RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/438597 FA RK 25-4105 Beschikking betreffende provisionele voorziening ex artikel 223 Rv van 4 februari 2026 in de zaak van [de vrouw] , wonende te [plaats 1] , [gemeente] , hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. T.J.E. op de Weegh te Heiloo, en [de man] , wonende te [plaats 2] , hierna te noemen de man, advocaat mr. F. C. de Wit-Fachetti te Rotterdam.
- Het verdere verloop van het geding 1.
- Dit blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van deze rechtbank van 24 november 2025 en alle daarin vermelde stukken. - de brief van mr. Op de Weegh van 20 januari 2026 houdende aanvullende verzoek; - de brief van mr. Op de Weegh van 21 januari 2026; - de brief van mr. De Wit-Fachetti van 21 januari
- 1.
- In voormelde beschikking zijn partijen en hun kinderen voor een (jeugd)hulptraject verwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Midden-Brabant. Verder is een voorlopige zorg- en contactregeling vastgesteld tussen de man en de minderjarigen respectievelijk de vrouw en de minderjarigen, 1.
- Iedere verdere beslissing op de verzoeken die zien op kinderalimentatie is aangehouden in afwachting van bericht over het resultaat van het tussen hen gevoerde overleg. Omdat partijen niet in onderling overleg tot afspraken zijn gekomen, heeft de rechtbank besloten een nieuwe zitting te houden in december
- Op verzoek van partijen is deze zitting verplaatst naar 23 januari
- 1.
- Uit voormelde brieven van 20 en 21 januari 2025 blijkt dat inmiddels een gezinsadvocaat is betrokken bij de tussen partijen aanhangige geschillen. Voor wat betreft de kinderalimentatie verzoeken beide partijen nu om een aanhouding van drie maanden om onder begeleiding van de gezinsadvocaat en de inmiddels opgestarte hulpverlening alsnog tot afspraken te kunnen komen. Verder hebben partijen in voornoemde brieven ieder voor zich maar eensluidend aanvullend verzocht de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toe te vertrouwen aan de man en de minderjarigen [minderjarige 3] en [minderjarige 4] aan de vrouw. Zowel de vrouw als de man vragen om toevertrouwing van [minderjarige 5] aan haar respectievelijk aan hem. Partijen hebben gezamenlijk aan de rechtbank verzocht de zaak schriftelijk af te doen. Kinderalimentatie 1.
- Omdat het loket Midden-Brabant is verzocht om uiterlijk op 7 juli 2026 in de bodemprocedure (zaak-/rekestnummer 438595 FA RK 25-4103) de rapportage over het verloop en het resultaat van het (jeugd)hulpverleningstraject ter griffie in te dienen, ziet de rechtbank aanleiding om de zaak ook voor wat betreft de kinderalimentatie aan te houden tot uiterlijk 7 juli 2026 om in de bodemprocedure het resultaat van het onderling overleg tussen partijen te ontvangen. Toevertrouwing 1.
- De verzoeken tot voorlopige toevertrouwing van de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan de man en voorlopige toevertrouwing van de minderjarigen [minderjarige 3] en [minderjarige 4] aan de vrouw liggen als op de wet gegrond als na te melden voor toewijzing gereed. 1.
- In geschil is de voorlopige toevertrouwing van [minderjarige 5] . Volgens de vrouw geldt voor [minderjarige 4] en [minderjarige 3] dezelfde zorgverdeling als voor [minderjarige 5] . Er is dan ook geen reden om voor de voorlopige toevertrouwing van [minderjarige 5] een andere keuze te maken dan voor [minderjarige 4] en [minderjarige 3] . Ook in het kader van de nog in kaart te brengen financiële afspraken is dit het meest overzichtelijk, aldus de vrouw. De man stelt zich op het standpunt dat [minderjarige 5] altijd heeft aangegeven dat hij bij de man wil zijn. Weliswaar loopt er nu een co-ouderschapsregeling met betrekking tot de drie jongsten, maar volgens de man is het belangrijk om ook aan [minderjarige 5] het gevoel te geven dat hij gehoord wordt en officieel aan hem wordt toevertrouwd. Bovendien stuit toevertrouwing aan de vrouw op praktische problemen omdat er hulpverlening loopt en de vrouw in een andere gemeente is inschreven. 1.
- De rechtbank stelt voorop dat de beslissing over de voorlopige toevertrouwing van [minderjarige 5] voor hem geen verandering gaat brengen in de feitelijke situatie. Er is immers sprake van een gelijke verdeling van de zorgtaken tussen de ouders in de vorm van een co-ouderschap. Daarin ziet de rechtbank aanleiding om aan te sluiten bij de door [minderjarige 5] tijdens het kindgesprek geuite wens om bij zijn vader te wonen. Dit betekent dat het verzoek van de man om voorlopige toevertrouwing van [minderjarige 5] aan hem zal worden toegewezen en dat van de vrouw zal worden afgewezen.
- De beslissing De rechtbank 2.
- beslist bij wege van provisionele voorziening, totdat in de hoofdzaak definitief is beslist, als volgt: 2.
- bepaalt dat aan de man worden toevertrouwd de minderjarigen: - [minderjarige 1] , geboren te [plaats 2] op [geboortedag 1] 2008; - [minderjarige 2] , geboren te [plaats 2] op [geboortedag 2] 2010; - [minderjarige 5] , geboren te [plaats 2] op [geboortedag 3] 2015; 2.
- bepaalt dat aan de vrouw worden toevertrouwd de minderjarigen: - [minderjarige 3] , geboren te [plaats 2] op [geboortedag 4] 2013; - [minderjarige 4] , geboren te [plaats 2] op [geboortedag 5] 2017; 2.
- verzoekt de advocaten van partijen om de rechtbank vóór 7 juli 2026 in de hoofdzaak met kenmerk 438595 FA RK 25-4103 te berichten omtrent het resultaat van het onderling over voor wat betreft de kinderalimentatie; 2.
- wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. van der Plas, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 februari
- Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.