← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:360

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Breda raadkamernummer : 25-025391 datum : 20 januari 2026 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoekster] N.V., statutair gevestigd te [plaats] , domicilie kiezend op het kantoor van mr. C. Karsdorp, advocaat te 's-Hertogenbosch, (Postbus 396, 5201 AJ 's-Hertogenbosch), hierna te noemen: de verzoekster. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:  het op 6 oktober 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv ten laste van de Staat voor een bedrag van: € 9.485,90 (ex BTW), voor vergoeding van kosten rechtsbijstand; € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift, dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; het klaagschrift ingediend op 12 februari 2025; het proces-verbaal van de raadkamerbehandeling van 20 mei 2025; de beslissing van de enkelvoudige raadkamer van 10 juni 2025; het proces-verbaal van de raadkamerbehandeling van 8 juli 2025; de beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het klaagschrift van 22 juli 2025; de schriftelijke reactie van de officier van justitie; de overige stukken in het raadkamerdossier. Op 23 december 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. C. Karsdorp als gemachtigd advocaat van verzoekster, gehoord. Verzoekster is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen. Namens verzoekster is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen. De advocaat van verzoekster heeft in aanvulling op het verzoekschrift in raadkamer aangevoerd dat er geen sprake is van in het oog springende bovenmatigheid van het aantal gedeclareerde uren. Er wordt gedeclareerd in eenheden van zes minuten, zodat het door het door het Openbaar Ministerie berekende bedrag sowieso niet klopt. Dat er veel tijd is besteed aan het opstellen van de pleitnota is deels te wijten aan het Openbaar Ministerie zelf nu zij pas de dag voor de zitting stukken heeft verstrekt waar reeds eerder door de verdediging en de rechtbank om was verzocht. Hierdoor moest er worden samengewerkt om de pleitnota in korte tijd te kunnen opstellen. Verzoekster persisteert bij haar verzoek en acht het billijk dat aan haar de verzochte vergoeding wordt toegekend. De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het aantal opgevoerde uren te hoog is en dat de verzochte vergoeding dient te worden gematigd. 2De beoordeling De klaagschriftprocedure is geëindigd door de beslissing van de rechtbank van 22 juli 2025 tot niet-ontvankelijkheid vanwege een last tot teruggave. De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, omdat het klaagschrift in behandeling was bij de rechtbank. Op grond van artikel 530 Sv kan aan een gewezen verdachte een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd. De Hoge Raad heeft op 16 juni 2020 geoordeeld dat op grond van artikel 530 Sv ook vergoeding gevraagd kan worden van de rechtsbijstandskosten gemaakt in een klaagschriftprocedure. Volgens artikel 534, eerste en vierde lid, Sv wordt een schadevergoeding toegekend als, en voor zover, de rechtbank dat billijk vindt. De rechtbank houdt daarbij rekening met alle omstandigheden. Verzoeker heeft een bedrag ter hoogte van € 9.485,86 verzocht voor kosten van rechtsbijstand. In raadkamer heeft de advocaat nog een nadere toelichting gegeven op het aantal uren dat ten behoeve van de zaak is gedeclareerd. De rechtbank is van oordeel dat de advocaat het verzoek daarmee voldoende heeft toegelicht en acht het aantal uren dat aan rechtsbijstand is besteed begrijpelijk. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand acht zij in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van € 680,00 toegekend. 3De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv toe tot een bedrag van € 10.165,86, bestaande uit: - € 9.485,86 aan kosten van rechtsbijstand; - € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer; bepaalt dat een bedrag van € 10.165,86 zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Holla Advocaten, onder vermelding van “dossiernummer [kenmerk] ”. Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 januari 2026. De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. INFORMATIE RECHTSMIDDEL Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch. ECLI:NL:HR:2020:1056

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.