← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:329

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Bergen op Zoom Zaaknummer: 11741906 \ CV EXPL 25-1986 Vonnis van 21 januari 2026 in de zaak van INFOMEDICS B.V., te Almere, eisende partij, hierna te noemen: Infomedics, gemachtigde: Bosveld Incasso en gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 19 mei 2025 met producties;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek met producties;- de conclusie van dupliek met producties; - de akte uitlaten producties van Infomedics. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [gedaagde] heeft op 8 maart 2024 een geneeskundige behandeling ondergaan bij [de tandarts] (hierna: de tandarts). Tijdens die behandeling is er een vijltje afgebroken en achtergebleven in de kies van [gedaagde] . Daarop heeft de tandarts [gedaagde] doorverwezen naar een endodontoloog. De kosten van die behandeling zouden door de tandarts worden vergoed. 2.
  4. Op 26 november 2024 heeft [gedaagde] opnieuw een geneeskundige behandeling ondergaan bij de tandarts. 2.
  5. Infomedics heeft de opdracht gekregen om de kosten van de behandeling van 26 november 2024 administratief te verwerken en te innen. Zij heeft de factuur van € 193,60 op 5 december 2024 naar [gedaagde] verstuurd. [gedaagde] heeft deze niet betaald. 3Het geschil 3.
  6. Infomedics vordert – samengevat en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 237,36 aan hoofdsom, buitengerechtelijke incassokosten en rente, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 193,60 vanaf 2 mei 2025 tot aan de dag van volledige betaling. Daarnaast vordert Infomedics dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure. 3.
  7. Infomedics legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] op grond van de geneeskundige behandelingsovereenkomst die hij met de tandarts heeft gesloten verplicht is om de kosten van de behandeling van 26 november 2024 te voldoen. De tandarts heeft zijn vordering overgedragen (gecedeerd) aan Infomedics Finance B.V., waarna Infomedics de opdracht heeft gekregen om de vordering op [gedaagde] te innen. Hij dient de vordering daarom aan Infomedics te betalen (en niet aan de tandarts). Omdat hij de vordering ondanks aanmaning daartoe niet heeft voldaan, is hij nu ook buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd. 3.
  8. [gedaagde] voert verweer. De overdracht van de vordering op Infomedics Finance B.V. is niet rechtsgeldig, omdat hij daarover niet is geïnformeerd. Daarnaast ziet de factuur voor de behandeling van 26 november 2024 op twee verrichtingen, terwijl de tandarts slechts één verrichting heeft uitgevoerd. Hij hoeft dus niet voor de tweede verrichting te betalen. Verder heeft hij schade geleden als gevolg van de fout die de tandarts tijdens de behandeling van 8 maart 2024 heeft gemaakt. Die schade verrekent hij met de kosten van de behandeling van 26 november
  9. Tot slot betwist [gedaagde] dat hij een 14-dagenbrief van Infomedics heeft ontvangen. 4De beoordeling Verzoek van [gedaagde] om een aanvullende akte te nemen 4.
  10. De kantonrechter dient ervoor te waken dat deze procedure onredelijk wordt vertraagd en dient zo nodig maatregelen te nemen om dat te voorkomen. De kantonrechter begrijpt uit de toelichting van [gedaagde] dat hij stukken wil overleggen ter onderbouwing van de schade die hij stelt te hebben geleden door het achterblijven van het afgebroken vijltje op 8 maart
  11. Die stukken zouden om praktische redenen nog niet beschikbaar zijn, maar [gedaagde] heeft nagelaten te onderbouwen wat die redenen zijn. Tussen de schadeveroorzakende gebeurtenis op 8 maart 2024, de dagvaarding van 19 mei 2025 en het verzoek is verder de nodige tijd verstreken. Niet is gebleken vanaf wanneer [gedaagde] heeft geprobeerd de voor hem relevante stukken te verkrijgen. Evenmin heeft hij toegelicht hoe lang het (ongeveer) zal duren voordat die stukken wél beschikbaar zijn. Onder deze omstandigheden leidt instemming met het verzoek van [gedaagde] tot onredelijke vertraging van de procedure. De kantonrechter wijst dat verzoek daarom af. Overdracht van de vordering op Infomedics Finance B.V. 4.
  12. Voor een rechtsgeldige overdracht van de vordering tot betaling van de factuur voor de behandeling van 26 november 2024 is (onder meer) vereist dat daarvan mededeling wordt gedaan aan [gedaagde] . Infomedics heeft voldoende onderbouwd dat die mededeling heeft plaatsgevonden onderaan de factuur die zij op 5 december 2024 naar [gedaagde] heeft verstuurd. Daarop staat namelijk het volgende vermeldt: “Uw zorgaanbieder heeft Infomedics B.V. de opdracht gegeven om de vordering op u te innen. Tegelijkertijd heeft uw zorgaanbieder de eigendom van die vordering overgedragen aan Infomedics Finance B.V. (gecedeerd).” [gedaagde] heeft de ontvangst van die factuur niet betwist. Daarmee staat in rechte vast dat de mededeling heeft plaatsgevonden en dat de overdracht van de vordering rechtsgeldig is. Verrekening van gevolgschade 4.
  13. [gedaagde] heeft de door hem gestelde gevolgschade onvoldoende onderbouwd, zodat deze niet kan worden verrekend met de factuur van 5 december
  14. De gevolgschade bestaat volgens hem onder meer uit de kosten die hij heeft gemaakt om de aangedane kies te laten verwijderen voor een implantoloog (€ 950,00). Uit de stukken die hij heeft overgelegd blijkt ook niet dat het vanuit medisch oogpunt noodzakelijk was om zijn kies door een implantoloog te laten verwijderen. De tandarts heeft [gedaagde] na de behandeling van 8 maart 2024 doorverwezen naar een endodontoloog, maar daar heeft hij nooit een afspraak gemaakt. Had hij dat wel gedaan, dan had de tandarts die kosten vergoed conform de afspraak die zij daarover met elkaar hebben gemaakt (zoals wordt bevestigd door Infomedics). Niet is gesteld of gebleken dat de tandarts heeft toegezegd om (ook) de kosten van de implantoloog te vergoeden. Verder had [gedaagde] op zijn minst een factuur van de implantoloog kunnen overleggen ter onderbouwing van de door hem gestelde gemaakte kosten, maar dit heeft hij niet gedaan. Het beroep op verrekening slaagt daarom niet. 4.
  15. Ook indien [gedaagde] zijn tegenvordering voldoende had onderbouwd, had het beroep op verrekening niet kunnen slagen vanwege het feit dat voor verrekening vereist is dat partijen over en weer elkaars schuldeiser en schuldenaar zijn. Dat is hier niet het geval. De tegenvordering van [gedaagde] richt zich namelijk tot de tandarts die de behandeling van 8 maart 2024 heeft uitgevoerd en niet tot Infomedics, die betaling vordert van de factuur voor de behandeling van 26 november
  16. De vordering en de tegenvordering vloeien dus ook voort uit verschillende rechtsverhoudingen. Verrichtingen waarvoor vergoeding wordt gevorderd 4.
  17. [gedaagde] heeft onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de tandarts op 26 november 2024 twee verrichtingen heeft uitgevoerd (in plaats van één, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd). Hij voert aan dat er stukken zijn van zijn huidige tandarts waarmee hij zijn verweer kan onderbouwen, maar die heeft hij niet in het geding gebracht. Gelet op wat hiervoor onder 4.1 is overwogen, komt dat voor zijn eigen rekening en risico. Infomedics maakt daarom aanspraak op het volledige factuurbedrag van € 193,
  18. Buitengerechtelijke incassokosten 4.
  19. Infomedics vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Omdat [gedaagde] een consument is, is voor het toekennen van een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten vereist dat Infomedics hem na het intreden van het verzuim vruchteloos heeft aangemaand door middel van een zogenoemde 14-dagenbrief. Infomedics stelt dat het verzuim is ingetreden op het moment dat de uiterlijke betalingstermijn van de factuur van 30 dagen is verstreken. Daarmee bedoelt zij kennelijk dat sprake is van een fatale termijn in de zin van artikel 6:83 onder a BW. De kantonrechter volgt dit standpunt niet. Uit de overgelegde stukken blijkt namelijk niet dat partijen een dergelijke fatale betalingstermijn zijn overeengekomen. Dit betekent dat het verzuim pas intreedt nadat Infomedics een schriftelijke aanmaning naar [gedaagde] heeft verstuurd waarin zij een redelijke termijn stelt waarbinnen de factuur alsnog moet worden betaald, en deze termijn verstrijkt zonder dat hij tot betaling is overgegaan. De brief van 17 januari 2025 kan als een dergelijke aanmaning worden aangemerkt. Het standpunt van Infomedics volgend dat [gedaagde] die brief uiterlijk op 27 januari 2025 heeft ontvangen ( [gedaagde] betwist die ontvangst), verkeert [gedaagde] pas sinds 10 februari 2025 in verzuim. Infomedics heeft sindsdien geen 14-dagenbrief meer verstuurd waarin zij de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten heeft aangezegd, zodat niet aan de vereisten voor die vergoeding is voldaan. Om die reden wijst de kantonrechter deze af. Wettelijke rente 4.
  20. [gedaagde] betwist enige schriftelijke aanmaning van Infomedics of haar gemachtigde, met daarin een uiterlijke termijn voor betaling, te hebben ontvangen. De kantonrechter is zich ervan bewust dat de postbezorging in Nederland niet feilloos is en dat het incidenteel voorkomt dat verzonden poststukken de ontvanger niet bereiken. Dat [gedaagde] echter geen van de genoemde brieven heeft ontvangen, acht de kantonrechter ongeloofwaardig. Dit neemt niet weg dat zonder ontvangstbewijs niet in rechte kan worden vastgesteld vanaf welke datum [gedaagde] in verzuim verkeert met de betaling van de factuur. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom van € 193,60 wordt daarom toegewezen vanaf de datum van dagvaarding. Proceskosten 4.
  21. [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Infomedics worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,78 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 100,00 (2,5 punten × € 40,00) - nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 375,78 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  22. veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 193,60, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 mei 2025, tot de dag van volledige betaling; 5.
  23. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 375,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
  24. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  25. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.