(1998)" als zodanig aangewezen. Daaruit kan worden afgeleid dat de gemeenteraad in ieder geval vanaf 1998/1999 door gewijzigde planologische inzichten voornemens was woningbouw op deze gronden te verwezenlijken. In verband hiermee en gelet op het grote tijdsverloop tussen de mogelijk opgewekte verwachtingen en de vaststelling van het plan, ziet de Afdeling reeds daarom geen aanleiding voor het oordeel dat aan deze verwachtingen grote betekenis toekomt en de gemeenteraad om die reden aan het oude beleid gebonden is. Daarbij neemt de Afdeling tevens in aanmerking dat de gemeenteraad op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en voorschriften voor gronden kan vaststellen. 2.7.
- Gelet op de onder overweging 2.6.
- genoemde bebouwingsmogelijkheden kan, in aanmerking genomen dat appellanten thans een vrij uitzicht hebben, niet worden ontkend dat met de bouw van de woningen een vermindering van uitzicht en privacy zal optreden. Desondanks heeft, in aanmerking genomen enerzijds de voorziene overgang tussen het plangebied en de woningen aan de Schepperij en anderzijds de afstand tussen de bouwvlakken van de plandelen met de bestemming "Woondoeleinden" en de woningen van appellanten, verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de door de woningbouw veroorzaakte aantasting van het woon- en leefklimaat van appellanten beperkt is. Wat betreft de maximale bebouwingshoogte is van belang dat aansluiting is gezocht bij de ruimtelijke structuur en het bebouwingspatroon van het dorp, welke wordt gekenmerkt door een variatie in goothoogte. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de maximaal toegestane bebouwingshoogte van de woningen in de bouwklasse B past bij deze structuur en het bebouwingspatroon van de bestaande woningen van het dorp. 2.7.
- Gelet op al het voorgaande bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang bij verwezenlijking van de woningbouw een groter gewicht toekomt dan de belangen die hierdoor worden getroffen. 2.7.
- Gezien het vorenstaande heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de plandelen niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Hieruit volgt dat verweerder terecht goedkeuring heeft verleend aan de plandelen. De beroepen van appellanten zijn ongegrond. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart de beroepen ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. R. Cleton, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, ambtenaar van Staat. w.g. Cleton w.g. Klein Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus
- 317-500.