RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/443769 / FA RK 26-100 Datum uitspraak: 9 januari 2026 Beschikking voortzetting inbewaringstelling op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1949 in [geboorteplaats] , Albanië, hierna te noemen: betrokkene, wonend in [plaats 1] , thans verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2] , advocaat: mr. M.W. Dieleman uit Middelburg. 1Het verloop van de procedure 1.
- De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van 8 januari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 januari 2026, in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk in de Albanese taal; - [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde; - [persoon 2] , coördinator welbevinden. Verschenen, maar niet gehoord, is: - mevrouw [persoon 3] , specialist ouderengeneeskunde in opleiding. 2Wat vaststaat 2.
- Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van [plaats 1] heeft de inbewaringstelling op 7 januari 2026 afgegeven. 3Het verzoek 3.
- Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken. 4De beoordeling 4.1 Gelet op de nauwe samenhang van dit verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van betrokkene met het verzoek tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van betrokkene in de zaak met kenmerk C/02/443090 / FA RK 25-6474, zijn deze verzoeken gelijktijdig tijdens de zitting op 9 januari 2026 behandeld. 4.2 Bij separate beslissing van heden is een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van betrokkene verleend voor de duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 9 juli
- Het voorgaande brengt mee dat het onderhavige verzoek zal worden afgewezen, nu bij de toewijzing van dit verzoek geen belang meer bestaat. 5De beslissing De rechtbank: 5.
- wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 23 januari
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.