← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:314

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/1631 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen [belanghebbende], uit [plaats] (Nieuw-Zeeland), belanghebbende. Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende ontvangen op 18 maart
  2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat belanghebbende de gronden van het beroep niet heeft vermeld en een omschrijving van het besluit waartegen het beroep zich richt ontbreekt. Belanghebbende heeft het verzuim niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader
  4. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Daarnaast dient iemand die beroep instelt een kopie van het bestreden besluit bijvoegen aan het beroepschrift. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Heeft belanghebbende de gronden en een omschrijving van het besluit tijdig vermeld?
  5. Belanghebbende heeft een beroepschrift ingediend. In dit beroepschrift staan geen beroepsgronden vermeld en een omschrijving van het besluit waartegen het beroep zich richt ontbreekt. De rechtbank heeft belanghebbende in haar aangetekend verzonden brief van 18 november 2025 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Deze brief is verzonden naar het door belanghebbende in het beroepschrift opgegeven postadres. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 22 november 2025 om 14:46 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Belanghebbende heeft binnen die termijn geen gronden en geen kopie van het besluit ingediend. Belanghebbende heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld en een kopie van het besluit niet tijdig ingediend. Is het niet tijdig vermelden van de gronden en een omschrijving van het besluit verontschuldigbaar?
  6. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Conclusie en gevolgen
  7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier, op 23 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb. Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.