RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-222814-25 vonnis van de meervoudige economische kamer van 4 februari 2026 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Verenigd Koninkrijk) wonende te [woonadres] (Verenigd Koninkrijk) nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [locatie] raadsvrouw mr. F.W.M. Hopmans, advocaat te Breda 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 21 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. M.P. de Graaf en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander 25 kilogram ketamine heeft uitgevoerd, althans in voorraad heeft gehad. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde opzettelijk in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft zich voor het in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Daarbij was geen sprake van vol opzet. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht 4.3.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Primair Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is geweest van vol opzet. Verdachte heeft bekend dat hij met de medeverdachte op verzoek van onbekenden een doos heeft vervoerd en dat hij dacht dat in die doos cannabis zat. Verdachte heeft zich daarmee willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat in de doos verboden middelen zaten, zoals ook het geval was. Verdachte heeft daarmee het voorwaardelijk opzet gehad op het in voorraad hebben van de 25 kilogram ketamine. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte Primair: op 12 augustus 2025 te Hazeldonk , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk zonder registratie als bedoeld in de Geneesmiddelenwet een grote hoeveelheid van een werkzame stof, te weten 25 kilogram ketamine, in voorraad heeft gehad. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw vindt dat de eis van de officier van justitie disproportioneel is in vergelijking tot uitspraken in soortgelijke zaken. Zij heeft verzocht om bij de strafbepaling meer rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en om aan hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte reed op 12 augustus 2025 te Breda als bestuurder van een Franse huurauto in de richting van de Belgische grens met [medeverdachte] als bijrijder. Kort voor de grens werd de auto staande gehouden en werd in die auto een doos aangetroffen met daarin 25 kilogram ketamine. Na aanvankelijk te hebben gezwegen, hebben beiden verklaard de doos op verzoek van onbekenden vervoerd te hebben van Rotterdam naar Breda. Hun politieverklaringen daarover zijn echter niet consistent met elkaar en ook op zitting heeft verdachte geenszins het achterste van zijn tong laten zien. De rechtbank zal met deze proceshouding in het nadeel van verdachte rekening houden bij de strafbepaling. Verdachte heeft zich samen met [medeverdachte] schuldig gemaakt aan het opzettelijk in voorraad hebben van 25 kilogram ketamine met een straatwaarde van ongeveer € 500.000,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.