E01.96.
(1994), die volgens hen dezelfde status hebben als het streekplan. De Afdeling verstaat dit, gelet op het ter zitting verhandelde, aldus dat verweerders hiermee willen betogen dat zij gehouden waren in het streekplan hetzelfde beleid neer te leggen als in de Interprovinciale Beleidsplannen. Die plannen zijn echter documenten die niet op enige wettelijke regeling berusten, en waarbij verweerders zich vrijwillig hebben gebonden jegens andere provinciebesturen. Zo daaruit al enige binding rechtens voortvloeit, kan die in elk geval niet worden ingeroepen jegens degenen die geen partij zijn bij deze documenten. Reeds hierom kan dit argument niet worden aanvaard. 2.7.11.
- Nu het in het streekplan opgenomen boorverbod - behoudens voor de Waddenzee - in strijd is met voornoemd wettelijk stelsel, komt de Afdeling aan de vraag of dit zich verdraagt met het rijksbeleid, zoals neergelegd in de VINEX en het SGR niet toe. 2.7.11.
- Ten aanzien van het boorverbod in de Waddenzee overweegt de Afdeling dat dit in overeenstemming is met het rijksbeleid, zoals neergelegd in de PKB-Waddenzee, alsmede met artikel 2a van de WOD. Op grond hiervan dient het niet in concessie uitgegeven deel van de Waddenzee van boorwerken ten behoeve van de opsporing en winning van diepe delfstoffen te worden gevrijwaard. Voor het deel van de Waddenzee in het streekplangebied zijn zoals gezegd geen concessies verleend. 2.7.
- Gelet op het voorgaande dient het bestreden besluit, voorzover daarbij zijn gehandhaafd de in het streekplan neergelegde besluiten, inhoudende een verbod van boringen naar olie en gas in de kustzone van de Noordzee, het IJssel- en Markermeer, duingebieden, het Amstelmeer, het Alkmaardermeer, stiltegebieden op het vasteland en de zoetwaterbel van Hoorn, vernietigd te worden wegens strijd met het stelsel van de WOD, de Mijnwet 1810/1903 en de daarop berustende regelingen, alsmede het Besluit milieu-effectrapportage
- Ten aanzien van het boorverbod in duingebieden, het Amstelmeer, het Alkmaardermeer, stiltegebieden op het vasteland en de zoetwaterbel van Hoorn vindt deze vernietiging zoals eerder overwogen (2.7.1) tevens haar grondslag in het feit dat verweerders de bezwaren tegen deze planonderdelen ten onrechte niet-ontvankelijk hebben verklaard. 2.7.
- De Afdeling ziet vervolgens aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht de volgende passages op p. 77 en 80 van het streekplan te herroepen: - "De 'zoetwaterbel van Hoorn' moet ter bescherming van de aanwezige grote voorraad drinkwater, worden gevrijwaard van boringen naar diepe delfstoffen, zoals olie en gas." - "De provincie stemt in principe in met boringen buiten de volgende gebieden: natuur- en grondwaterbeschermings- (inclusief de zoetwaterbel van Hoorn), bodembeschermings- en stiltegebieden. Deze gebieden zouden in beginsel van boringen gevrijwaard moeten worden. Vanwege de ecologische en natuurlijke waarden staat de provincie in elk geval in de duingebieden, Amstel- en Alkmaardermeer geen olie- en gasboringen toe." - "De provincie vindt dat booractiviteiten in de kustzone van de Noordzee achterwege moeten blijven." - "In het IJssel- en Markermeer wordt olie- en gaswinning uitgesloten vanwege de nooit geheel uit te sluiten kans op calamiteiten met ernstige gevolgen voor de waterkwaliteit en daarmee voor de functies (drink)watervoorziening, natuur, recreatie en beroepsvisserij. Hetzelfde geldt voor proefboringen." Proceskosten 2.
- De Afdeling acht termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van appellanten sub 2 en
- Ten aanzien van appellanten 1, 4 en 6 zijn hiervoor geen termen aanwezig, nu niet is gebleken van kosten die daarvoor in aanmerking komen. Ten aanzien van appellanten sub 3 zijn hiervoor geen termen aanwezig, nu hun beroep ongegrond is.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep van appellanten sub 1, voorzover dit is gericht tegen de bij het besluit van verweerders van 2 september 1996 aangebrachte wijziging in de passage op p. 54 van het streekplan Noord-Holland Noord van 12 september 1994 over de begrenzing van de toelaatbare oppervlakte aan ondersteunend glas bij vollegrondstuinbouwbedrijven, en voor zover dit is gericht tegen het principe van concentratie van glastuinbouw (p. 53-54); II. verklaart het beroep van appellanten sub 1, voorzover dit is gericht tegen de passage op p. 27-28 van het streekplan over de bruto-woningdichtheid per hectare in hoofd- en basiskernen en tegen de regeling in p. 54 van het streekplan voor de uitbreidingsmogelijkheden van bestaande glastuinbouwbedrijven buiten glastuinbouwconcentratiegebieden, het beroep van appellanten sub 3 geheel, en het beroep van appellante sub 6, voorzover dit is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaren tegen hetgeen op p. 80 van het streekplan is gesteld over olie- en gasboringen in natuur- en grondwaterbeschermingsgebieden op het vasteland (uitgezonderd de zoetwaterbel van Hoorn), ongegrond; III. verklaart het beroep van appellanten sub 1 voor het overige, de beroepen van appellanten 2, 4 en 5 geheel, en het beroep van appellante sub 6, voor het overige, gegrond; IV. vernietigt het besluit van verweerders van 2 september 1996, voorzover verweerders: a. de bezwaren van appellanten sub 1 tegen de regeling op p. 54 van het streekplan over de begrenzing van de toelaatbare oppervlakte aan ondersteunend glas bij vollegrondstuinbouwbedrijven, en het bezwaar van appellante sub 2 tegen het toestaan van diepere grondbewerkingen in bollenconcentratiegebieden (p. 54), hebben ontvangen; b. de bezwaren van appellanten sub 4 tegen de besluiten dat buiten de bollenconcentratiegebieden (p. 54) en consolideringsgebieden (p. 57) omzetting van gronden voor permanente bollenteelt niet is toegestaan, de bezwaren van appellante sub 5 tegen het besluit tot aanwijzing van een stiltegebied in de polder Het Grootslag tussen Andijk en Enkhuizen, en de bezwaren van appellante sub 6 tegen de besluiten in het streekplan over olie- en gasboringen in de Waddenzee, duingebieden, het Amstelmeer, het Alkmaardermeer, stiltegebieden (p. 80) en de zoetwaterbel van Hoorn (p. 77), niet-ontvankelijk hebben verklaard; c. hebben gehandhaafd het in p. 54 van het streekplan en de streekplankaart neergelegde besluit om het gebied Wervershoof/Andijk als glastuinbouwlocatie aan te wijzen; d. hebben gehandhaafd de in het streekplan neergelegde besluiten, inhoudende een verbod van boringen naar olie en gas in de kustzone van de Noordzee, het IJssel- en Markermeer, duingebieden, het Amstelmeer, het Alkmaardermeer, stiltegebieden op het vasteland (p. 80) en de zoetwaterbel van Hoorn (p. 77); V. verklaart het bezwaarschrift van appellanten sub 1, voorzover gericht tegen de regeling op p. 54 van het streekplan over de begrenzing van de toelaatbare oppervlakte aan ondersteunend glas bij vollegrondstuinbouwbedrijven, en het bezwaarschrift van appellante sub 2, voorzover gericht tegen het toestaan van diepere grondbewerkingen in bollenconcentratiegebieden (p. 54), alsnog niet-ontvankelijk; VI. herroept: a. de aanwijzing van de locatie Wervershoof/Andijk als glastuinbouwconcentratiegebied, zoals aangegeven op de bij deze uitspraak behorende gewaarmerkte kaart; b. de onder punt 2.7.13 van deze uitspraak aangehaalde passages op p. 77 en 80 van het streekplan; VII. veroordeelt verweerders in de door appellanten sub 2 en 5 in verband met de behandeling van het beroep gemaakte kosten, die als volgt dienente worden vergoed: - aan appellante sub 2: f 710,-, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; - aan appellante sub 5: f 425,-; de bedragen dienen door de provincie Noord-Holland te worden betaald aan appellanten; VIII. gelast dat de provincie Noord-Holland aan appellanten sub 1, 2, 4, 5 en 6 het voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (ieder f 400,-) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, Voorzitter, en mr. A. Kosto en drs. G.A. Posthumus, Leden, in tegenwoordigdheid van dr. E. Dijt, ambtenaar van Staat. w.g. Konijnenbelt w.g. Dijt Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 20 september
- Voor eensluidend afschrift, de Secretaris van de Raad van State, voor deze
- Verzonden: