(19)voorziene pastorie. Dat sprake zou zijn van een architectonische samenhang, wat hier ook van zij, en dat in verband daarmee inmiddels een nieuw verzoek is ingediend waarbij de pastorie is betrokken, is hierbij niet van belang. Appellant sub 4 moet derhalve in de onderhavige procedure worden aangemerkt als één van de omwonenden en voor hem geldt hetzelfde als hiervoor onder 2.3 met betrekking tot de andere omwonenden is overwogen. De rechtbank is terecht tot hetzelfde oordeel gekomen. 2.
- Hetgeen appellanten sub 2, 3 en 4 hebben aangevoerd kan niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak. Hun hoger beroep is ongegrond en de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het hoger beroep van appellanten sub 1 niet-ontvankelijk; II. bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en mr. E.A. Alkema en mr. J.G. Treffers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, ambtenaar van Staat. w.g. Slump w.g. Dallinga Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2003 18-420.