← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:883

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/5673 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2026 in de zaak tussen Enexis Netbeheer B.V., uit 's-Hertogenbosch, eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het college volgens haar niet op tijd heeft beslist op het handhavingsverzoek van 13 juni 2025 en de uitbreiding van het handhavingsverzoek van 10 maart 2025 inzake de aanwezigheid van glasvezelkabels boven het gasnet van eiseres. 1.
  2. Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  3. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep kennelijk gegrond?
  4. Het beroep is kennelijk gegrond. Niet in geschil is dat er sprake is van een overschrijding van de beslistermijn. Eiseres heeft het college op 13 oktober 2025 in gebreke gesteld. Het college heeft de ingebrekestelling op 14 oktober 2025 ontvangen en sindsdien zijn twee weken voorbijgegaan. Welke beslistermijn wordt aan het college opgelegd?
  5. Omdat het college nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het college dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het college dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. Welke dwangsom wordt aan het college opgelegd?
  6. Eiseres verzoekt om een dwangsom van € 1.000,- per dag, met een maximum van € 100.000,- op te leggen. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat het college een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het college. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-. Stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast?
  7. Eiseres heeft verzocht om de dwangsom vast te stellen. Als een bestuursorgaan een besluit niet op tijd neemt, moet het bestuursorgaan een dwangsom betalen voor elke dag dat het te laat is, voor maximaal 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23,- per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35,- per dag en de overige dagen € 45,- per dag. Het bestuursorgaan stelt de dwangsom vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom betaald moet worden. 6.
  8. Het college heeft de hoogte van de dwangsom niet vastgesteld. De rechtbank doet dit op grond van artikel 8:55c van de Awb nu alsnog. Uit de stukken blijkt dat sinds twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling meer dan 42 dagen zijn verstreken. De rechtbank stelt de bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van € 1.442,- . Conclusie en gevolgen
  9. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, het college twee weken krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het college de onder
  10. genoemde dwangsom wordt opgelegd. De rechtbank stelt ook de door het college al verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op € 1.442,-.
  11. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit; draagt het college op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken; - bepaalt dat het college aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ; - stelt de door het college te betalen dwangsom vast op € 1.442,- ; - bepaalt dat het college het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van I. Ambachtsheer, griffier, op 11 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Dit staat in artikel 4:17 en 4:18, eerste lid, van de Awb.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.