(2000)) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen staat, voorzover thans van belang, vermeld dat: "The CS [Commission Services] can not accept that general legislation is not part of GFP [Good Farming Practices] and stated that actions forming a part of GFP can not be supported by Chapter VI of 1257/1999". Uit de toelichting op de wijziging van de Regeling SAN (Stcrt. 2000, 228) blijkt dat de normbedragen genoemd in de bijlagen 23 tot en met 28 van de Regeling SAN zijn aangepast ter verkrijging van goedkeuring en cofinanciering van de Commissie van de Europese Gemeenschappen. 2.
- Appellante klaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat voldoende aannemelijk is geworden dat het verwijderen van vorenbedoelde component noodzakelijk was om goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen te verkrijgen. 2.4.
- Dat betoog faalt. Uit de brief van 2 juli 2000 blijkt dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen geen subsidie mogelijk wil maken voor het achterwege laten van activiteiten die op grond van nationale wetgeving niet zijn toegestaan. Aangezien het Lozingenbesluit nationale wetgeving betreft en hieruit onder meer voortvloeit dat het lozen van bestrijdingsmiddelen in beginsel verboden is, heeft de rechtbank, mede gelet op de toelichting op de wijziging van de Regeling SAN, terecht overwogen dat voldoende aannemelijk is geworden dat het verwijderen van vorenbedoelde component noodzakelijk was om goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen te verkrijgen. 2.
- Appellante betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat de op haar terreinen van toepassing zijnde normbedragen ten onrechte op generieke wijze zijn verlaagd en dat die verlaging eveneens ten onrechte niet afhankelijk is gesteld van de mate waarin een aanvrager door het Lozingenbesluit wordt benadeeld. 2.5.
- Ook dit betoog faalt. De Regeling SAN is een algemeen verbindend voorschrift. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de minister, in aanmerking genomen de belangen die aan hem ten tijde van de wijziging van de Regeling SAN bekend waren of behoorden te zijn, in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat vorenbedoelde component op generieke wijze uit de normbedragen wordt verwijderd. Daarbij wordt tevens in aanmerking genomen dat deze component aanvankelijk ook op generieke wijze in de normbedragen was opgenomen en dat die component ter verkrijging van goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen uit de normbedragen is verwijderd. Voorts wordt in aanmerking genomen dat voor alle aanvragers van een zelfde beheerspakket dezelfde pakketeisen gelden, ongeacht de mate waarin zij nadeel ondervinden van het Lozingenbesluit, zodat niet valt in te zien waarom de ene aanvrager aanspraak zou moeten kunnen maken op een hogere vergoeding voor het uitvoeren van dezelfde activiteiten dan een andere. 2.
- Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: bevestigt de aangevallen uitspraak. Aldus vastgesteld door mr. P. van Dijk, Voorzitter, en mr. F.P. Zwart en mr. P.A. Offers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. T.E. Larsson-van Reijsen, ambtenaar van Staat. w.g. Van Dijk w.g. Larsson-van Reijsen Voorzitter ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 28 december 2005 344.