← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:601

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/443336 / FA RK 25-6639 Datum uitspraak: 9 januari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat: mr. R.T.K. Davidse te Middelburg. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van 23 december 2025 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 december
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 januari 2026, op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - de heer [persoon 1] , behandelaar; - de heer [persoon 2] , psychiater. 2Het verzoek 2.
  4. De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - het onderzoeken aan kleding of lichaam; - het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - het opnemen in een accommodatie. 3De standpunten 3.
  5. Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat hij enige tijd geleden meermaals bij de ambulante verslavingszorg en de huisarts om hulp heeft gevraagd. Deze hulp heeft hij toen niet gekregen. Nu is er een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging met zelfs een verplichte opname ingediend. Dit heeft betrokkene erg getriggerd. Hij wil niets meer te maken hebben met de zorg vanuit [hulpverlening] . Wel wil hij hulp bij het schoonmaken en af en toe een gesprek kunnen voeren met de ambulante verslavingszorg. Volgens betrokkene is hij de laatste maanden stabieler geworden. Hij gebruikt nu minder cocaïne. Wiet gebruikt hij nog elke dag. 3.
  6. De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene erkent dat hij belast is met verslavingsproblematiek, maar dit maakt volgens betrokkene niet dat er sprake is van een psychische stoornis. Betrokkene is bovendien al 25 jaar verslaafd en dit kan niet meer veranderen. Daarom is de voorgestelde verplichte zorg niet doelmatig. Verder is betrokkene ontzettend gefrustreerd over het contact met [hulpverlening] , het FACT-team en zijn moeder, en de omstandigheid dat hij om hulp heeft gevraagd, maar deze niet heeft gekregen. Betrokkene wil nu alleen hulp bij het schoonmaken, wat medicatie om rustiger te worden en af en toe een gesprekje voeren met de verslavingszorg. 3.
  7. De behandelaar en psychiater benoemen dat er bij betrokkene sprake is van een psychose en ernstig middelengebruik, waardoor betrokkene erg achterdochtig is. Deze situatie moet worden doorbroken en dat gaat in het ambulante kader niet lukken. De ambulante verslavingszorg is bovendien niet toereikend voor de zorg die betrokkene behoeft. Betrokkene heeft eerder aangegeven dat hij opgenomen wilde worden, waarna hij na enkele dagen weer is vertrokken. 4De beoordeling 4.
  8. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.
  9. Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. De enkele ontkenning van betrokkene dat hij niet lijdt aan een psychische stoornis, geeft de rechtbank, gelet ook op het verloop van de zitting, geen reden om te twijfelen aan de in de stukken gestelde diagnose en hetgeen de behandelaar en de psychiater tijdens de mondelinge behandeling hieromtrent hebben verklaard. 4.
  10. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat is gelegen in ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige immateriële schade, ernstige, financiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, ernstige verstoorde ontwikkeling, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 4.
  11. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene onder invloed van de genoemde psychische stoornis agressief en dreigend gedrag kan vertonen, waarmee hij voor hinder en overlast zorgt, zijn steunsysteem ernstig onder druk zet en agressie bij anderen uitlokt. Er is daarnaast in toenemende mate sprake van middelenmisbruik door betrokkene en hij verwaarloost zichzelf en zijn omgeving. 4.
  12. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.
  13. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene beschikt niet over ziekte-inzicht en -besef, weigert een vrijwillige behandeling en opname en wil geen medicatie innemen. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.
  14. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - het onderzoeken aan kleding of lichaam; - het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - het opnemen in een accommodatie. De hiervoor genoemde verplichte zorgvormen zullen dus worden toegewezen. De rechtbank merkt daarbij voor de goede orde nog op dat op de zogeheten ‘Kennisgeving mondelinge uitspraak verplichte zorg Wvggz’ die op 9 januari 2026 na de sluiting van de mondelinge behandeling aan zowel de behandelaar als de advocaat is meegegeven, de zorgvorm ‘het onderzoeken van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ abusievelijk is aangekruist en de zorgvorm ‘het onderzoeken aan kleding of lichaam’ abusievelijk niet is aangekruist. De beschikking is echter leidend en hierin zijn de zorgvormen zoals onder r.o. 4.
  15. overwogen, opgenomen, zoals ook door de officier van justitie is verzocht. 4.
  16. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 4.
  17. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 4.
  18. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 9 juli
  19. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  20. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.
  21. staan kunnen worden toegepast; 5.
  22. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juli
  23. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 23 januari
  24. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.