← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:376

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant Civiel recht Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer: C/02/432598 / HA ZA 25-128 Vonnis van 21 januari 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. J.H. Bargeman, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. A.C.F. Berkhof en mr. N.A. Paulusse. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 14 mei 2025 en de daarin genoemde stukken; - de producties 13 tot en met 16 van [gedaagde] ; - de akte eisvermeerdering en overleggen producties van [eiser] met daarbij producties 21 tot en met 23; - de antwoordakte van [gedaagde] met daarbij producties 17 en 18; - de brief van 3 november 2025 namens [eiser] waarin de eis wordt verminderd; - de mondelinge behandeling van 4 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waaraan de spreekaantekeningen namens [gedaagde] zijn gehecht. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] is eigenaar van het perceel gelegen aan [adres 1] te [plaats] . [gedaagde] is eigenaar van het naastgelegen perceel gelegen aan [adres 2]. Partijen zijn dus buren van elkaar. 2.2. De achtertuinen van de percelen van partijen grenzen aan elkaar. Deze worden afgescheiden door een gemetselde muur (hierna ook: ‘de muur’), die op het perceel van [eiser] staat. 2.3. [gedaagde] heeft op zijn perceel een aanbouw gerealiseerd. De aanbouw grenst aan de woning van [gedaagde] en loopt parallel met (een deel van) de muur. De aanbouw is voorzien van een inpandige hemelwaterafvoer. 2.4. [eiser] heeft opdracht gegeven aan mevrouw [naam 1] van [bedrijf 1] B.V. (hierna ook: ‘[naam 1]’) om de muur met daartegen de aanbouw van [gedaagde] te beoordelen. In haar rapport van 22 april 2024 stelt [naam 1] vast dat sprake is van schade aan de muur welke wordt veroorzaakt door de aanbouw. Het regenwater loopt van het dak van de aanbouw op de muur, zakt hier tussen aanbouw en gemetselde muur en watert in in de bovenkant van de muur. Er is daardoor sprake van aangroei van mos en verzand en uitgespoeld voegwerk. De schade kan volgens [naam 1] alleen worden opgelost door het voegwerk te vervangen en het metselwerk te reinigen en te behandelen met Prevosil. De herstelkosten worden begroot op € 6.600,55. Om verdere schade te voorkomen dient daarnaast de aanbouw te worden verplaatst zodat deze zich 30-50 centimeter van de erfgrens bevindt. 2.5. Op 8 mei 2024 heeft de advocaat van [eiser] het rapport van [naam 1] aan [gedaagde] toegestuurd met het verzoek aansprakelijkheid te erkennen en tot aanpassing van de situatie over te gaan. 2.6. [gedaagde] heeft de aansprakelijkheid afgewezen. Hij heeft de heer [naam 2] van [bedrijf 2] (hierna ook: ‘[naam 2]’) gevraagd de muur te bekijken en een reactie te geven op het rapport van [naam 1]. [naam 2] constateert in zijn brief van 3 juni 2024 dat de aanbouw op houten palen vrij van de muur is geplaatst met een tussenruimte van twee centimeter. Daarnaast schrijft [naam 2] dat de inpandige hemelwaterafvoer ervoor zorgt dat het regenwater dat terecht komt op het dak van de aanbouw afwatert op het perceel van [gedaagde] en niet op de muur. [naam 2] geeft aan dat het verzanden van het voegwerk meerdere (andere) oorzaken kan hebben. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: primair: 1. [gedaagde] zal veroordelen om binnen dertig dagen na het te wijzen vonnis de aanbouw te plaatsen op een afstand van ten minste dertig centimeter van de muur van [eiser] af, althans dat [gedaagde] zodanige maatregelen treft ter beëindiging van de schadeveroorzakende situatie op een door de rechtbank te bepalen wijze, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel met een maximum van € 20.000,00; subsidiair: 2. [gedaagde] zal veroordelen om binnen veertien dagen na het te wijzen vonnis maatregelen te treffen op zodanige wijze dat de afwatering van de aanbouw niet meer plaatsvindt op het perceel van [eiser] , op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of dagdeel met een maximum van € 20.000,00; zowel primair als subsidiair: 3. [gedaagde] zal veroordelen om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 6.600,55, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; 4. [gedaagde] zal veroordelen om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 1.364,39, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; 5. [gedaagde] zal veroordelen om aan [eiser] te voldoen een bedrag van € 925,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; 6. [gedaagde] zal veroordelen binnen veertien dagen na het te wijzen vonnis de proceskosten aan [eiser] te voldoen, waarna daarover wettelijke rente verschuldigd is tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2. [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat sprake is van een onrechtmatige situatie. Volgens hem is de aanbouw van [eiser] te dicht op de muur gerealiseerd, waardoor onvoldoende ventilatie mogelijk is. Ook loopt het dak van de aanbouw schuin af, waardoor meer regenwater op de bovenkant van de muur stroomt. Door de (plaatsing van

  1. de)aanbouw ontstaat schade aan de muur in de vorm van groei van mossen en schimmels en het verzanden en verweren van het voegwerk van de muur. [eiser] vordert vergoeding van de herstelkosten van deze schade zoals door [naam 1] begroot. Daarnaast vordert hij dat de onrechtmatige toestand door [gedaagde] wordt weggenomen door het verplaatsen van de aanbouw. Ook vordert hij vergoeding van de kosten die hij heeft moeten maken voor de deskundige ([naam 1]) en de buitengerechtelijke incassokosten. 3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. 3.4. [gedaagde] voert aan dat geen sprake is van een onrechtmatige toestand. Tussen de aanbouw en de muur is voldoende ruimte gelaten voor ventilatie. Daarnaast zorgt de inpandige hemelwaterafvoer ervoor dat het regenwater dat op het dak van de aanbouw terecht komt niet op de muur kan stromen. Dit regenwater wordt opgevangen in een regenton waarbij een overloopbeveiliging voorzien is die afwatert op het eigen perceel van [gedaagde] . Volgens [gedaagde] worden de groei van schimmels en mossen alsmede het verweren en verzanden van het voegwerk niet veroorzaakt of verergerd door de (plaatsing) van de aanbouw. [gedaagde] wijst erop dat de muur ruim veertig jaar oud en dat deze vanwege de noordoostelijke ligging is blootgesteld aan weersinvloeden, hetgeen de schade aan de muur mogelijk kan verklaren. [gedaagde] verwijst naar de brief van [naam 2] waarin alternatieve schadeoorzaken worden genoemd. Daarnaast verwijst hij naar de schriftelijke verklaring van mevrouw [naam 3] (hierna ook: ‘[naam 3]’), de vorige bewoner van [adres 1]. Zij verklaart dat de muur ook vóór de verkoop aan [eiser] begroeid was met mos en schimmels en regelmatig moest worden schoongemaakt. Ook verklaart ze dat de muur vanwege de ligging vaak erg nat is en het lang duurt voordat deze droogt. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De rechtbank stelt voorop dat niet is betwist dat sprake is van de groei van mossen en algen op de muur en dat het voegwerk is verweerd en verzand. Dat er sprake is van schade aan de muur staat dus vast. 4.2. Tussen partijen is in geschil of de (plaatsing van
  2. de)aanbouw van [gedaagde] deze schade heeft veroorzaakt of heeft doen toenemen en daarom een onrechtmatige situatie oplevert. [eiser] wijst in dat verband op het rapport van [naam 1], waaruit volgt dat de aanbouw een extra belasting door water op de muur veroorzaakt. Daarnaast zorgt de kleine afstand tussen de aanbouw en de muur ervoor dat water dat naar beneden zakt onvoldoende kan verdampen. Dit zorgt, met name aan de onderzijde van de muur, voor (een toename van) de groei van algen en mos en het verweren en het verzanden van het voegwerk. Als de aanbouw niet wordt verplaatst, zal deze schade verder toenemen, aldus [naam 1]. [gedaagde] betwist dat de aanbouw zorgt voor extra waterbelasting op de muur. De inpandige hemelwatervoorziening is juist bedoeld om dat te voorkomen. Ook betwist [gedaagde] dat onvoldoende ruimte tussen de aanbouw en de muur bestaat om ventilatie toe te laten. Volgens hem spelen de ligging en ouderdom van de muur een rol bij het ontstaan van de schade en is de schade niet toegenomen door toedoen van (de plaatsing van) de aanbouw. [gedaagde] wijst daarbij op de verklaringen van [naam 2] en [naam 3]. 4.3. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld of sprake is van een onrechtmatige situatie. Zoals ter zitting reeds met partijen is besproken, ziet de rechtbank daarom aanleiding om een onderzoek door een deskundige in te laten stellen. 4.4. Voordat daartoe wordt overgegaan, zal de rechtbank partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over: - de wenselijkheid van een deskundigenbericht; - het specialisme van de te benoemen deskundige; - de aan de deskundige voor te leggen vragen. 4.5. De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van bouwkunde en dat de volgende vragen moeten worden gesteld: Zorgt de (plaatsing van
  3. de)aanbouw ervoor dat de muur meer dan gebruikelijk wordt belast met (regen)water? Is de inpandige hemelwaterafvoer daarbij voldoende om extra belasting te voorkomen? Is de aanbouw zodanig dicht op de muur geplaatst dat onvoldoende ventilatie mogelijk is en vocht onvoldoende kan verdampen? Is er sprake van schade aan de muur in de vorm van de groei van mossen en algen en/of het verweren en verzanden van het voeg- en/of metselwerk dat direct wordt veroorzaakt door of aantoonbaar is toegenomen door de extra belasting door water en/of de verminderde ventilatiemogelijkheid? Wat zijn de kosten van herstel van deze schade? Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling? 4.6. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(
  4. n)door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eiser] worden betaald. 4.7. In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen. 4.8. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De rechtbank zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen. 4.9. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich hierover bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren. 4.10. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5De beslissing De rechtbank 5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 4 maart 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht, 5.2. bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij, 5.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Mulders en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.