Rechtbank Zeeland-West-Brabant – ECLI:NL:RBZWB:2026:846
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/6800 uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 februari 2026 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker, (gemachtigde: mr. P.C. Schouten), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda (het college), verweerder.
Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek tegen het besluit van het college van 14 november 2025 waarbij verzoekers recht op een uitkering vanaf 1 november 2025 was opgeschort. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
1.1.
Hij heeft het verzoek ingetrokken, omdat het college op 16 januari 2026 de opschorting van zijn uitkering ongedaan heeft gemaakt.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank meegedeeld dat vergoeding voor 1 procespunt aan de orde is.
1.3.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?
Welke kosten dient het college te vergoeden?
Conclusie en gevolgen 6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe tot een bedrag van € 934,-.
Beslissing De voorzieningenrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 10 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.