Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Rechtbank Zeeland-West-Brabant – ECLI:NL:RBZWB:2026:2848

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445863 / JE RK 26-403 Datum uitspraak: 11 maart 2026 (spoed)beschikking wijzigen van de verdeling van de zorg- en opvoedtaken c.q. recht op omgang ex artikel 1:265g BW in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] .

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend:

-de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over de verzoeken te adviseren.

1Het procesverloop 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

-het spoedverzoek van de GI met bijlagen van 10 maart 2026, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.

2De feiten 2.1 De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

2.2 Het hoofdverblijf van [minderjarige] is bij de moeder vastgesteld.

2.3 Bij beschikking van 16 mei 2023 heeft de kinderrechter de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld:

-In de even weken verblijft [minderjarige] van vrijdag uit school tot donderdag naar school bij de vader;
-voor de rest van de even weken en in de oneven weken verblijft [minderjarige] bij de moeder.

Daarnaast is een vakantie- en feestdagenverdeling opgenomen.

2.4 Sinds 25 februari 2021 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Die maatregel is sindsdien steeds verlengd. Laatstelijk, bij beschikking van 19 september 2025, heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 25 mei 2026.

2.5 Bij beschikking van 5 september 2025 heeft de kinderrechter mr. drs. [persoon] verzocht onderzoek te verrichten en de in de beschikking opgenomen vragen te beantwoorden. De GI heeft op 10 maart 2026 de conceptrapportage van mevrouw [persoon] ontvangen.

3Het verzoek 3.1 De GI verzoekt met spoed, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling van de zorg- en opvoedtaken te wijzigen, in die zin dat het contact tussen de vader en [minderjarige] tijdelijk stopgezet wordt.

3.2 De GI verzoekt de te wijzen beschikking af te geven zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden.

4De beoordeling Wettelijk kader 4.1 Op grond van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter gedurende de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedtaken wijzigen of vaststellen indien dat in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

4.2 Op grond van artikel 800, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) en 809 lid 3 Rv kan een beschikking betreffende een voorlopige ondertoezichtstelling, machtiging uithuisplaatsing, voorlopige voogdij alsmede een beschikking als bedoeld in artikel 1:265i, tweede lid BW aanstonds worden afgegeven, indien de behandeling niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige.

4.3 Nu bij wet niet is voorzien in de mogelijkheid om met spoed te beslissen op een verzoek ex artikel 1:265g lid 1 BW, zal de kinderrechter in deze zaak, gelet op de spoedeisendheid, analoge toepassing geven aan artikel 800 lid 3 en 809 lid 3 Rv.

Inhoudelijke beoordeling 4.4 De kinderrechter overweegt als volgt.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat de conclusie van de conceptrapportage van mevrouw [persoon] verstrekkende gevolgen voor de vader kan hebben. De GI is zich bewust van de impact van dit advies op de vader en maakt zich zorgen over de (emotionele) gevolgen voor de vader, alsmede de invloed hiervan op [minderjarige] . De bevindingen uit het onderzoek maken het waarschijnlijk dat de vader het gevoel heeft grip en controle te verliezen. De GI acht het risico op escalatie en agressie groot.

4.5 Samen met de GI maakt de kinderrechter zich forse zorgen over het welzijn en de veiligheid van [minderjarige] bij de vader. Het onderzoeksrapport heeft spanning en boosheid bij de vader teweeg gebracht. [minderjarige] heeft al aangegeven bang te zijn voor de gevolgen van de uitspraken die hij heeft gedaan richting de onderzoeker. Een opschorting van de zorgregeling is nodig om tijd en ruimte in te bouwen om te onderzoeken op welke manier er sprake kan zijn van een veilig contact tussen [minderjarige] en de vader.

4.6 Gelet op het voorgaande ziet de kinderrechter dan ook noodzaak om de verdeling van de zorg- en opvoedtaken met spoed en zonder het horen van belanghebbenden te wijzigen. De kinderrechter maakt zich ernstige zorgen over de in het verzoekschrift genoemde situatie en ondersteunt het uitgangspunt van de GI dat voor nu gekozen moet worden voor de veiligheid en bescherming van [minderjarige] en daarbij past het (tijdelijk) stopzetten van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Met inachtneming van de huidige situatie is de kinderrechter van oordeel dat het contact tussen de vader en [minderjarige] (op dit moment) niet veilig kan worden vormgegeven.

4.7 Met de GI acht de kinderrechter het noodzakelijk dat [minderjarige] een veilige en beschermde omgeving wordt geboden. De kinderrechter zal het spoedverzoek dan ook toewijzen voor de duur van twee weken. De kinderrechter zal het overige deel van het verzoek aanhouden tot na te melden mondelinge behandeling.

4.8 Dit leidt tot de volgende beslissing.

5De beslissing De kinderrechter:

5.1 wijzigt de beschikking van 16 mei 2023 en bepaalt dat de vader en [minderjarige] voorlopig, voor de duur van twee weken, geen contact hebben met elkaar;

5.2 houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek van de GI om de verdeling van de zorg- en opvoedtaken te wijzigen aan tot de mondelinge behandeling van [datum] 2026 te [uur], bij de kinderrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda (in de persoon van mr. Van Triest) Stationslaan 10, 4815 GW;

5.3 bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping voor die mondelinge behandeling voor de GI, de moeder en de vader;

5.4 gelast de griffier om de Raad voor de Kinderbescherming bij aparte brief voor de mondelinge behandeling op te roepen om de kinderrechter te adviseren;

5.5 behoudt zich iedere verdere beslissing voor.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Beijsterveldt als griffier.

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.