← Nederland

ECLI:NL:RVS:2001:AB0359

Raad van State 200003291/

  1. Datum uitspraak: 29 januari 2001 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: de Raad voor rechtsbijstand te Den Haag, appellant, tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Den Haag van 25 mei 2000 in het geding tussen: [verzoeker], wonend te [woonplaats] en appellant. 1 Procesverloop Bij besluiten van 3 december 1998 en 11 maart 1999 heeft het Bureau Rechtsbijstandvoorziening te Den Haag (hierna: het Bureau) geweigerd aan [verzoeker] (hierna: [verzoeker]) definitieve toevoegingen af te geven en de ten behoeve van haar verstrekte voorwaardelijke toevoegingen met terugwerkende kracht ingetrokken. Bij besluiten van 5 maart 1999 en 27 april 1999 heeft appellant het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze besluiten en de adviezen van bezwaar en beroep van de Raad voor Rechtsbijstand te Den Haag van respectievelijk 5 maart 1999 en 23 april 1999, waarnaar in de besluiten wordt verwezen, zijn aangehecht. Bij uitspraak van 25 mei 2000, verzonden op 30 mei 2000, heeft de arrondissementsrechtbank te Den Haag (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op beroep vernietigd en bepaald dat appellant nieuwe besluiten zal nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 6 juli 2000, bij de Raad van State ingekomen op 10 juli 2000, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. Bij brief van 23 september 2000 heeft [verzoeker] een memorie van antwoord ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 december
  2. Partijen zijn niet ter zitting verschenen.
  3. Overwegingen 2.
  4. De rechtbank heeft op goede gronden geoordeeld dat bij de beslissing omtrent het verlenen van een definitieve toevoeging aan [verzoeker] voor de vaststelling van haar vermogen bepalend is het moment waarop de rechtsbijstand is beëindigd. Nu op dat moment het vermogen van [verzoeker] de voor de mogelijkheid van een toevoeging gestelde grens van f 20.000,-- niet overschreed, heeft het Bureau - en in administratief beroep appellant - op onjuiste grond geweigerd aan [verzoeker] definitieve toevoegingen af te geven. 2.
  5. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. De echtscheidingsprocedure waarvoor een toevoeging was geweigerd, was reeds beëindigd. Vervolgens is een aparte procedure gestart in verband met de boedelscheiding alsmede een geschil over het ouderlijk gezag en alimentatie. Op dat moment - evenals ten tijde van de beëindiging van de rechtsbijstand - was het vermogen van [verzoeker] gedaald tot onder de krachtens de wet gestelde grens. Dat dat is veroorzaakt door de betaling van advocaatkosten in de echtscheidingsprocedure, doet hieraan niet af. 2.
  6. De rechtbank heeft overigens nog gewezen op artikel 33, eerste lid, aanhef en onder d van de Wet op de rechtsbijstand, betreffende de mogelijkheid van tussentijdse beëindiging van rechtsbijstand indien de draagkracht aanzienlijk is toegenomen. Aan appellant kan worden toegegeven dat dit artikelonderdeel niet van toepassing is op dit geval, reeds omdat deze bepaling, blijkens de wetsgeschiedenis, ziet op de toename van de draagkracht die - anders dan hier - niet in relatie staat tot de verleende rechtsbijstand. Het vorenstaande laat onverlet hetgeen hiervoor is overwogen. 2.
  7. Het hoger beroep is ongegrond en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
  9. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. P.J. Boukema, Voorzitter, en mr. F.P. Zwart en mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.U. Kallan, ambtenaar van Staat. w.g. Boukema w.g. Kallan Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2001
  10. Verzonden: Voor eensluidend afschrift, de Secretaris van de Raad van State, voor deze,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.