ECLI:NL:RBZWB:2026:2171
beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/445355 / FA RK 26-977 datum uitspraak: 5 maart 2026 beschikking betreffende benoeming bijzondere curator in de zaak van [de man] , hierna te noemen: de man, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. J.F. Cheung te Rotterdam, tegen [de vrouw] , hierna te noemen de vrouw, wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. W. Tiggelaar te Middelburg.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
1Het procesverloop 1.1 De rechtbank oordeelt op grond van het op 13 februari 2026 ingekomen verzoek van de man tot het verlenen van vervangende toestemming tot erkenning, het bepalen van gezamenlijk gezag en het vaststellen van een omgangs-/zorgregeling.
2Het verzoek 2.1 De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I te bepalen dat een bijzondere curator wordt benoemd voor de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019;
II aan de man toestemming wordt verleend tot erkenning van de voornoemde minderjarige, welke toestemming de vereiste toestemming van de vrouw vervangt;
III een omgangs-/zorgregeling, zoals benoemd onder punten 9 t/m 15, dan wel een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank in goede justitie zal vernemen behoren;
IV te bepalen dat de man mede wordt belast met het ouderlijk gezag over de voornoemde minderjarige.
3De beoordeling 3.1.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
3.2.
Nu de vrouw, de man en [minderjarige] hun gewone verblijfplaats hebben in Nederland, is de Nederlandse rechtbank bevoegd van het verzoek kennis te nemen.
3.3.
Omdat deze procedure (onder meer) betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] moet zij in dat verband op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator. Mr. V.J.C. Pieters, advocaat, kantoorhoudende te Goes, is bereid als zodanig op te treden. De rechtbank zal haar in die hoedanigheid benoemen.
3.4.
De bijzondere curator dient binnen acht weken na heden de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek tot vervangende toestemming erkenning in te nemen.
3.5.
De beslissing op de verzoeken van de man zullen worden aangehouden tot 5 mei 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator. De rechtbank verzoekt partijen en de bijzondere curator uiterlijk op voornoemde pro forma datum hun verhinderdata over de maanden juni, juli en augustus 2026 bij de rechtbank in te dienen zodat een mondelinge behandeling kan worden gepland.
3.6.
Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4De beslissing De rechtbank 4.1 benoemt tot bijzondere curator over de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019:
4.2 verzoekt de bijzondere curator binnen acht weken na de datum van deze beschikking schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek van de man in te nemen;
4.3. verzoekt partijen en de bijzondere curator uiterlijk op 5 mei 2026 PRO FORMA hun verhinderdata over de maanden juni, juli en augustus 2026 bij de rechtbank in te dienen;
4.4. houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.