(10)". Daarmee is het ingevolge artikel 5, eerste lid, van de voorschriften bij het plan, voorzover thans van belang, bestemd voor (
- a)industriële en ambachtelijke bedrijven, alsmede groothandelsbedrijven, voorzover deze bedrijven voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de bij deze voorschriften behorende basiszoneringslijst met de daarbij behorende bebouwing en voorzieningen, met uitzondering van: 1) geluidszoneringsplichtige inrichtingen; 2) detailhandelsbedrijven; 3) bedrijven voor de opslag en verkoop van motorbrandstoffen; (
- b)[…]
(10)een garagebedrijf. Uit de in het vierde lid van dit artikel opgenomen bouwvoorschriften in samenhang met de aanduidingen op de plankaart volgt dat op het perceel een gebouw van 232 m² mag worden gebouwd met een lengte van 25,2 meter, een breedte van 9,2 meter, een maximale bouwhoogte van 8,8 meter en een maximale goothoogte van 3,70 meter. 2.5.
- In het voorheen geldende bestemmingsplan had het perceel de bestemming "Bedrijfsdoeleinden I". De bij die bestemming behorende bouwvoorschriften stonden een gebouw toe van 350 m² met een goothoogte van maximaal 5 meter. Een maximale bouwhoogte was niet vastgesteld. 2.5.
- Op het perceel staat een loods van 17 bij 6 meter met een nokhoogte van 6 meter, wat neerkomt op een gebouw van ongeveer 102 m². Ter plaatse is een koeriersbedrijf gevestigd, waar ook garageactiviteiten worden verricht. 2.5.
- Bij de planvoorbereiding heeft het college van burgemeester en wethouders advies gevraagd aan het BRO over een bouwaanvraag voor het vervangen van de loods op het perceel. Op 12 maart 2003 heeft het BRO advies uitgebracht. In dit advies is aanbevolen het bouwplan af te wijzen, omdat de bijzondere ruimtelijke condities en de cultuurhistorische waarden van de locatie met de directe omgeving, het stellen van aanvullende eisen noodzakelijk maakt. In het advies wordt voorgesteld de omvang van de loods te beperken door de goothoogte terug te brengen van 3.70 meter tot 2.70 meter en de breedte terug te brengen van 9 meter naar 8 meter, waardoor de nokhoogte ongeveer 1,50 meter zakt. Voorts wordt een afstand van minimaal 5 meter tussen de loods en de woning op het perceel aan [locatie a] aanbevolen. De gemeenteraad heeft het belang van de indiener van het bouwplan doorslaggevend geacht en heeft het plan, waarin dat bouwplan past, vastgesteld. Daarbij heeft de gemeenteraad in aanmerking genomen dat het plan voorziet in een inperking van de bebouwingsmogelijkheden voor het bedrijf ten opzichte van het geldende bestemmingsplan "Rijksstraatweg II Sleeuwijk" en dat de ondernemer over een functioneel bedrijfsgebouw dient te beschikken. Aldus is volgens de gemeenteraad sprake van een 'bestemmingsplan op maat'. Het oordeel van de Afdeling 2.
- Voor een goede ruimtelijke ordening dienen alle bij het gebruik van de in het plan begrepen grond en opstallen betrokken belangen te worden betrokken. Met het oog daarop is bij de planvoorbereiding het hiervoor onder rechtsoverweging 2.5.
- vermelde stedenbouwkundig bureau gevraagd om advies uit te brengen over de bebouwingsmogelijkheden op het perceel. Bij de planvaststelling heeft de gemeenteraad de aanbevelingen in dit advies niet betrokken. De motivering van verweerder in het bestreden besluit dat desondanks sprake is van een goede ruimtelijke ordening, overtuigt de Afdeling niet. Weliswaar zijn de bouwmogelijkheden op het perceel ten opzichte van het voorheen geldende plan ingeperkt, maar die waren tot op heden niet benut en worden thans ten opzichte van de op het perceel aanwezige loods, aanmerkelijk vergroot. Voorts blijkt noch uit het bestreden besluit noch uit het vaststellingsbesluit in hoeverre het belang van de eigenaar van het perceel in de weg staat aan het geheel of gedeeltelijk volgen van de aanbevelingen in dit advies. Nu de strekking van dit advies is dat de bijzondere ruimtelijke condities en de cultuurhistorische waarden van de locatie nopen tot het stellen van nadere eisen aan de bebouwingsmogelijkheden op het perceel, kan de enkele motivering van verweerder in navolging van de gemeenteraad dat het voorheen geldende bestemmingsplan ruimere bebouwingsmogelijkheden bood, de conclusie in het bestreden besluit dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, niet dragen. 2.
- Uit het vorenstaande volgt dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient te worden vernietigd. Gelet hierop behoeft hetgeen appellanten overigens hebben aangevoerd, geen bespreking. Proceskostenveroordeling 2.
- Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 28 december 2004, kenmerk no. 1019322; III. gelast dat provincie Noord-Brabant aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,00 (zegge: honderdzesendertig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. R. Cleton, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van E.J. Nolles, ambtenaar van Staat. w.g. Cleton w.g. Nolles Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2005 177-291-458.