 257,- per kind per maand met ingang van primair 1 juni 2025, subsidiair 1 december 2025 en meer subsidiair met ingang van de datum van dit verzoekschrift, althans een bedrag en een ingangsdatum als uw rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw met bepaling dat tot de onderhoudsbijdrage door uw rechtbank wordt gewijzigd/vastgesteld de man vanaf 20 juni 2025 een bedrag van € 350,- per maand dient te voldoen als bijdrage in de kosten van [minderjarige 1] met bepaling dat de man een bedrag van € 5 per dag extra betaalt indien de man later betaalt dan de 25ste van iedere maand voorafgaand aan de betreffende maand conform de tussen partijen gemaakte afspraak;
IV. de vrouw vervangende toestemming te verlenen om, naar de rechtbank begrijpt, met de minderjarigen te verhuizen naar [plaats 2] en te bepalen dat de in deze te wijzen beschikking de toestemming van de man vervangt;
V. de vrouw vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met de minderjarigen in de periode van 6 tot en met 9 februari 2026 naar “ [pretpark] ” ( [adres] ) met de auto;
VI. de vrouw vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met de minderjarigen in de periode van 23 juni tot en met 2 juli 2026 naar [hotel] , [plaats 1] met het vliegtuig.
3.3 Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om de verzoeken te beoordelen, hierna ingegaan.
4De standpunten 4.1 De man heeft tijdens de zitting verklaard dat hij zich – met pijn in het hart – niet gaat verweren tegen de door de vrouw voorgenomen verhuizing. Hij trekt zijn verzoek in om de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken uit te breiden. De man verleent verder toestemming voor de door de vrouw verzochte vakanties met de minderjarigen. De man hoopt dat zijn medewerking een gunstig effect zal hebben op de onderlinge verstandhouding.
4.2.
De vrouw meent dat de verwarring over de verdeling tussen de even en oneven weken in ontstaan na de beslissing in de provisionele voorziening. De vrouw heeft in de komende weekenden plannen gemaakt voor de verjaardagen van de minderjarigen. Zij is bereid om de minderjarigen op de verjaardag van [minderjarige 2] bij de man te laten zijn.
4.3.
De Raad complimenteert partijen over het bereiken van overeenstemming met elkaar. Dit biedt een goede basis voor de toekomst van de minderjarigen. De Raad geeft partijen evenwel mee om in mediation verder te gaan praten over een ouderschapsplan en om na te denken over de beslissingen die in de toekomst nog genomen moeten worden.
4.4.
Partijen spreken het volgende met elkaar af. De man verleent toestemming voor de verhuizing van de minderjarigen met de vrouw. Hij trekt zijn verzoek om de verhuizing te verbieden in. Daarnaast kan de man zich vinden in het definitief vaststellen van de voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Ook verleent de man toestemming voor de vakanties van de vrouw met de minderjarigen. Voor de periode tot aan de beschikking in de onderhavige procedure spreken partijen af dat de minderjarigen in het weekend van 24 en 25 januari bij de vrouw zijn. Op 29 januari 2026 zijn de minderjarigen bij de man. In het weekend van 31 januari en 1 februari 2026 zijn de minderjarigen bij de man. In het weekend van 7 en 8 februari 2026 zijn de minderjarigen bij de vrouw. In het weekend van 14 en 15 februari 2026 zijn de minderjarigen bij de man. Partijen spreken verder met elkaar af dat zij vanaf het weekend van 21 en 22 februari 2026 de contactregeling zo uitvoeren, dat de minderjarigen telkens in de even weken bij de man zijn.
5De beoordeling Overeenstemming 5.1.
De rechtbank stelt vast dat partijen met elkaar overeenstemming hebben bereikt over de voorgenomen verhuizing van de vrouw met de minderjarigen, over de definitieve verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en over de verzochte vakanties van de vrouw met de minderjarigen.
5.2.
De rechtbank zal de verzoeken die hierop zien afwijzen, nu het belang bij behandeling daarvan door de overeenstemming tussen partijen is komen te vervallen.
Hoofdverblijf 5.3.
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd.
5.4.
De rechtbank stelt verder vast dat partijen met elkaar een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zijn overeengekomen, waarbij de minderjarigen het grootste deel van de tijd bij de vrouw zijn. Bij die situatie past dat het hoofdverblijf van de minderjarigen aan haar wordt toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad 5.5.
De rechtbank zal de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door partijen. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing.
Kinderalimentatie 5.6.
Het verzoek van de vrouw tot de vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal van deze zaak worden afgesplitst en op een ander moment op zitting worden behandeld. Partijen ontvangen hierover nog verdere informatie. Dit verzoek is inmiddels geregistreerd onder het zaaknummer: C/02/444857 FA RK 26-681.
6De beslissing De rechtbank 6.1. bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw;
6.2. bepaalt dat de man en genoemde minderjarigen in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar met ingang van 17 februari 2026 en verder:
6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.4. wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Jurkovich, voorzitter, mr. Bogaert en mr. Phillips, allen kinderrechters en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026 in aanwezigheid van Joosen, griffier.
Namens de meervoudige kamer, mr. Bogaert, Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op:
In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.