(1)omdat dit nabij hun woningen een gebouw met een maximale bouwhoogte van 12.00 meter mogelijk maakt waardoor hun woon- en leefklimaat onaanvaardbaar zou worden aangetast. Zij voeren aan dat voor het voorziene gebouw ten onrechte geen akoestisch onderzoek is uitgevoerd in verband met de ligging binnen de geluidszone van de toekomstige Randweg. Voorts vrezen zij schade aan hun woningen door trillingen als gevolg van de bouwwerkzaamheden. 2.
- Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het plan voldoet aan de in het bestemmingsplan opgenomen uitwerkingsregels. Het plan voldoet volgens hem voorts aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. 2.
- Aan de in het plan begrepen gronden is in het bestemmingsplan "Ypenburg-Pijnacker" de bestemming "Uit te werken gebied voor woondoeleinden (UW)" toegekend. Deze gronden zijn bestemd voor wonen, maatschappelijke voorzieningen, recreatieve voorzieningen, andere voorzieningen, zoals wegen en fiets- en voetpaden, waterlopen, waterpartijen, parkeergelegenheden, geluidwerende voorzieningen, groen- en speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, waaronder begrepen gemalen, gasdrukregelstations, ondergrondse afvalcontainers en volkstuinen. Ingevolge artikel 13, tweede lid, onder c, van de voorschriften van het bestemmingsplan mag de bouwhoogte voor hoofdgebouwen ten hoogste 15.00 meter bedragen. 2.
- Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de WRO rust op het college van burgemeester en wethouders de plicht om de bestemming overeenkomstig de uitwerkingsregels uit te werken indien bij een bestemmingsplan aan gronden een nog uit te werken bestemming is gegeven. 2.
- Ingevolge artikel D, eerste lid, van de voorschriften van het uitwerkingplan zijn de gronden op de kaart aangewezen voor "Woondoeleinden vrije kavels (vWO)" bestemd voor wonen met bijbehorende erven en tuinen. Ingevolge artikel D, tweede lid, mogen op deze gronden ten behoeve van de bestemming uitsluitend woningen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Ingevolge artikel D, derde lid, onder b, dient de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 3.00 meter te bedragen. Ingevolge artikel D, derde lid, onder g, dienen bijgebouwen en aan- en uitbouwen op een afstand van ten minste 1.00 meter van de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd. Ingevolge artikel D, derde lid, aanhef en onder h, mag bij hoofdgebouwen op de gronden met de aanduiding
(1)de goothoogte ten hoogste 7.00 meter en de bouwhoogte ten hoogste 12.00 meter bedragen. Ingevolge artikel D, derde lid, onder i, mag, in afwijking van het bepaalde onder h, de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw binnen het vlak met de aanduiding "afwijking goot- en bouwhoogte" ten hoogste 4.00 m bedragen. 2.
- De Afdeling stelt vast dat de in het plan opgenomen maximale bouwhoogte van 12.00 meter de in artikel 13, tweede lid, onder c, van de voorschriften van het bestemmingsplan opgenomen maximale bouwhoogte niet overschrijdt. Ook overigens is niet gebleken dat niet aan de in het bestemmingsplan opgenomen uitwerkingsregels is voldaan. 2.
- Voorzover appellanten van mening zijn dat het plandeel ten onrechte voorziet in de bouw van een hoofdgebouw op minder dan drie meter van de zijdelingse perceelsgrens, overweegt de Afdeling dat de in het plan opgenomen bebouwingsregeling zich hiertegen verzet. De in deze bouwvoorschriften vervatte regeling maakt deel uit van het toetsingskader bij een eventuele aanvraag voor een bouwvergunning. Uit het plan volgt niet dat niet voldaan kan worden aan deze bouwvoorschriften. 2.
- Ten aanzien van de vrees van appellanten voor een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van de voorziene woningbouw en de hoogte hiervan, stelt de Afdeling voorop dat de aanvaardbaarheid van de bestemming "Uit te werken gebied voor woondoeleinden (UW)" en de daarbij horende maximale bouwhoogte reeds in het bestemmingsplan zijn beoordeeld en in het kader van het uitwerkingsplan niet opnieuw ter discussie kunnen staan. Met het bestaan van de door verweerder goedgekeurde uitwerkingsplicht in het bestemmingsplan is de aanvaardbaarheid hiervan in beginsel een gegeven. Gelet op de ruime bestemmingsregeling, waarin de uit te werken bestemming voorziet, neemt dit echter niet weg dat de gevolgen van het bestreden plandeel met de bestemming "Woondoeleinden vrije kavels (vWO)" met de aanduiding