(15)uitspraken van de Afdeling kan dat in ieder geval niet worden opgemaakt en overigens is door appellante op dit punt geen bewijs bijgebracht. Tenslotte kan ook de omstandigheid dat de op 1 juli 1997 in werking getreden huursubsidiewet een bepaling met de strekking van artikel 10, vijfde lid, ontbeert, niet meebrengen dat de staatssecretaris in dit geval in redelijkheid niet tot nadere vaststelling en terugvordering had mogen overgaan. De Afdeling wijst er in dit verband op dat in hoofdstuk 10 van de Huursubsidiewet, houdende de overgangs- en slotbepalingen, in artikel 55, eerste lid, uitdrukkelijk is bepaald dat op subsidietijdvakken die zijn aangevangen onder de werking van de Wih de daarop vóór de inwerkingtreding van de Huursubsidiewet geldende bepalingen van toepassing blijven. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, ambtenaar van Staat. w.g. Ligtelijn-Van Bilderbeek w.g. Sparreboom Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2003 195-209.