(1984), waarin is vastgesteld dat in het onderhavige gebied 't Haagje naast onderwijsvoorzieningen het wijkgroen zal komen met daarin onder andere speelplaatsen. 2.
- Het betoog van appellanten faalt. De in geding zijnde (speel)voorziening van aanzienlijke omvang is bedoeld voor actief en intensief gebruik en legt een groot beslag op het plaatselijk groen. Deze skateboardvoorziening verdraagt zich niet met de duidelijke bewoordingen van de in artikel 11.6 van de planvoorschriften neergelegde bestemming "Groendoeleinden wijkpark". De door appellanten aangehaalde passage uit de structuurschets leidt niet tot een ander oordeel, omdat het daarin bedoelde voornemen niet tot uitdrukking is gebracht in de voorschriften van het nadien vastgestelde en thans geldende bestemmingsplan. Evenmin blijkt uit de planvoorschriften of de daarbij behorende toelichting dat de planwetgever heeft beoogd te bepalen dat speelvoorzieningen, welke, ingevolge artikel 11.7 van de planvoorschriften, uitsluitend zijn toegestaan op gronden die zijn aangewezen voor "Groendoeleinden openbaar groen", eveneens zijn toegestaan binnen de hier aan de orde zijnde bestemming "Groendoeleinden wijkpark". De rechtbank heeft in dit verband terecht vastgesteld dat wat betreft het toegestane gebruik in genoemde planvoorschriften geen onderlinge verwijzing is opgenomen. 2.
- Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank terecht heeft vastgesteld dat de bouw van de skateboardvoorziening in strijd is met de ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Laag Dalem l" op het betrokken perceel rustende bestemming "Groendoeleinden wijkpark" en dat de beslissing op bezwaar derhalve terecht is vernietigd wegens strijd met artikel 44, aanhef en onder c, van de Woningwet. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep zijn geen termen aanwezig.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, en mr. C. de Gooijer en mr. C.A. Terwee-van Hilten, Leden, in tegenwoordigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, ambtenaar van Staat. w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Roosmalen Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2000 60-
- Verzonden: Voor eensluidend afschrift, de Secretaris van de Raad van State, voor deze,