200202818/1. Datum uitspraak: 18 december 2002 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], gevestigd te [plaats] tegen de uitspraak van de rechtbank te Haarlem van 18 april 2002 in het geding tussen: appellante en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 1. Procesverloop Bij besluit van 6 september 1999 heeft de teammanager van LASER namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (hierna: de minister) een aanvraag van de [maatschap] om een tegemoetkoming op de voet van de Regeling oogstschade 1998 (hierna: de Regeling) afgewezen. Bij besluit van 18 september 2000 heeft de regiomanager van LASER beweerdelijk namens de minister het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht. Bij uitspraak van 18 april 2002, verzonden op 23 april 2002, heeft de rechtbank te Haarlem (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beslissing op bezwaar vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft de [thans gevormde maatschap] (hierna: appellante) bij brief van 27 mei 2002, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht. Bij brief van 11 juli 2002 heeft de minister een memorie van antwoord ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 november 2002, waar appellante, vertegenwoordigd door [gemachtigden] en mr. E.L.S.M. Leewens, advocaat te Den Haag, en de minister, vertegenwoordigd door mr. E.T. Stevens, ambtenaar ten departemente, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. In geschil is de weigering, appellante een tegemoetkoming op de voet van de Regeling te verstrekken ter compensatie van gestelde schade aan het gewas Zantedeschia. 2.2. Appellant heeft betoogd dat het gewas Zantedeschia ten onrechte niet is opgenomen in Bijlage 1, waarin de gewassen zijn vermeld waarvoor in beginsel compensatie van regenschade aan die gewassen kan worden toegekend. Subsidiair heeft appellante betoogd, dat de minister ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van de hem toekomende inherente bevoegdheid tot afwijking van Bijlage 1. Appellante heeft bezwaar tegen de door de minister gehanteerde (door de Afdeling in eerdere uitspraken aanvaarde) beleidslijn dat, wil een gewas op de lijst geplaatst worden, er onder andere voldaan moet zijn aan de eis dat een grote groep ondernemers door de regenval is getroffen. Appellante heeft gesteld de indruk te krijgen dat de voor de minister doorslaggevende reden om door een klein aantal ondernemers geteelde gewassen niet op de lijst te plaatsen, is gelegen in de wens zijn bestuurlijk apparaat niet te zwaar te belasten. Appellante heeft er in dit verband voorts op gewezen dat dit door de minister gevoerde beleid niet inzichtelijk maakt hoeveel ondernemers schade moeten hebben ondervonden, wil sprake zijn van toevoeging van het geteelde gewas op de lijst als schadegewas, hetgeen volgens appellante de besluitvorming om een gewas al dan niet op de lijst te plaatsen een uiterst wispelturig en haast willekeurig karakter geeft. Als voorbeeld hiervan wijst appellante op het feit dat de gewascategorie knolbegonia en specifieke tulpen cultivars onder gewascategorie 58 wèl op de lijst schadegewassen staan terwijl deze gewassen door minder ondernemers worden geteeld dan het gewas Zantedeschia. Omdat de andere Zantedeschiakwekers in een in de door de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen (hierna: de WTS) aangewezen gebied lagen, kregen zij een vergoeding, zodat appellante de enige kweekster is wier schade niet wordt vergoed. Appellante heeft er nog op gewezen dat zij als gevolg van de regenval het grootste deel van haar teelt en het zaaigoed voor de teelt voor de volgende jaren heeft verloren en daardoor in financieel opzicht zo zwaar is getroffen dat zij van haar kredietinstelling het advies heeft gekregen om te stoppen met haar bedrijf. 2.3. De Regeling bevat regels voor de verstrekking van een tegemoetkoming in de oogstschade als gevolg van extreme weersomstandigheden in het najaar van 1998. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder e, van de Regeling, voor zover van belang, worden onder schadegewassen verstaan: gewassen waarvoor ingevolge Bijlage 1 een tegemoetkoming bij schade kan worden gegeven. In Bijlage 1 is verder vermeld dat daar waar dat nodig blijkt, een aanvulling voor andere gewassen zal plaatsvinden. Bij wijziging van de Regeling van 3 november 2000 heeft ook een aanvulling plaatsgevonden, echter niet met het gewas waarover het in dit geschil gaat. De minister hanteert voor opname van een gewas als schadegewas in bijlage 1 van de Regeling als criteria, dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.