← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2026:981

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443684 / FA RK 26-57 Datum uitspraak: 20 januari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende te [plaats] , verblijvende te [accommodatie] , [adres] , advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 januari
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 januari
  4. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [persoon 1] , waarnemend behandelaar; de heer [persoon 2] , echtgenoot van betrokkene. Tevens waren aanwezig: de heer [persoon 3] , verpleegkundig afdelingsspecialist; de heer [persoon 4] , advocaat-stagiaire. 1.
  5. De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2Wat vaststaat De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verleend tot en met 7 januari
  6. 3Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - opnemen in een accommodatie. 4De standpunten 4.
  7. Betrokkene merkt op dat zij recent naar een appartement op het terrein van [accommodatie] is verhuisd. Het betreft een fijne woning, maar van gewenning is nog geen sprake. Ook speelt haar verleden daarbij een belangrijke rol en zorgt dit er bij elkaar voor dat zij zich nog onvoldoende veilig voelt. Ook kampt zij met continue stressgevoelens, waardoor zij momenten kent waarin zij in een dissociatieve toestand geraakt. Zij kan niet aangeven wat er exact gebeurt wanneer zij die momenten kent, omdat dit voor haar ‘zwarte gaten’ zijn. Zij hoopt/verwacht dat een zorgmachtiging in die situatie voor meer rust en stabiliteit zal (kunnen) zorgen. Zij kan daarom achter het verzoek staan. 4.
  8. De waarnemend behandelaar brengt naar voren dat bij betrokkene sprake is van een ingewikkeld psychiatrisch ziektebeeld in de vorm van een dissociatieve identiteits-stoornis, borderline persoonlijkheidsstoornis en een posttraumatische stressstoornis. Betrokkene heeft alter ego’s die het slecht met haar voor hebben. In het verleden heeft betrokkene tijdens momenten, waarop zij wisselde van persoonlijkheid, destructief gedrag (automutilatie) vertoond. Ook zijn er momenten geweest, waarop de andere identiteiten haar aanzetten tot het tonen van hevig verzet en agressie naar derden, waaronder door zich te bewapenen. Daarnaast komt het met name in de avonduren voor dat, wanneer betrokkene de kans ziet haar woning ongezien te verlaten, er sprake is van dwaalgedrag. Betrokkene is meerdere malen in dissociatieve toestand op straat aangetroffen. Meer recent werd zij lopend langs de A27 snelweg gesignaleerd, waarop de politie heeft ingegrepen. Gezien wordt dat betrokkene samen met haar echtgenoot goed meewerkt aan de behandeling op het complex van [accommodatie] . Dit neemt echter niet weg dat deze instelling geen gesloten afdeling kent en dit in de praktijk regelmatig tot ongewenste en zeer risicovolle situaties leidt, zoals wanneer er sprake is van dwaalgedrag, zoals hiervóór beschreven. Ook wordt dit gedrag door personen of instanties/autoriteiten, die daarmee worden geconfronteerd, niet altijd goed begrepen en/of ingeschat, waardoor er daarop soms verkeerd wordt gehandeld en/of gereageerd. Echter ook indien betrokkene zou verhuizen naar een gesloten accommodatie zijn daaraan risico’s verbonden. In dat verband wijst hij erop dat het te zeer overnemen van de regie bij betrokkene voor de lange termijn niet helpend is gebleken, aangezien dit een toename van destructief en regressief gedrag bij haar tot gevolg had. Gemiddeld genomen is er rondom betrokkene wekelijks sprake van een incident, waarbij er sprake is van ofwel het daadwerkelijk ontstaan ofwel het risico op ernstig nadeel. Van belang is dat in die voorkomende situaties er, naast het verplicht (kunnen) toedienen van depotmedicatie, tevens over een korte klinische opnamemogelijkheid kan worden beschikt en daarnaast waar nodig holding kan worden toegepast. Op de vraag van de advocaat of een zelfbindingsverklaring is overwogen ter voorkoming van een zorgmachtiging merkt hij op dat dit het geval is, zij het dat in de gegeven omstandigheden althans op dit moment een zelfbindingsverklaring onvoldoende bescherming biedt. Dit omdat betrokkene consequent de zorg geboden dient te krijgen die zij nodig heeft uit oogpunt van bescherming in geval van dissociatieve episodes, ook als dit betekent dat naar personen/instanties/autoriteiten regulerend moet worden opgetreden om in die situaties voor betrokkene voldoende rust en duidelijkheid te (kunnen) creëren. Als de op dit moment strikt noodzakelijke zorgvormen benoemt hij het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten en het opnemen in een accommodatie. 4.
  9. De verpleegkundig afdelingsspecialist sluit zich aan bij dat wat door de waarnemend behandelaar naar voren is gebracht. 4.
  10. De echtgenoot van betrokkene geeft aan achter het verzoek te kunnen staan, zoals ter zitting is besproken. 4.
  11. De advocaat van betrokkene voert aan dat hem uit het voorgesprek en de zitting is gebleken dat zijn cliënt achter een zorgmachtiging kan staan. Zij beschouwt de zorg-machtiging als extra vangnet voor die situaties, waarin er bij haar sprake is van een wisseling van persoonlijkheid en er daardoor ernstig nadeel optreedt, zoals in de stukken beschreven en ter zitting besproken en daarvoor zorg noodzakelijk is. Namens zijn cliënt verzoekt hij daarom het verzoek toe te wijzen voor zover het de strikt noodzakelijke zorgvormen betreft, als ter zitting besproken. Dit betekent dat het verzoek dient te worden afgewezen waar dit ziet op het verplicht (kunnen) toepassen van het toedienen van vocht en voeding en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening. 5De beoordeling 5.
  12. De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.
  13. Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van persoonlijkheidsstoornissen en overige DSM-5 stoornissen. 5.
  14. Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene kampt met een complex geheel aan stoornissen. Ondanks deze situatie is zij in staat gebleken met zorg in een verplicht kader in een appartement op het terrein van de GGZ-instelling te wonen. Gebleken is dat er nog frequent sprake is van momenten, waarop zij in dissociatieve toestand geraakt en andere identiteiten haar aanzetten tot agressief gedrag naar anderen en tot dwaalgedrag, waardoor er ernstig gevaar ontstaat voor haar eigen veiligheid en die van anderen. 5.
  15. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 5.
  16. Niet is gebleken op dit moment van mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis, wanneer betrokkene dissocieert is zij niet meer aanspreekbaar op eerder gemaakte zorgafspraken. Dit is ook ter zitting door betrokkene en haar advocaat als zodanig bevestigd. Verplichte zorg is daarom nodig, zij het wel vanuit de hoop/verwachting dat, naarmate betrokkene langer in de GGZ-instelling verblijft en er met de geboden verplichte zorg meer stabiliteit is bereikt, er naar een zelfbindingsverklaring toegewerkt zal kunnen worden. 5.
  17. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid in geval van een opname; - insluiten; - opnemen in een accommodatie, uitsluitend indien betrokkene in dissociatieve toestand verkeert en een klinische opname nodig is in het belang van haar veiligheid en/of die van anderen. Het verzoek van de officier van justitie zal worden afgewezen voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, nu voor het afgeven van een machtiging in zoverre geen noodzaak bestaat. 5.
  18. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 5.
  19. Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht. 6De beslissing De rechtbank: 6.
  20. verleent een zorgmachtiging voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast; 6.
  21. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 juli 2026; 6.
  22. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 3 februari
  23. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.