← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:796

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 12023730 \ VV EXPL 25-102 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 9 februari 2026 in de zaak van DE VERENIGING MET VOLLEDIGE RECHTSBEVOEGDHEID LAURENTIUS, te Breda, eisende partij, hierna te noemen: Laurentius , gemachtigde: mr. Y.F. Rijswijk, tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. A.D.M. Klein Selle. De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Breda . De zaak wordt behandeld door mr. O.J. Boeder, kantonrechter, bijgestaan door mr. S.H.G. van Poucke als griffier. Aanwezig zijn: - namens Laurentius , [persoon] , - mr. Y.F. Rijswijk, gemachtigde van Laurentius , - mr. A.D.M. Klein Selle, gemachtigde van [gedaagde] . Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. 1De beoordeling 1.

  1. Laurentius legt aan de vordering tot ontruiming ten grondslag de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst ten gevolge van de bestuursrechtelijke sluiting van de woning op basis van de Opiumwet, d.d. 8 januari
  2. 1.
  3. [gedaagde] voert geen verweer. De vorderingen van Laurentius komen niet onrechtmatig of onredelijk voor en worden toegewezen. 1.
  4. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Laurentius worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 153,77 - griffierecht € 135,00 - salaris gemachtigde € 434,00 (2 punten × € 217,00) - nakosten € 108,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 831,27 1.
  5. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 2De beslissing De kantonrechter 2.
  6. veroordeelt [gedaagde] om de woning op het [adres] in [plaats] binnen 24 uur na de opheffing van de bestuursrechtelijke sluiting op 8 april 2026 te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken voor zover deze niet het eigendom van Laurentius zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Laurentius te stellen, onder de voorwaarde dat dit vonnis uiterlijk 9 maart 2026 aan [gedaagde] wordt betekend. 2.
  7. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 831,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 2.
  8. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 2.
  9. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. Boeder en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.