(8w)op de plankaart, mogen op het perceel tien woningen worden gebouwd. Het plandeel is op de plankaart voorts aangeduid als "wijzigingsbevoegdheid A". Ingevolge artikel 3.2.
- van de planvoorschriften zijn burgemeester en wethouders bevoegd de bestemming van het plandeel te wijzigen teneinde de bouw van totaal 19 woningen op het perceel mogelijk te maken. Van deze bevoegdheid kan, voorzover hier van belang, blijkens artikel 3.2.10., lid b., van de planvoorschriften, gebruik worden gemaakt nadat de financiële uitvoerbaarheid voldoende is verzekerd. 2.
- De gemeenteraad heeft zich op het standpunt gesteld dat op het perceel in totaal 19 woningen gerealiseerd kunnen worden nadat met de projectontwikkelaar tot overeenstemming is gekomen over de vergoeding van planschade die kan voortvloeien uit de negen extra woningen die het plan vergeleken met het voorgaande plan toelaat. Ter zitting is door de vertegenwoordiger van de gemeente gesteld dat deze planschadeovereenkomst naar verwachting tegen het einde van 2005 gereed zal zijn. Met deze overeenkomst wordt beoogd de financiële uitvoerbaarheid van het plandeel voldoende te verzekeren, zodat toepassing gegeven kan worden aan de wijzigingsbevoegdheid. De Voorzitter verwacht niet dat het wijzigingsplan in werking zal zijn getreden voordat de Afdeling een uitspraak in de bodemprocedure zal hebben gedaan. Gelet hierop en op de hiervoor geschetste omstandigheden bestaat naar het oordeel van de Voorzitter thans geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij neemt de Voorzitter in aanmerking dat het plan weliswaar bij recht de bouw van 10 woningen toelaat, maar dat ter zitting aannemelijk is geworden dat deze woningen uitsluitend gelijktijdig met de andere negen woningen, derhalve na de inwerkingtreding van het wijzigingsplan, gerealiseerd zullen worden. 2.
- De verzoeken dienen te worden afgewezen. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: wijst de verzoeken af. Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Tulmans, ambtenaar van Staat. w.g. Van Buuren w.g. Tulmans Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2005 381.