(4)van toepassing is. Ook de Afdeling is van oordeel dat de uitbreiding in functioneel en bouwkundig opzicht deel uitmaakt van het bestaande (garage)bedrijf. De omstandigheid dat in het bedrijfspand te onderscheiden bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, doet daaraan niet af. 2.3.
- Appellant heeft nog een beroep gedaan op de uitspraak van de Afdeling van 4 december 2002, inzake nr. 200201191/
- Dit beroep faalt, reeds omdat de omschrijving van een niet-zelfstandig onderdeel van het daar gevestigde bedrijf door de Afdeling is gegeven in het kader van de vraag of de detailhandelsactiviteiten als ondergeschikte activiteiten van de ter plaatse toegestane handels- en bedrijfsactiviteiten kunnen worden aangemerkt. Deze situatie doet zich hier niet voor. 2.
- Het oordeel van de rechtbank dat appellant geen toepassing heeft kunnen geven aan de in artikel 2.1.3a neergelegde vrijstellingsbevoegdheid, is juist. De rechtbank heeft derhalve de op grond daarvan verleende, in bezwaar gehandhaafde, bouwvergunning terecht vernietigd. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. F.P. Zwart, Voorzitter, en mr. B.J. van Ettekoven en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, ambtenaar van Staat. w.g. Zwart w.g. Van Roosmalen Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 3 september 2003 53-412.