← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:211

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443488 / FA RK 25-6737 Datum uitspraak: 2 januari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] (Oekraïne), hierna te noemen: betrokkene, verblijvende in de [accommodatie] , [adres] te [plaats 1] , wonend in [plaats 2] , advocaat: mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 december
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 januari 2026 bij de [accommodatie] te [plaats 1] . Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Oekraïense taal; psychiater, de heer [naam 1] ; behandelaar, mevrouw [naam 2] . 1.
  4. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat de tolk betrokkene telefonisch heeft bijgestaan. 2Wat vaststaat 2.
  5. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] te [plaats 1] . 2.
  6. De burgemeester van de gemeente Breda heeft de crisismaatregel op 29 december 2025 afgegeven. 3Het verzoek 3.
  7. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken met de volgende vormen van verplichte zorg: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - onderzoek aan kleding of lichaam; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4De standpunten 4.
  8. Op de vraag van de rechtbank aan betrokkene of hij een langere opname nodig vindt, antwoordt hij: ‘nee’. Op andere vragen die de rechtbank aan betrokkene stelt, geeft hij geen antwoord. Betrokkene blijft stil, sluit zijn ogen of gaat met zijn hoofd op tafel liggen. 4.
  9. De psychiater zegt, samengevat, het volgende. Betrokkene is opgenomen omdat hij bij een supermarkt willekeurige personen had getrapt. Bij de beoordeling door de crisisdienst is gezien dat betrokkene psychotisch, angstig en achterdochtig is. Bij betrokkene is sprake van hallucinaties in de vorm van het horen van stemmen. Betrokkene heeft daarnaast hallucinaties en ziet in andere personen dieren die hem willen opeten. De psychose van betrokkene is nu verminderd, maar nog niet weg. Op de afdeling is betrokkene onvoorspelbaar in zijn gedrag en hij wil de afdeling ontvluchten. Daarnaast vertoont betrokkene verward gedrag. Zo urineert betrokkene in zijn kamer, poept hij op een stoel, spuugt hij in zijn handen en doet hij plotseling zijn schoenen uit. Betrokkene kan dit gedrag zelf niet verklaren. Daarnaast weigert betrokkene om zichzelf te douchen. Hiervoor is flinke drang nodig. De psychiater verzoekt om in de machtiging op te nemen dat betrokkene gedwongen kan worden zich te douchen. Met zijn slechte hygiëne kan betrokkene anderen tot last zijn. Gedwongen douchen is echter wel een uiterst middel. Wanneer betrokkene weigert om zichzelf te douchen, kan het nodig zijn om hem in plaats daarvan in te sluiten op de IC of hem alleen uit zijn kamer te laten als hij zich heeft gewassen. Een langere opname is nodig om betrokkene verder te laten stabiliseren. Zodra dit kan, wordt betrokkene in een ambulant kader verder behandeld. 4.
  10. De behandelaar vult hierop, samengevat, nog het volgende aan. Het inzetten van gedwongen douchen of betrokkene insluiten is tweeledig en kan een tweestrijd zijn. Het liefst wordt betrokkene niet ingesloten, blijft hij op zijn huidige afdeling en doucht betrokkene zich uit eigen beweging. Echter, betrokkene ziet het nut van zich douchen niet in. Iemand dwingen om zich te douchen is erg ingrijpend. Als betrokkene zichzelf niet doucht, kan het in plaats daarvan inzetten van ‘insluiten’ passend zijn. Echter, ook op de IC-afdeling zal betrokkene zich op een gegeven moment moeten douchen. Daarom worden beide maatregelen verzocht, zodat per moment kan worden afgewogen welke maatregel het meest passend is. 4.
  11. De advocaat voert, samengevat, aan dat betrokkene niet opgenomen wil blijven. Daarom wordt verzocht om het verzoek af te wijzen. Indien de rechtbank een voortzetting van de crisismaatregel toch noodzakelijk acht, dan moeten de zorgvormen die niet nodig worden bevonden, worden afgewezen. Of gedwongen douchen of juist insluiten meer invasief is, is lastig te zeggen. De advocaat verzoekt toch om insluiten als zorgvorm af te wijzen. Dit is ingrijpender, omdat betrokkene dan verder van de buitenwereld zal staan en hij zich nog meer afgezonderd zal voelen. 5De beoordeling 5.
  12. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.
  13. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.
  14. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene zowel voor als tijdens zijn opname verward gedrag laat zien. Betrokkene is agressief geweest naar willekeurige personen in de supermarkt en laat op de afdeling gedrag zien (de rechtbank verwijst hiervoor naar rechtsoverweging 4.2) waardoor het risico bestaat dat hij agressie van anderen over zich afroept. 5.
  15. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Uit de stukken blijkt dat betrokkene ontkent dat er iets met hem aan de hand is. De rechtbank heeft echter geen reden om aan de medische verklaring en toelichting van de psychiater en de behandelaar te twijfelen. 5.
  16. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 5.
  17. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden: het toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie. 5.6.1 De rechtbank zal de zorgvormen ‘toedienen van vocht en voeding’ alsmede ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’, ‘onderzoek aan (…),’ ‘onderzoek van (…)’ en ‘controleren op (…)’ niet in de machtiging overnemen, nu betrokkene dit niet nodig heeft. 5.6.2 Zoals tijdens de zitting uitvoerig is besproken valt onder de zorgvorm ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ dat betrokkene gedwongen mag worden zich te doen douchen én dat hij na ontslag contact heeft met zijn ambulant behandelteam en hij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken. 5.6.3 Anders dan de advocaat bepleit zal de rechtbank ook de zorgvorm ‘insluiten’ toestaan, zodat op het moment dat betrokkene zichzelf niet wil douchen en het uitoefenen van drang geen effect heeft, er voor kan worden gekozen om betrokkene in te sluiten op de IC-afdeling, dan wel op zijn eigen kamer. De rechtbank gaat er van uit dat de zorgaanbieder per moment kiest voor de minst ingrijpende maatregel wanneer betrokkene zich niet wil douchen. 5.
  18. Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene vindt dat er niets met hem aan de hand is. Ook ontkent hij agressief te zijn geweest. Op de vraag van de rechtbank of betrokkene een voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk acht, antwoordt hij ontkennend. 5.
  19. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 5.
  20. Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, voor de verzochte duur. 6De beslissing De rechtbank: 6.
  21. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2001 in [geboorteplaats] (Oekraïne), wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast; het toedienen van medicatie; het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven onder rechtsoverweging 5.6.2; - opnemen in een accommodatie; 6.
  22. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 januari 2026; 6.
  23. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 16 januari
  24. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.