(1981). Op grond van deze Handleiding moeten in een situatie als de onderhavige, waar het gaat om een inrichting die niet ligt op een gezoneerd industrieterrein, metingen en berekeningen van de geluidbelasting worden verricht voor punten op een afstand van 1,5 à 2 meter voor een gevel van een geluidgevoelig object. Aldus wordt ook de reflectie van het geluid op de achterliggende gevel meegenomen. Dit betekent dat een tot 3 dB(A) hogere geluidbelasting wordt vastgesteld dan de geluidbelasting vanwege het invallende geluid. Het voorschrift is op dit punt, gelet op het voorgaande, in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dat vereist dat een besluit berust op een draagkrachtige motivering. Het beroep treft in zoverre doel. 2.
- Het vorenstaande leidt de Afdeling tot de conclusie dat het beroep gegrond is en dat het bestreden besluit moet worden vernietigd. Aan een bespreking van de overige beroepsgronden van appellanten komt de Afdeling niet meer toe. 2.
- Verweerders dienen op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 10 april 2001, kenmerk 2001WEM001430i; III. veroordeelt gedeputeerde staten van Utrecht in de door appellanten in verband met de behandeling van het beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 37,11; het bedrag dient door de provincie Utrecht te worden betaald aan appellanten; IV. gelast dat de provincie Utrecht aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht (€ 102,00) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, Voorzitter, en mr. H.Ph.J.A.M. Hennekens en mr. J.G.C. Wiebenga, Leden, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Havik, ambtenaar van Staat. w.g. Drupsteen w.g. Havik Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2002 213-351.