RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Breda raadkamernummer : 25-021627 datum : 20 januari 2026 beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzetschrift ex artikel 6:4:5 Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [bezwaarde], geboren op [datum] 2005, wonende op het [adres], hierna te noemen: bezwaarde. 1Procedure Het verzetschrift is op 19 augustus 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB) heeft op voorhand haar standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 23 december 2025 het verzetschrift in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft de bezwaarde en mevr. [naam] van het CJIB in raadkamer gehoord. 2Inhoud van het verzetschrift Bezwaarde heeft zich verzet tegen het nemen van verhaal door afgifte van een dwangbevel inzake de bij strafbeschikking van 15 november 2024 opgelegde geldboete, vermeerderd met de verhogingen wegens het niet voldoen van de geldboete en de administratiekosten. Het dwangbevel is op 26 juli 2025 afgegeven voor een totaalbedrag van € 166,
- Bezwaarde stelt in zijn verzetschrift dat hij geen herinneringen van het CJIB heeft ontvangen. In raadkamer geeft bezwaarde aan dat hij zich wel kan herinneren dat er een deurwaarder bij hem langs is geweest die het dwangbevel aan hem heeft overhandigd en dat hij heeft gezien dat hij twee dagen te laat zijn verzet via de mail aan de rechtbank heeft toegezonden. 3Standpunt van het CJIB De medewerker van het CJIB heeft namens de Minister in raadkamer aangevoerd dat bezwaarde niet-ontvankelijk is in het verzet, omdat het verzetschrift niet binnen twee weken na betekening van het dwangbevel is ingediend en daarom te laat is ingediend. 4Beoordeling Het verzetschrift dient conform artikel 6:4:5, derde lid, Sv te worden ingesteld bij deze rechtbank binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel. Volgens het exploot is het dwangbevel op 26 juli 2025 uitgevaardigd en op 30 juli 2025 door de deurwaarder in persoon aan bezwaarde betekend. Dit is een geldige betekening conform artikel 46, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzetschrift is gedateerd 19 augustus 2025 en is op diezelfde datum bij de rechtbank binnengekomen. De rechtbank stelt vast dat bezwaarde niet binnen twee weken na betekening van het dwangbevel verzet heeft ingesteld. De rechtbank zal daarom bezwaarde, zoals reeds is gemeld ter terechtzitting van 23 december 2025, niet-ontvankelijk verklaren in het verzet. 5Beslissing De rechtbank verklaart bezwaarde niet-ontvankelijk in het verzet. Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 januari
- De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.