200100335/1. Datum uitspraak: 17 juli 2002 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend te [woonplaats] tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te Groningen van 18 december 2000 in het geding tussen: appellant en het College van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen. 1. Procesverloop Bij besluit van 12 juni 1999 heeft de examinator voor vak kindergeneeskunde het door appellant gevolgde co-schap gewaardeerd met een vijf. Bij besluit van 14 oktober 1999 heeft het College van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen (hierna: het College van beroep) het daartegen door appellant ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 18 december 2000, verzonden op dezelfde dag, heeft de arrondissementsrechtbank te Groningen (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft appellant bij telefaxbericht, bij de Raad van State ingekomen op 16 januari 2001, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 19 februari 2001. Deze brief is aangehecht. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 november 2001, waar appellant in persoon, bijgestaan door mr. R. van Asperen, advocaat te Groningen, en het College van beroep, vertegenwoordigd door mr. R.F. Ritzema, gemachtigde, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Onderwerp van geschil in beroep is niet de beslissing van de examinator maar de naar aanleiding van het door appellant tegen dit besluit ingestelde administratief beroep genomen beslissing van het College van beroep. Dit betekent dat beroepsgronden die niet reeds in het kader van het administratief beroep aan de orde zijn gesteld en waarover het College van beroep derhalve niet heeft kunnen oordelen - mede gelet op het bepaalde in artikel 8:4, aanhef en onder e, van de Algemene wet bestuursrecht – in beroep niet bij de beoordeling kunnen worden betrokken. De beroepsgronden van appellant met betrekking tot het invullen van het stageformulier en de gang van zaken daaromheen worden derhalve buiten beschouwing gelaten. 2.2. Vast staat dat de verschillende onderdelen van de beoordeling van het co-schap kindergeneeskunde, te weten (anamnese
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.