ECLI:NL:RBZWB:2026:5018
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda Parketnummer: 02-126846-25 Vonnis van de meervoudige kamer van 10 juni 2026 [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] , raadsman mr. Z. Yeral, advocaat te Roosendaal.
1Onderzoek op de terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 mei 2026, waarbij de officier van justitie, mr. Y.E.Y. Vermeulen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 5 februari 2024 tot en met 20 december 2024 medeplichtig is geweest aan oplichting, dan wel in de periode van 5 juni 2024 tot en met 20 december 2024 al dan niet samen met een ander zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- dan wel schuldwitwassen van een bedrag van in totaal € 1.127,95.
3De voorvragen De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4De beoordeling van het bewijs 4.1.
Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vordert vrijspraak van de primair ten laste gelegde medeplichtigheid aan oplichting. Hij acht het subsidiair ten laste gelegde schuldwitwassen wel wettig en overtuigend bewezen. Wel dient partiële vrijspraak te volgen voor het medeplegen, nu uit het dossier niet blijkt dat verdachte nauw en bewust met [medeverdachte] heeft samengewerkt.
4.2.
Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Verdachte wist niet dat [medeverdachte] zich bezighield met oplichting en dat er geld op haar bankrekening was gestort dat afkomstig was van oplichting. Zij keek nooit op haar bankrekening. Verdachte dient daarom integraal te worden vrijgesproken.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank In de periode van 5 februari 2024 tot en met 20 december 2024 hebben 21 personen aangifte gedaan van (internet)oplichting. Zij hadden allemaal gereageerd op een advertentie op Facebook Marketplace, Marktplaats of Tweedehands.nl, waarin spullen te koop werden aangeboden. Zij hadden contact opgenomen met de verkoper en met hem afspraken gemaakt over de prijs en de levering van de spullen. Zij hadden met hem afgesproken dat zij (een deel van) het geldbedrag zouden overmaken naar het bankrekeningnummer dat de verkoper had opgegeven. Daarna zou de verkoper de spullen naar hen toezenden. De spullen werden echter nooit verstuurd en na betaling bleek er ook geen contact meer mogelijk te zijn met de verkoper. Het door de aangevers overgemaakte geld werd nooit teruggestort.
De politie heeft naar aanleiding van deze aangiftes een onderzoek ingesteld. Daarbij zijn twee verdachten in beeld gekomen, te weten [medeverdachte] en verdachte. In 18 gevallen is er geld overgemaakt naar een bankrekening op naam van [medeverdachte] . In 3 gevallen ging het om een bankrekening op naam van verdachte. [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij de bewuste advertenties heeft geplaatst, met de aangevers heeft onderhandeld over de prijs en afspraken heeft gemaakt over de levering van de spullen. Hij heeft toegezegd dat hij na ontvangst van de betaling de spullen zou opsturen, maar heeft dit niet gedaan. Hij heeft hiervoor niet alleen zijn eigen bankrekeningen gebruikt, maar ook de bankrekening van verdachte. Verdachte was hier volgens hem niet van op de hoogte.
Verdachte heeft op zitting verklaard dat zij niet wist dat [medeverdachte] zich bezighield met oplichting. Zij wist ook niet dat er geld op haar bankrekening was gestort dat afkomstig was van oplichting. Zij keek namelijk nooit op haar bankrekening omdat haar rekeningen via automatische incasso’s werden betaald.
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er onvoldoende bewijs is waaruit kan worden afgeleid dat verdachte betrokken is geweest bij de oplichting. De rechtbank kan alleen in enkele gevallen vaststellen dat er geld op haar bankrekening is gestort. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de primair ten laste gelegde medeplichtigheid aan oplichting.
De rechtbank zal verdachte ook vrijspreken van het subsidiair ten laste gelegde witwassen. Hoewel de verklaring van verdachte de nodige vragen oproept, kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld dat op haar bankrekening was gestort van oplichting dan wel enig misdrijf afkomstig was, nu daarvoor onvoldoende concrete feiten en omstandigheden voorhanden zijn.
5De vorderingen van de benadeelde partijen 5.1.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert een schadevergoeding van € 310,25.
Verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
5.2.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 57,85.
Verdachte zal worden vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
6Beslissing De rechtbank:
Vrijspraak
Benadeelde partijen
Dit vonnis is gewezen door R. Combee, voorzitter, en mr. D. van Kralingen en mr. R.T. Poort, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting op 10 juni 2026.
Mr. Poort is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks periode van 5 februari 2024 tot en met 20 december 2024 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het (telkens) door middel van een geautomatiseerd werk, te weten via een webserver met daarop de website Marktplaats.nl, Facebook.nl, Tweedehands.nl en/of (de app) Whatsapp verkopen van goederen en/of het verlenen van diensten tegen betaling, te weten