(1997)zijn ter plaatse de bedrijventerreinen geprojecteerd. Niet is aannemelijk gemaakt dat appellanten gelet op de afstand tussen hun woningen en de bedrijfsbebouwing in relatie tot de maximale hoogte daarvan, de voorziene aanplant van bomen en de te stellen ruimtelijke kwaliteitseisen onaanvaardbaar in hun privacy worden aangetast. Wat betreft de gestelde geluidsoverlast is, anders dan appellanten stellen, aan de bedrijfswoningen op het terrein Kruisweg II niet om die reden goedkeuring onthouden. Terzake van het verkeerslawaai van de nieuwe ontsluitingswegen hebben verweerders gewezen op het gevolgde milieuzoneringsprincipe en de gedane onderzoeken. Volgens de resultaten van deze onderzoeken zullen geen normoverschrijdingen plaatsvinden. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat verweerders niet van deze resultaten hadden mogen uitgaan. Wat de eventuele nadelige invloed van het plan op de waarde van de woningen van appellanten betreft, bestaat geen grond voor het oordeel dat die waardevermindering zodanig zal zijn dat verweerders hieraan in redelijkheid een doorslaggevend gewicht hadden moeten toekennen. 2.5.
- In hetgeen appellanten sub 1 en sub 2 hebben aangevoerd, ziet de Afdeling evenmin aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerders in zoverre terecht goedkeuring hebben verleend aan het plan. De beroepen van appellanten sub 1 en sub 2 zijn ongegrond. 2.
- Verweerders dienen op na te melden wijze in de proceskosten van appellanten sub 3 te worden veroordeeld. Voor een proceskostenveroordeling bestaat wat betreft appellanten sub 1 en sub 2 geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep van appellanten sub 3 gegrond; II. vernietigt het besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 21 maart 2000, kenmerk RGG/ARB/171988A, voorzover hierbij aan het bestemmingsplan goedkeuring is onthouden; III. verleent goedkeuring aan het bestemmingsplan, voorzover hieraan bij het besluit zoals vermeld onder II., goedkeuring is onthouden; IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit voorzover dit is vernietigd; V. verklaart de beroepen van appellanten sub 1 en sub 2 ongegrond; VI. veroordeelt gedeputeerde staten van Zuid-Holland in de door appellanten sub 3 in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 805,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de provincie Zuid-Holland te worden betaald aan appellanten sub 3; VII. gelast dat de provincie Zuid-Holland aan appellanten sub 3 het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 204,20) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, Voorzitter, en mr. A. Kosto en drs. G.A. Posthumus, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat. w.g. Bartel w.g. Klein Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus
- 176-371.