(1996)” is bestemd voor parkeerdoeleinden, parkeerplaatsen aan te leggen, hetgeen [partij], naar zij reeds eerder had aangegeven, bereid was voor eigen rekening te laten doen. Eerst in de door de rechtbank gevraagde nadere reactie van 31 augustus 2001 hebben appellanten aangegeven dat de gemeente “om haar moverende redenen” niet wenst over te gaan tot het inrichten van parkeerplaatsen op bedoelde strook grond. Deze motivering is volstrekt onvoldoende om de beslissing te kunnen dragen. 2.
- De Afdeling kan evenwel niet het oordeel van de rechtbank onderschrijven dat de weigering om vrijstelling te verlenen zich tevens niet verdraagt met het verbod van willekeur. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat burgemeester en wethouders met het verlenen van een bouwvergunning voor de uitbreiding van een winkelpand op het perceel [locatie], zonder daarbij parkeereisen te stellen, de schijn hebben gewekt met twee maten te meten. Niet is hiermee komen vast te staan dat dit bouwplan een gelijkliggend geval betreft en dat daarin grond zou zijn gelegen voor het oordeel dat met de onderhavige weigering in strijd is gehandeld met het gelijkheidsbeginsel. Het oordeel van de rechtbank dat burgemeester en wethouders hebben gehandeld in strijd met het verbod van willekeur acht de Afdeling dan ook voorbarig. Burgemeester en wethouders zullen in de nieuw te nemen beslissing op bezwaar tevens dienen in te gaan op de vergunningverlening met betrekking tot het pand [locatie]. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, met verbetering van gronden, te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, ambtenaar van Staat. w.g. Lubberdink w.g. Wilbers-Taselaar Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2002 71.