← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:800

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/4721 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en de Dienst Toeslagen. Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres van 17 juli 2025 tegen brieven van de Dienst Toeslagen. 1.
  2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  3. Het beroep is volgens het beroepschrift gericht tegen “het besluit van de Toeslageninstantie d.d. 12 juni 2025 en 14 juli” over het kindgebonden budget voor 2023 en
  4. Omdat niet helemaal duidelijk was waar het beroep zich precies tegen richt, heeft de rechtbank op 16 september 2025 aan eiseres verzocht om een nadere toelichting, met een rappel op 5 december
  5. 2.
  6. Pas op 2 februari 2026 heeft de rechtbank een reactie van eiseres ontvangen. Daarin schrijft zij dat haar beroep is gericht tegen: het besluit van 12 juni 2025 met kenmerk BOB O H en het besluit van 14 juli
  7. De rechtbank stelt vast dat over het besluit van 12 juni 2025 (over het kindgebonden budget over het jaar 2024) al een beroep loopt, onder zaaknummer 25/
  8. Het beroep tegen dat besluit zal verder worden afgehandeld onder dat nummer.
  9. Dan resteert nog het beroep tegen ‘het besluit van 14 juli 2025’. Bij het beroepschrift waren twee brieven gevoegd van de Dienst Toeslagen van 14 juli 2025, over de betaling van € 3.714 en € 4.
  10. Het gaat daarbij om terug te betalen bedragen aan kindgebonden budget over 2023 en
  11. De rechtbank begrijpt dat het beroep is gericht tegen deze brieven. 4.
  12. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep tegen deze brieven kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. 4.
  13. Het instellen van beroep is op grond van artikel 8:1 van de Awb alleen mogelijk tegen een besluit. Wat onder een besluit wordt verstaan is bepaald in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. 4.
  14. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep is een schriftelijke mededeling over de hoogte van een te betalen bedrag, waarover in het verleden al besluiten zijn genomen, niet op rechtsgevolg gericht en daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. 4.
  15. In de brieven van 14 juli 2025 wordt slechts opgave gedaan van door eiseres nog terug te betalen bedragen. Over de vaststelling van deze bedragen en het kindgebonden budget over 2023 en 2024 zijn in het verleden al besluiten genomen door de Dienst Toeslagen. De brieven van 14 juli 2025 zijn daarom niet op rechtsgevolg gericht en geen besluit in de zin van de Awb. Dit betekent dat tegen deze brieven geen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. Conclusie en gevolgen
  16. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen de brieven van 14 juli 2025 niet inhoudelijk beoordeelt. Het beroep tegen het besluit van 12 juni 2025 met kenmerk BOB O H wordt verder behandeld onder zaaknummer 25/
  17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 9 februari 2026 en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 26 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:331.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.